Rondpompen van geld voor werkloze jongeren weinig succesvol

Hoe pakken we de jeugdwerkloosheid aan in Nederland? Het is een onderwerp waar minister van Sociale Zaken Lodewijk Asscher zich het hoofd over breekt. Een recent plan voor premiekorting voor werkgevers levert vrijwel niets op.

De problemen zijn fors door de economische crisis: 15 procent van de werklozen zijn jongeren. 122.000 jongeren zitten zonder baan. Nederland benaderde vorig jaar in rap tempo de de recordniveaus van de jaren tachtig. Samen met het kabinet maakte Mirjam Sterk, ambassadeur aanpak jeugdwerkloosheid, een voortvarende indruk bij de start van haar project om meer jongeren aan het werk te helpen. Ze lanceerde allerlei plannen om de werkloosheid te beteugelen. Het kabinet maakte er 50 miljoen euro voor vrij.

Maar de plannen van Asscher en Sterk lijken niet echt veel op te leveren. Werkgevers krijgen een premiekorting van 3500 euro per jaar als ze iemand aannemen met een WW- of bijstandsuitkering. Daar gaat dus een hoop belastinggeld naartoe. Maar de regeling wordt amper gebruikt door werkgevers. Volgens Sterk zijn er slechts 1000 jongeren aangenomen via deze regeling, terwijl het kabinet heeft berekend dat 28.000 jongeren in aanmerking komen voor de premiekorting.

Sterk hoopt dat er tot 1 januari 2016, als de regeling afloopt, alsnog veel jongeren worden aangenomen door bedrijven. Maar of dat ook gaat gebeuren? Het rondpompen van belastinggeld is tot dusverre toch niet helemaal de oplossing om de jeugdwerkloosheid de kop in te drukken. Sterk gaat nu een een nieuwe flyer laten ontwikkelen die jongeren mee kunnen sturen met een sollicitatie. Maar of dat nou ineens massaal meer banen oplevert voor onze werkloze jongeren?