De grote Erik Cummins-interviewanalyse

Tot dit weekend wist ik bijna niets over Erik Cummins. Ja, dat hij ooit voor FC Utrecht had gespeeld, dat wel. En dat altijd als ik zijn naam ergens las – niet heel erg vaak, maar wel heel erg soms – de gedachte aan een ontbrekende -g in de achterhoede van zijn naam even als een bromvlieg door mijn hoofd zoemde.

Na zondagmiddag is aan die kennis het volgende toegevoegd: Erik Cummins is een teamspeler en hij spreekt alsof iemand met de Erik Cummins-afstandsbediening af en toe per ongeluk op de Fast Forward-knop gaat zitten.
Tegen Excelsior scoorde Erik Cummings (zie je, daar is die G al!) bovendien een grandioos doelpunt – een trap vanuit zijn eigen doelgebied. Vandaar ook dat Erik Cummins na afloop voor de NOS-camera’s “zijn verhaal mocht doen”.
Dat vraaggesprek verliep ongeveer als volgt.

Klap
‘Ja, laten we het eerst maar over de grootste klap hebben, want die heb je zojuist doorgemaakt: jullie verliezen in de laatste seconde, hoe groot is die teleurstelling?’
(Even een paar opmerkingen bij deze vraag. Begin je bij de grootste klap, omdat je die zojuist hebt doorgemaakt, of omdat het de grootste klap is? Als er in de zestigste minuut een tribune instort en je wint in de laatste minuut nog de wedstrijd, begin je als verslaggever dan ook daarmee omdat dat het laatste is dat je hebt meegemaakt, of kies je dan toch voor de grootste klap? Of is de klap die je als laatste hebt gehad ook automatisch de grootste klap? En hoe moeten sporters toch in godsnaam het woordje ‘hoe’ interpreteren in dit soort post-matchinterviews? Het enig mogelijke antwoord is ‘hoe’ te vervangen door ‘heel’ – en dan maar hopen dat mensen niet gaan zeuren dat je altijd van die prefab antwoorden geeft. Zoals Theo Maassen ooit zei: je kunt mensen niet eerst poep laten eten en daarna verwijten dat ze uit hun mond stinken.’
Overigens: maak je een klap door? Krijg je die niet gewoon? Of wordt hier bedoeld dat je de naweeën van een klap doormaakt, en daarmee dus eigenlijk ook de klap zelf steeds opnieuw beleeft? Of zou je in de vraag de woorden ‘klap’ en ‘teleurstelling’ beter van plek kunnen laten wisselen?
En als je vraagt hoe groot iets is, heb je dan al voor de ander vastgesteld dat iets sowieso groot is en dat het antwoord – wat dat ook moge zijn – alleen nog mag variëren in grootte? Waarom zou Erik Cummins niet kunnen antwoorden: ach, zo’n penalty tegen in de laatste minuut, wat kan mij dat schelen? Ik heb een legendarisch doelpunt gemaakt!)

Onnodig
Erik Cummins, op topsnelheid: “Heel groot natuurlijk. Ik bedoel eeeehhh als je onnodig eigenlijk 2-0 achter komt, ik denk dat we het begin van de wedstrijd wel de betere waren, ondanks dat we niet heel veel kansen creëerden, ja, dan komen we dus 2-0 achter en dan uit het niets eigenlijk maken we 2-2, althans, door beter te voetballen in de tweede helft. Ja, als je dan de laatste minuut, eeh, de laatste seconde zelfs een penalty tegen krijgt, ja, da’s een aardige klap inderdaad.”
(Enkele kanttekeningen – het tempo buiten beschouwing gelaten: natuurlijk is die klap heel groot, zegt Erik Cummins. Is dat zo? Je staat een deel van de wedstrijd met 2-0 achter, je creëert dus weinig kansen, scoort een enorm gelukkig doelpunt en verliest dan alsnog. Bovendien ga je ondanks die nederlaag de wereld over als held, als keeper die de bal zo vanuit z’n handen in het vijandelijke doel jast – geen mens die weet hoeveel het uiteindelijk geworden is.
Dan dat ‘onnodig’. Wat is onnodig? Zouden ze bij Excelsior niet ook vinden dat ze die 2-0 onnodig uit handen hebben gegeven? Kunnen we die twee vormen van onnodigheid dan niet gewoon tegen elkaar afstrepen? En hoe onnodig is een achterstand als je zelf geen kansen krijgt en de tegenstander kennelijk wel?
‘Uit het niets’ op 2-2 komen is ook mooi; dat lijkt me toch geen enorme klap? Dat is toch een gelukje keer twee? Of kwam dat door beter voetballen? Als een van de twee doelpunten een in feite mislukte uittrap van je doelman is, kun je dan met droge ogen beweren dat je gelijk komt door beter te voetballen?
En dan die laatste minuut, eeeh laatste seconde. Ook zoiets: is die klap daadwerkelijk groter dan een penalty in de 32e minuut? Omdat je geen tijd meer hebt om je eigen keeper nogmaals in stelling te brengen?)

