Regenvoetbal

Gistermiddag, tijdens de wedstrijd Go Ahead Eagles-FC Groningen, barstte de hemel open. Het begon te regenen en het hield niet meer op; na een tijdje was het waterpeil op het gras van de Adelaarshorst hoger dan in een gemiddeld kinderbadje.

Drie minuten voor tijd dook Jarchinio Antonia van FC Groningen op een voorzet en kopte het winnende doelpunt binnen. Toen hij opstond, leek het of een bewoner van het binnenste van de aarde even aan de oppervlakte kwam koekeloeren.

Kunststoffen plekken met keurige plasjes
Het is natuurlijk geen toeval dat het juist in De Adelaarshorst, een van de echtste voetbalstadions van Nederland, nog geregenvoetbald kan worden. Het komt steeds minder vaak voor, dat voetballers met hun geelroze, knalblauwe of zacht lila met oranje accenten kicksen door de modder moeten ploegen. Dat een hoogwaardig sportterrein dat van alle gemakken is voorzien en met een veld zo strak gemillimeterd als het hoofd van een nieuwbakken soldaat in een halfuurtje verandert in een paar honderd vierkante meter bruine yoghurt, waar de laatste restjes grasmat als vergeten chiazaadjes in ronddobberen – dat gebeurt bijna nooit meer. Voetbalvelden zijn kunststoffen plekken geworden, vol schurend zand en snippers voormalige autoband. Plaatsen waar het water niet weg kan zakken, om de ondergrond traag en zompig te maken, maar waar de regen in keurige plasjes op het oppervlak blijft liggen, als op net gestort asfalt.

In sommige, steeds uitzonderlijker wordende gevallen is het gras nog altijd echt en natuurlijk (zij het wat gelig), maar wordt het nooit meer echt nat, omdat niemand ooit bedacht heeft dat je een dak over een voetbalveld moet verbieden, vermoedelijk omdat er toch geen mens zo gek zou zijn om daadwerkelijk tot overdekt voetbal over te gaan. Overdekt voetballen – het is skiën in een hal bij Landgraaf, het is winkelen op Hoog Catharijne. Is ooit het idee geopperd om een bos te overdekken zodat mensen daar op zondagmiddag zonder noemenswaardige tegenwerking van de elementen kunnen recreëren? En waarom is dat dan eigenlijk niet doorgegaan? Waar is de eerste overdekte zee, waar je het hele jaar in kunt zwemmen zonder enge stromingen of gevaarlijke stormen die je meevoeren om je pas bij de Schotse kust weer los te laten?
Wat is dat toch, met die intense angst voor een modderpoel?

Geur van je jeugd
Op ons oude trainingsveld wilde geen grassprietje groeien; bij het eerste het beste buitje was de zaak naar huidige maatstaven volstrekt onbespeelbaar geworden. Toch heb ik aan die dagen, toen de modder als honing aan de bal kleefde en elk geplaatst laag schot smoorde in een plas, aan de buikschuivers die we na afloop maakten en de kluiten aarde die we tegen de muur van het clubhuis tussen onze noppen uit probeerden te rammen – aan die dagen heb ik de heerlijkste herinneringen.
Geur schijnt de ijverigste conservator van de herinnering te zijn. De geur die ik ruik als ik aan mijn jeugd denk, is die van een nat voetbalveld. Vochtig gras, kousen die bruin worden. De lucht is voller van zuurstof dan die in Davos, je haar plakt op je voorhoofd, de bal is glad en zwaar van het water.
In de verte hoor je het schmopschmop van voetbalkousen in natte kicksen.
Niets, nee niets is mooier dan regenvoetbal.
Het zou eigenlijk beschermd moeten worden.