Het fraaie realisme van Guus Hiddink

Gisteren was het de eerste officiële werkdag van Guus Hiddink als bondscoach van het Nederlands Elftal. Op vrijdag, een beetje vreemd toch, maar bondscoaches zullen wel veel in het weekend werken.

Er werden Guus allerlei vragen gesteld.
Moeilijke vragen, makkelijke vragen, kritische vragen… En Guus maar antwoord geven, want er zijn maar weinig mensen die zo ontspannen de pers te woord staan als het wereldwonder uit Varsseveld.
(Er zijn twee soorten beroemdheden: mensen bij wie het niet per se heel veel uitmaakt waar ze vandaan komen en de mensen bij wie geboortestad, -dorp of –gehucht er om de andere regel bij betrokken wordt. Guus Hiddink uit Varsseveld hoort bij die tweede groep).

Eervol, trots en nul afbreukrisico
De NOS-man van dienst – niet Bert Maalderink, die zat ergens op een tropisch strand omringd door meisjes in hoelarokjes nieuwe, geinige invalshoeken te verzinnen voor het EK van 2016 – vroeg Guus: ‘Guus, wat is dit voor dag voor jou.’
‘Nou,’ zei Guus, ‘ik gebruik niet zo gauw de woorden “eervol” en “trots”…’
Typisch Guus: houdt er niet van om met grote woorden te smijten, maar hij weet ook wanneer hij er niet onderuit kan.
Daarna gebruikte hij de woorden “eervol” en “trots” nog eens, bij hoge uitzondering.
En speciaal, speciaal vond de man uit Varsseveld het ook.

Daarna werd hem gevraagd of hij niet bang was om in zijn eigen voetstappen te lopen. Een nogal vreemde vraag, die ik voor de zekerheid maar als een onhandig geformuleerd compliment beschouwde: je kunt soms bang zijn om in iemands voetsporen te treden (goed, dat kun je anders formuleren) als de voetstappen van die voorganger zo groot en veelbetekenend zijn geweest dat je je kunt afvragen of jij dat zult kunnen evenaren. Kennelijk vond de vraagsteller Guus zo immens groot dat zelfs z’n eigen voetstappen wel eens te groot voor hem zouden kunnen blijken.

Er volgde een nogal wollig verhaal, waaruit de goede verstaander concludeerde dat Guus daar niet heel erg tegen opzag. En, voegde Guus er met die typische Varsseveldse nuchterheid nog aan toe: ‘Ik heb niet zoveel met de term afbreukrisico.’
Dat kwam: hij was al vaak afgebroken.

De NOS-man noemde Guus vervolgens een ‘meester van het instapmoment’.
Wat hij bedoelde was: de Achterhoeker gaat altijd ergens werken waar het niet slechter kan. Dit leek geen ideaal instapmoment: Louis van Gaal had zojuist met een uitgesproken matig elftal de wereld verbaasd.
Vond Guus niet. Hij had niet voor de televisie gezeten in de hoop dat Oranje zou verliezen.
‘Dat zou een menselijke reactie zijn geweest,’ zei de verslaggever.
‘Iedereen is menselijk, hopelijk,’ verduidelijkte Guus, die in sommige werelddelen nog wel eens met God wordt verward. Bovendien had hij een team van mensen om zich heen, mensen die tegen hem konden zeggen: ik vind dat jij of anders of hoe dan ook denkt.
(Ik probeerde mij voor te stellen hoe Danny Blind tegen Guus Hiddink zou zeggen: ‘Ik vind dat jij hoe dan ook denkt.’ Het viel niet uit te sluiten dat Guus dan zou knikken en zeggen: ‘Dat denk ik ook, Danny. Dankjewel voor je gedachte.’).

Realisme kan ook heel mooi zijn
En dat Guus al oud was, en alles had meegemaakt, en bekend stond als een luie coach en niet meer helemaal fit was en al een paar jaar niet meer had gewerkt; was dat nog een punt? Nee, hoor.
Natuurlijk, Guus is de jongste niet meer, maar wat bleek gisteren: Guus denkt niet in kalenderleeftijden. Op die manier kon je eigenlijk nooit te oud (of te jong) zijn, je was altijd zo oud als je je voelde, en Guus voelde zich nog helemaal niet oud. Waterdicht systeem. Daarna onthulde hij zijn plan voor de komende twee jaar: ‘Je moet jezelf een beetje overbodig gaan maken.’
Hier bedoelde hij zichzelf, niet de vraagsteller, die langzaamaan ook overbodig werd, want Guus babbelde erop los, alsof er behalve kalenderleeftijd ook geen tijd meer bestond.
Toen Guus uiteindelijk zweeg, stelde de journalist de vraag waar iedereen zo dolgraag het antwoord op wilde horen: ‘Wat is jouw plan met het Nederlands Elftal?’

Guus had daar een kort antwoord op kunnen geven – hetzelfde als de vorige coach – maar hij koos voor de lange variant, waarin hij ook nog een heel belangrijk advies had voor iedereen in Nederland: ‘Pas op dat je jezelf niet gaat kietelen binnen de landsgrenzen.’
(De kranten van die vrijdag stonden nu juist vol met teleurgestelde beschouwingen over de teleurstellende zege van PSV tegen de Oostenrijkse tweedeklasser Sankt Polten. Het was meer een venijnig knijpen dan kietelen, maar de geboren en getogen Varssevelder had natuurlijk wel een punt: geen gekietel. Nergens goed voor).
‘Realisme, gaan we zien,’ concludeerde de NOS’er.
Guus: ‘Ja, realisme, maar realisme kan ook heel mooi zijn.’
Als iemand dat weet, dan is dat die nuchtere toptrainer uit het oosten van het land wel.

Foto
Na de persconferentie was er nog een klein fotomoment.
Guus, Danny Blind en Ruud van Nistelrooy namen in de tuin van de KNVB in Zeist met z’n drieën plaats op een tweepersoonsbankje.
De locatie kwam het eindresultaat enorm ten goede: Blind zat erbij als een stoere zeeman voor een schuit die kort daarna zal zinken, Van Nistelrooy hing met z’n lange lijf al half buitenboord en Guus zat erbij als de man van twee meter die bij RyanAir per ongeluk in het midden terechtgekomen is.
Je kunt je afvragen of het heel realistisch is om met drie grote mannen op een tweepersoonsbankje te gaan zitten. Maar als dit Guus’ definitie van realisme was, konden we nog heel veel moois verwachten.

Guus Hiddink, officieel de nieuwe bondscoach