Tom Dumoulin is de nieuwste film van Woody Allen

Gisteren won Tom Dumoulin de tijdrit in de Eneco Tour. Misschien wint hij zondag ook het eindklassement wel. Vermoedelijk zal ik een vreemd soort trots voelen als het gebeurt.

Een paar weken voor de start van de Tour de France liet ik me door de bus van het vakantieachtig ogende treinstation van Maastricht vervoeren naar een wijk net buiten het stadscentrum, waar het eeuwige Zuid-Limburgse geglooi al danig voel- en zichtbaar werd.

Vouwfiets
Daar, bij dat witmoderne van-alle-gemakken-voorzien-huis tegenover een kapsalon waar alle leven uit geweken leek, moest ik wezen, het stond duidelijk in de e-mail.
Ik was te vroeg, een omstandigheid waar ik weinig ervaring mee heb. Dus wandelde ik traag en schijnbaar doelloos door de wijk, om de tijd eronder te krijgen.
Ondanks dat het midden op de dag was, was dit deel van Maastricht nog in diepe slaap verzonken. De huizen stonden log in hun tuinen, de bomen ruisten niet meer en er was een man op een vouwfiets. In de verte hoorde je het geluid dat je altijd hoort op dit soort door een vroege zomerhitte gesmoorde middagen: de schuurmachine.
Achter de gordijnen van de verbouwde hoeves vermoedde ik hier en daar enige beweging: ik werd opgemerkt, mijn dolen werd gevolgd, ik bestond.

Na een kwartier dwalen was ik opeens vijf minuten te laat voor mijn afspraak en ging op een holletje terug naar het witmoderne huis, waar de deur al uitnodigend open stond.
Een lange, dunne jongen liet net twee andere lange, dunne jongens uit.
Met de een had ik een afspraak, de andere twee had ik er niet verwacht. Ik vind dat ingewikkeld, wanneer situaties die ik eindeloos in mijn gedachten heb gerepeteerd anders uitpakken. In de psychologie hebben ze daar een term, drie soorten pillen en een meerjarenbehandelplan voor. Ik hou het erop dat ik gewoon wat weinig flexibel ben.
De enige jongen die ik herkende gaf een hand en stelde zich voor.
Een slanke hand was het, het soort hand dat je verwacht aan te treffen aan het uiteinde van een pianistenarm. Niet bij een coureur.
De andere twee lange, slanke jongens bleken journalist en een fotograaf van een tijdschrift. Toen ik wilde weten wat voor tijdschrift – je moet toch wat vragen – keken ze elkaar veelbetekenend aan, als ouders die op het punt staan hun kind nog even niet te vertellen dat Sint-Nicolaas al 1760 jaar onder de zoden ligt en dus onmogelijk ieder jaar nog door de verwarmingsbuizen het huis kan binnenkomen.
‘Dat zul je vanzelf wel zien,’ zei de journalist.
Daarna dribbelden we achter de coureur aan, die aan van kikkers en hondenpoep vergeven parkje aan de overkant van de weg ging staan poseren met zijn fiets.

Twee boterhammen
Na de fotosessie, de aankomst van mijn fotograaf en hoofdredacteur, een ronde koffie en het smeren van een bescheiden aantal boterhammen (2), interviewde ik Tom Dumoulin.
Ik had mij op hem verheugd zoals je je op de nieuwe film van Woody Allen verheugt: je weet ongeveer wat je kunt verwachten, en echt tegenvallen zal het toch niet doen. Tom leek mij een vriendelijke, intelligente en humoristische jongen. Iemand die je je als vriend zou wensen, als je er nog om eentje verlegen zat.
Je hoort wel eens over interviewers die de afstand tussen interviewer en geïnterviewde slechten, het vraaggesprek ongemerkt in een soort intieme tete-a-tete transformeren en thuiskomen met een tape vol ontroerende ontboezemingen. Zo’n interviewer ben ik niet.
Wanneer een interview vlot verloopt, is dat eigenlijk nooit mijn verdienste: wie mijn interviewbandjes terugluistert (meestal ben ik dat zelf), hoort een nerveus formulerende jongen die iedere stilte vult met informatie over zijn eigen leven en die in een ijzingwekkend onecht gelach uitbarst wanneer de mogelijkheid zich aandient.
Dat Tom Dumoulin vriendelijk bleef doorpraten, dingen vertelde die ik nog nergens gelezen had, was mooi meegenomen. Af en toe werd hij gecorrigeerd door zijn vriendin, een met name vergeleken bij zijn lange lichaam klein meisje met een laptop op haar schoot, die door het huis scharrelde alsof het van haar was – wat bij nadere beschouwing natuurlijk niet zo vreemd was, vanwege… precies.

Woody Dumoulin
We spraken twee uur, ik lachte wat, zei wat domme dingen en Tom lachte een paar keer hard en keek een paar keer oprecht verbaasd, waarbij zijn wenkbrauwen een ommetje over zijn voorhoofd maakten.
Thuis luisterde ik het bandje af – als altijd weer een confronterende bezigheid. Tot slot schreef ik een verhaal, dat verscheen in wielertijdschrift Soigneur, keek de lezer streng aan, hij had iets hautains bijna. Ik wist beter, en u nu ook: Tom Dumoulin is de nieuwste film van Woody Allen.