De grootsheid van Vincenzo Nibali: een laatste twistgesprek met mezelf

‘Nou heb je zeker wel genoeg gezien?’

‘Hoezo? Heerlijke Tour, man. Ik zou nog wel een paar bergetappetjes lusten.’

‘Dit is toch niet normaal meer?’

‘Wat?’

‘Jij weet donders goed wat.’

‘Ik neem aan dat je het niet hebt over de 16e plaats van Brice Feillu.’

‘Nee.’

‘Zeg het maar dan.’

‘Heb je ‘m zien wegrijden? Heb je ‘m zien demarreren? Alsof de rest allemaal een dikke dame op de bagagedrager had zitten.’

‘Zijn grote concurrenten zijn weg, he. Hij is de enige toprenner die over is.’

‘Dat is een argument uit de serie “wij hebben wetenschappelijke trainingsmethoden”.’

‘Misschien.’

‘Over die trainingsmethoden gesproken: heb je gehoord hoe vaak het over die intervaltrainingen met die kale Italiaan is gegaan?’

‘Ja. Nou en?’

‘Intervaltrainingen?!’

‘Prima trainingen.’

‘Met een Italiaanse coach!’

‘Nou?’

‘Sprintjes naar de apotheek, ja.’

‘Moet je nou eens goed luisteren, flapdrol. Ik heb het je al eerder gezegd: iedereen is onschuldig tot het tegendeel bewezen is. Waarom geldt dat niet meer voor coureurs? Waarom moeten die zich om iedere versnelling verantwoorden? En waarom kunnen mensen zoals jij niet meer gewoon zonder cynisme genieten van mooie sport, van aanvalslust, van courage, van grinta, van de allesoverheersende wil om te winnen? Waarom moet je er steeds bijgedachten bij hebben?’

‘He! Wacht even! Het is niet zo dat ik erom sta te springen, om die bijgedachten. Ik zou best zonder enig voorbehoud van fijne koers kunnen genieten.’

‘Waarom doe je dat dan niet?’

‘Omdat ik het niet KAN! Omdat het te vaak niet waar bleek te zijn. Ik wil voorkomen dat Nibali mijn Jerzy Kosinski wordt.’

‘Wie?’

‘Jij leest niet veel, he?’

‘Precies even veel als jij.’

‘Dat bedoel ik.’

‘Zeg nou gewoon even wie Jerry Kaminski is, aansteller.’

‘Jerzy Kosinski.’

‘Zeg nou!’

‘Jerzy Kosinski, geboren op 14 juni 1933 in Lodz als Jerzy Lewinkopf, is de schrijver van het boek The painted bird (in het Nederlands vertaald als De geverfde vogel), dat verhaalt over de afschuwelijke ervaringen van een jongen die in de Tweede Wereldoorlog rondzwerft over het Poolse platteland. Later zou blijken dat die ervaringen verzonnen waren, terwijl Kosinski altijd had gesuggereerd dat ze op waarheid waren gebaseerd. Nadat er ook nog een aantijging van plagiaat tegen hem was opgedoken, pleegde Kosinski op 58-jarige leeftijd zelfmoord. De hele literaire wereld had zich van hem afgekeerd.’

‘Zit je nou gewoon terwijl we met elkaar praten op Wikipedia te kijken?’

‘Jij toch ook?’

‘Da’s waar. Wat heeft dit te maken met Nibali?’

‘Kom op: ik wil gewoon niet al te veel emoties voelen bij iets wat misschien anders is dan het nu lijkt.’

‘OK, stel – ik zeg: STEL – dat de overwinningen van Nibali op de een of andere manier anders zijn dan ze nu lijken, wat zou dat dan betekenen?’

‘Dat ze niet helemaal echt zijn.’

‘En dus?’

‘Dat de emoties die ik daarbij heb gevoeld niet echt zijn geweest.’

‘Dus als jij moet huilen bij een verzonnen film…’

‘Dat is anders.’

‘Ik zou niet weten waarom.’

‘Het gaat om een afspraak met de kijker: als iemand mij voorspiegelt dat iets echt is, gebeurt er iets anders bij mij dan wanneer ik van tevoren al op de hoogte ben gebracht dat er fictie in het spel zou kunnen zijn. Bovendien is de wielersport geen literair genre.’

‘Dat zeg jij.’

‘In elk geval geen literair genre dat vals spelen toestaat.’

‘Er is helemaal geen sprake van vals spelen!’

‘Voor zover wij weten!’

‘Dus: er is helemaal geen sprake van!’

‘Wat is er met jouw principes gebeurd?’

‘Wat is er met jouw fantasie gebeurd?’

‘Zeg, zei jij trouwens daarnet ‘flapdrol’ tegen mij?’

‘Kan.’

‘Zou je daar niet eens je excuses voor aanbieden?’

‘Welke gek biedt er nu excuses aan zichzelf aan?’

‘Point taken. Ik herinner je tenslotte nog even aan de manier waarop Nibali wegreed van Nieve. Kleiner schakelen en dan in het zadel ervandoor. Als op een scooter.’

‘Prachtig, he. Wat een sportman. Bescheiden vent, prachtige sporter; wat wil een mens nog meer.’

‘Jaja…’

‘Jij denkt: motortje? Ik zeg je: dat motortje zit in z’n benen, het heet “talent”.’

‘Ik probeer niks te denken, ik probeer echt heel erg om niets te denken.’

‘Heel goed, je begint het te leren.’

‘Mag ik je dan tot slot nog even meegeven dat Nibali gisteren op Hautacam vier seconden sneller omhoog reed dan de opgevoerde Piepoli en Cobo zes jaar geleden?’

‘Ik las het.’

‘Wat denk je ervan?’

‘Niets. Dat is de kunst: niet-denken.’

‘Weet je wat ik denk?’

‘Ik heb een donkergeel vermoeden.’

‘Beter materiaal, dat denk ik.’

‘Goeie. Wanneer spreken we elkaar weer?’

‘Zaterdag, als Tony Martin met drie minuten voorsprong de tijdrit wint?’

‘Doen we! Waar tref ik je?’

‘Ach, dat komt wel goed. We wonen tenslotte in hetzelfde hoofd.’

Lees hier het eerste twistgesprek terug.