MH 17, 154, 173, 298. Het zijn de koude cijfers. Langzaam druppelen de verhalen binnen. Geliefden, vaders, moeder, broertjes, zusjes, vrienden, vriendinnen, tantes, ooms, grootouders, studiegenoten, collega’s, exen, kennissen en vrienden van vroeger. Op weg naar een mooie vakantie worden zij onschuldig slachtoffer van een idioot geopolitiek conflict. Ontelbaar mooie toekomstdromen zijn kapotgeschoten. Ingeruild voor verslagenheid en rouw. Duizenden familieleden en vrienden wacht een loodzware tijd waarin het verlies langzaam een plek moet krijgen. Een onmenselijke opgave. Wat zou ik graag troostende woorden prevelen, maar ik kan ze niet vinden.
Woorden schijnen van alles te kunnen. Ontroeren, inspireren, verwonderen, verbazen, vermaken en troosten. Konden ze dat maar. Woorden zijn waardeloos. Woorden zijn net zo verdorven als de wereld. Je kunt ze allebei niet naar je hand zetten. Anders had hier verdomme wel een leuk stukje gestaan.






