Youp en de verdrietdirigenten (over Tokkie- en intellectuelenverdriet)

Een dag na de vliegtuigramp ontving ik een mail van mijn dochters school. Een vroegere klasgenoot van haar had samen met zijn moeder in het neergehaalde vliegtuig gezeten. Ik probeerde een plek te vinden om dit rauwe nieuws in op te bergen. De avond ervoor had ik op internet gruwelijke beelden van de rampplek gezien, de lijken, de lichaamsdelen. Waren de beelden tot nu toe anoniem geweest, na die mail van school kon ik er ineens namen en gezichten aan verbinden.

MIJN verdriet
De volgende dag was het me nog niet gelukt om het verdriet hierover te plaatsen. Ik voelde telkens tranen prikken als ik aan die jongen dacht, aan zijn moeder. Aan mijn eigen mooie, lieve kinderen. Aan de onschuld van het ‘op vakantie gaan’. Het botte terugkeren in een kist. Maar ik huilde niet. Want wat had ik ermee te maken? Hoegenaamd niets natuurlijk. Op internet volgde ik het nieuws op de voet. De reacties. Nog steeds met dat verdriet dat als een nomade door mijn lichaam scharrelde. Na enkele dagen werd dat zwerven een plek op zich. Een hele grote plek weliswaar, maar het was nog altijd MIJN plek. Vol met MIJN verdriet. Na een paar dagen kwam er ook af en toe een traan. MIJN traan. Dat luchtte best op.

Mediageil?
Niet voor lang, want op internet zag ik steeds meer reacties voorbij komen over wat wel en niet mocht in de wereld van het verdriet. Youp van ’t Hek was boos op bekende Nederlanders die hun medeleven betuigden. Hoe haalden zij het in hun botte, maar vooral ledige harses! Of ze wel beseften dat de nabestaanden van de slachtoffers daar helemaal niet op zaten te wachten! De onverlaten!

Ik begreep hieruit dat Youp contact moest hebben gehad met de nabestaanden. Hij wist blijkbaar iets wat ik niet wist, hoe anders kon hij zo stellig het medeleven van een hele groep wegzetten? Ik begreep dat ik vanaf nu op mijn hoede moest zijn, met mijn verdriet. Dat beeld werd versterkt toen ik op Facebook iemand boos zag worden omdat er mensen op datzelfde Facebook waren die iemand hadden gekend uit het neergestorte vliegtuig en daar iets over hadden gezegd. Hoe onfatsoenlijk! Verdriet was een particulier iets, waar niemand ene reet mee te maken had. Wat een mediageile mensen! Oeps, gelukkig had ik nog niets op internet geplaatst. Stel je voor, dat ze zouden denken dat ik mediageil was. Dat mijn verdriet niet voldeed aan de daarvoor heersende normen. Het werd hoog tijd me te verdiepen in die normen, voor ik gruwelijk de fout in zou gaan. Ik las me te pletter. Iedereen vond er wel iets van. Ik had er het hartstikke druk mee.

Huilen met Máxima
De dag van nationale rouw brak aan. Mijn verdriet was al een beetje geland. Nog niet helemaal natuurlijk, er zwierven nog stukjes rond. Nog steeds had ik niet echt gehuild, terwijl dit wel noodzakelijk voelde. Het prikte zo achter mijn ogen. Ik had hier echter nog niets over gevonden op internet. Geen eenduidig advies. Het was me schier onbekend of tranen nou geoorloofd waren of niet. Ik was in ieder geval geen bekende Nederlander, dat scheelde weer.

De tranen kwamen helemaal uit zichzelf toen de eerste kist het vliegtuig uit werd gedragen. Er was geen houden aan. De eenvoudige kist, met die schuifelende beentjes eronder, die zacht uit de buik van dat moederlijke vliegtuig gleed. Het bolle en ouderlijk aandoende vliegtuig dat al die onschuldige en bezoedelde lichamen veilig naar huis had gebracht. Eindelijk. De prachtige, stijlvolle ingehouden ceremonie. Op die plek mocht mijn verdriet even landen. Máxima huilde ook. Gelukkig, het was oké. Ik huilde zachtjes mee. Niet zo mooi als Máxima natuurlijk, en ik had er geen zwarte hoed bij op. (Zou dat erg zijn geweest, denk ik achteraf. Op internet lees ik er niks over.)

Intellectuelenverdriet en Tokkieverdriet
De kisten werden de statige lijkwagens ingedragen. De matzwarte dakkappen met verchroomde lijsten deden me vaag denken aan de kinderwagens van vroeger. Van de wieg tot aan het graf. De stoet begon te rijden. Waardig gleden zij over de weg. Er stonden mensen langs de route. Ik las onderwijl op social media dat sommigen zich daaraan ergerden. Plat, vonden ze het. Er werd iemand uit het publiek geïnterviewd. “Je leeft zo mee, hè,” zei de vrouw geëmotioneerd, “en dan hoort dit er ook bij, dat laatste stukje beleving.” Op internet dachten velen daar heel anders over. Ze mopperden over de bloemen die werden gegooid, het applaus dat klonk als de stoet voorbij kwam. Ik begreep uit de reacties dat dit typisch ‘dom verdriet’ was. Tokkieverdriet. Er waren dus verschillende soorten verdriet. Intellectuelenverdriet en Tokkieverdriet. Deze laatste soort was overduidelijk niet goed. Van de eerste moest ik snel meer weten. Voor een volgende keer. Dat ik niet gedurende de rampperiode zelf het verdrietwiel uit moest vinden. Dan kon ik mij domweg verlaten op de punten waar intellectuelenverdriet aan moest voldoen. Dat scheelde op voorhand een hoop onzeker gehannes.

Schorriemorrieverdriet
Ik hoop dan ook dat Youp tegen die tijd weer het voortouw neemt. Of iemand anders uit het clubje van schrijvende, acterende of denkende intellectuelen. We mogen maar blij zijn met al die mensen die alles altijd zo goed weten. Je moet er niet aan denken dat iedereen gewoon een beetje zijn verdriet gaat uiten. Op zijn eigen persoonlijke manier. Al dat schorriemorrieverdriet. Verdriet van de richel. Want authenticiteit, waar al die kunstenaars en schrijvers het altijd over hebben, is allemaal wel leuk en aardig, maar het geldt natuurlijk niet voor iedere bevolkingsgroep. Anders wordt het een zootje.