Westerse hulpverleners verspreiden ebolavirus (geloven ze in Guinee)

Wegen worden geblokkeerd, voertuigen omsingeld door vijandige bendes en hulpverleners bedreigd met stenen en kapmessen. De bevolking gelooft er niets van dat de Westerse hulpverleners het beste met ze voor hebben. Sterker nog: de mensen in die gekke pakken zouden het dodelijke ebolavirus zélf verspreiden.

Sinds de ebola-uitbraak in maart heeft de ziekte al aan meer dan 660 mensen in West-Afrika het leven gekost. De epidemie is het hevigst in Guinee: volgens de meest recente cijfers overleden daar minstens 314 mensen aan het virus. Adam Nossiter schreef in het dorpje Kolo Bengou een reportage voor The New York Times, die dinsdag werd gepubliceerd in de Volkskrant.

De verslaggever beschrijft hoe hulpverleners en deskundigen worden beschuldigd van het verspreiden van ebola. Is de ziekte op zichzelf al een enorm probleem – er is geen geneesmiddel, meer dan 90 procent van de zieken sterft een snelle dood – het wantrouwen richting hulpverleners maakt het alleen maar moeilijker.

Ongebruikelijke situatie
“Dorpelingen vluchten bij het zien van een naderende Rode Kruis-vrachtwagen. Als een westerling passeert, krijsen de dorpelingen het uit: ‘Ebola, ebola!’, en rennen ze weg.” Volgens Marc Poncin, de noodhulpcoördinator van Artsen zonder Grenzen in Guinee, is het een erg ongebruikelijke situatie.

Dat de medische teams van top tot teen pakken en maskers dragen, die ze na een behandeling verbranden, helpt niet het vertrouwen te winnen, concludeert Nossiter. “Het wantrouwen tegen hulp van buitenaf is diep geworteld. In dit deel van Guinee zijn al meer dan 200 mensen gestorven. Het gebied staat bekend om haar sterke geloof in traditionele religie.” Het lijkt er sterk op dat de dorpelingen meer vertrouwen hebben in de lokale medicijnmannen dan in de westerse dokters.

Lees de hele reportage via Blendle.