Een beter milieu begint bij een ander

Verderop in de straat was een grijs-oranje container geplaatst waarop PLASTIC VERPAKKINGEN stond geschreven. Ik zag hem staan en wist: daar zit ik aan vast. Ik ben nogal van het milieu, moet u weten.

Als kind wilde ik voorzitter van het Wereld Natuur Fonds worden. Nu niet meer, de spatie tussen Natuur en Fonds stoort me mateloos (die tussen Wereld en Natuur beduidend minder), maar nog altijd gaat het milieu me aan het hart. Afstanden onder de vijftien kilometer leg ik per fiets af. Voor verdere reizen gebruik ik het openbaar vervoer. Vliegtuigen mijd ik, ik eet geen vlees, laat geen lichten branden, trek liever een trui aan dan dat ik de verwarming hoger zet, verspil geen water tijdens het tandenpoetsen en veeg mijn bips af met gerecycled toiletpapier. En nu ging ik dus plastic scheiden.

Roomyoghurt
Toen ik een paar dagen later de deur uit ging, besefte ik dat ik de verpakking van de Almhof-roomyoghurt met Spaanse sinaasappel per abuis in de prullenbak had gegooid. Dus: terug naar binnen, verpakking uit de prullenbak gevist, koffiedik en etensresten eraf gespoeld, aluminium deksel terug in de prullenbak gegooid, kartonnen wikkel van de plastic beker getrokken en bij het oud papier gelegd, getwijfeld over de lijm die op de beker achterbleef – is lijm plastic of niet? –, besloten dat dat zo is, beker omgespoeld, afgedroogd, in de zak met plastic gestopt en weer op pad.

Achterop mijn fiets stond een leeg blikje energydrink. Ernaast lag een zak waar croissantjes in hadden gezeten. Ik keek de straat in. Sinds er een ROC is geopend, is het er niet schoner op geworden.

Scooter
Bij een stoplicht stond ik achter een scooter. Er zat een man op in een maatpak en met heel veel gel in zijn achterovergekamde haar, waarin een zonnebril stak. Ik dacht aan de verhoogde kans op longkanker die ik liep zolang ik achter hem bleef staan. Er reden tientallen auto’s voorbij, meestal met enkel de bestuurder aan boord. Aan de overkant op de stoep at een dikke man een hamburger. In een bushokje hing een poster waarop een BN’er, Gerard Joling of weet ik veel wie, reclame maakte voor een of andere leaseautomaatschappij.

Misschien had ik dat laatste er in mijn woede bij gefantaseerd. Want dat was ik: woedend. Jarenlang doe ik mijn best, probeer ik een beter milieu te laten beginnen bij mezelf. Niet om er zelf beter van te worden, maar voor de rest van de wereld. Voor die smerige ROC-kids, voor die salesmanager die te lui is om te fietsen, voor die vetklep met zijn hamburger, voor al die eenzame automobilisten, voor Gerard Joling. En voor wat? We, ‘de goeien’, zijn met te weinig. Ons gedruppel koelt de gloeiende plaat nooit af als de meerderheid hem vrolijk blijft opstoken. Laat dat betere milieu maar eens bij iemand anders beginnen. Vanaf vandaag gooi ik mijn plastic weer gewoon in de afvalbak.

Of misschien moet ik even op vakantie. Over een paar dagen vertrek ik naar Polen. Met het vliegtuig. Wel zo goedkoop.