Waarom komieken vaak depressief zijn

Met de zelfverkozen dood van Robin Williams, een van ’s werelds meest gevierde acteurs en (stand-up)comedians, rijst de vraag: waarom zijn komieken toch zo vaak depressief?

Robin Williams overleed maandag op 63-jarige leeftijd in zijn huis in de Verenigde Staten. Hij zou zelfmoord hebben gepleegd. Volgens zijn vrouw leed hij al jaren aan zware depressies en had hij een drankprobleem, waarvoor hij deze maand wederom naar een afkickkliniek zou gaan.

Het is opvallend hoeveel komieken kampen met zwaarmoedigheid – of preciezer: de overtreffende trap daarvan. Stephen Fry, Ruby Wax, Jim Carrey, Eddie Izzard en Hugh Laurie – zomaar wat collega’s van Robin Williams die lijden of hebben geleden aan zware depressies. En wat te denken van Wim Sonneveld, Wim Kan, Hans Dorrestijn, Dolf Brouwers en Javier Guzman? En, zeer recent nog, voetbalkomiek René van der Gijp. Ook hij lag maandenlang in bed zonder iets te kunnen doen.

Licht en duister
Humor en depressie – ze gaan hand in hand. Is daarvoor een verklaring te geven? Ja. Er zijn, omdat er zo weinig bekend is over het ontstaan van depressies, zelfs verschillende verklaringen voor te geven. In het artikel Do you have to be depressed to be funny van de komiek Bruce Clark – die zelf ook aan depressies lijdt en verscheidene collega’s heeft verloren die zelfmoord hebben gepleegd – beschrijft hij wat volgens hem de reden is dat komieken allemaal van die zwartkijkers zijn:

“Depressie komt bij stand up-comedians vaker voor dan bij de gemiddelde beroepsgroep. En dat komt, denk ik, door het vak zelf. Voor een stand-up comedian is het in de eerste plaats moeilijk om werk te vinden en te houden – simpelweg omdat de beroepsgroep waarin we werken zo specifiek is. Daarnaast is het een van de weinige vormen van kunst die volledige, ongecensureerde autonomie biedt en ervoor zorgt dat gedachten onbelemmerd in het openbaar worden geuit. Vaak wordt ‘spreken in het openbaar’ beschreven als het meest angstaanjagende wat een mens kan doen – je bent namelijk constant onderworpen aan het dreigende gevaar van publieke vernedering. En dat maakt kwetsbaar. Verder moeten wij dood, oorlog, religie, politiek en zelfs depressie omvormen tot onschuldig vermaak. De constante bewaking van een onrechtvaardige wereld wakkert de productie van ongewenste zwarte gal heel erg aan. Cabaretier en depressie horen bij elkaar als licht en duisternis, daar is niets aan te doen.”

Onbewuste therapie
In andere artikelen die over dit onderwerp zijn geschreven, waaronder dit, wordt beweerd dat komedie onbewust gebruikt wordt als therapie voor een depressie. Mensen die aanleg hebben voor depressiviteit zouden zich extra aangetrokken voelen tot het maken van grappen, want als je lacht – of mensen laat lachen – ben je niet verdrietig. Simple as that.

Er wordt dan ook beweerd dat stand-up comedy een soort therapie is: comedians hebben vaak, zo is onderzocht, negatieve ervaringen opgedaan in hun kindertijd. Het gevolg daarvan is een laag gevoel van eigenwaarde en knagende onzekerheid. Door je verhaal te vertellen op een podium – vaak door de draak te steken met juist die onzekerheden – zet je de vervelende gebeurtenissen om in een lach. Na afloop krijg je applaus en gejuich, en je wordt populair onder de mensen. Dat verhoogt je gevoel van eigenwaarde en geeft een stimulans aan je broze ego. Eenmaal thuis, of in een periode dat er niet meer opgetreden wordt, heb je die therapie niet – en steekt die verdomde depressie weer de kop op.