Slappe hap
“In de eerste helft: was het niet veel te veel slappe hap van jullie kant?”
(Wederom een vraag die de geïnterviewde in een onmogelijke positie manoeuvreert: ontkennen is onmogelijk, dat zou kunnen worden opgevat als het ontkennen van het onontkenbare, want de vraag impliceert: het was slappe hap die eerste helft, geef het maar toe, mannetje)

Lering
“Ja, ik denk dat we aan de bal ook veel te afwachtend waren, niet in durfden te spelen. De trainer zei dat het er een beetje zenuwachtig uitzag, dus. Maar ja. Wat dat betreft moeten we daar lering uit trekken.”
(Wat zegt Erik Cummins hier eigenlijk? Is ‘afwachtend’ een eufemisme voor ‘slappe hap’? Is ‘zenuwachtig’ een ander woord voor ‘afwachtend’? En zou het een trainer iets moeten uitmaken hoe het spel eruit ziet? Moet hij daar niet doorheen kijken, de diepere spelpatronen en strategieën ontwaren?
Er moet lering getrokken worden. Maar waaruit precies? Minder afwachtend spelen? Wisten ze dat bij Go Ahead van tevoren dan niet, dat dat niet goed is?)

Lastig
“Het is misschien gezien de teleurstelling wat lastig om over te praten, maar het is wel iets wat de moeite waard is om over te praten: het is historie, een keeper die scoort. Wat gebeurt er op het moment dat je uittrapt?”
(‘Het is misschien gezien de teleurstelling van het overlijden van je oma wat lastig om over te praten, maar het is wel iets wat de moeite waard is om over te praten: de Koude Oorlog. Het is historie. Wat gebeurt er, op het moment dat de wapenwedloop tussen West en Oost begon?’)

Ooggetuige
“Nou, ik pak de bal, de verloren bal op eigenlijk en ik zie Schalk 1-op-1 staan met de linksback eigenlijk dus ik, nou ja, lange bal naar voren en uiteindelijk – ik let een beetje op Schalk, want die ging onderuit dus ik dacht: misschien heeft ie wel een vrije trap of wat dan ook – en tot mijn verbazing eigenlijk valt die bal in de goal. En het is de aansluitingstreffer inderdaad.”
(Dit is een stukje uitstekend ooggetuigenverslag van een legendarisch doelpunt, maar wel een waar haak en oog aan zitten. Als je een bal naar je medespeler trapt, volg je dan de bal of je medespeler? Hoop je dan dat de pass goed is, of dat je teamgenoot goed rent? Op welk punt vergeet je de vlucht van de bal te volgen als een tegenstander op de grond gaat liggen? Ik wil niet flauw doen, maar mijn tip aan alle keepers van Nederland: volg ten allen tijde de bal.)

Brand
“Had het even tijd nodig, voordat je besefte dat je had gescoord? Ik neem aan dat het je eerste goal is?”
(Je kunt je afvragen of het feit dat het vermoedelijk iemands eerste goal is – rare aanname trouwens, maar goed: eerste goal aller tijden, eerste goal als keeper, eerste profgoal?! – de snelheid van het besef beïnvloedt. Als je huis voor het eerst in brand staat, duurt het dan ook langer voor je door hebt dat het jouw woning is waar die vlammen uit het dak slaan?)

Jezus
“Ja, sowieso m’n eerste goal. Ja, nee, ja, tuurlijk. Opeens zag ik Schenk op me af komen rennen en hij zegt: is jouw goal, is jouw goal. Dus ja, nou ja, maar ja. Het is nu… het is historisch, het is leuk voor de statistieken, maar voor de rest hebben we er niet zo heel veel aan en staan we nog steeds met nul punten.”
(Typisch keepers: hebben een medespeler nodig om door te krijgen dat ze een goal hebben gemaakt. Wanneer doelmannen voor het altaar staan en naar die mooie vrouw naast zich kijken, zijn ze blij als hun getuigen er zijn om ze er van te overtuigen dat dat niet zomaar een meisje in een witte jurk is, maar HUN VROUW. Dan geloven ze het pas.
Mooi ook hoe Cummins een beetje spijtig zegt dat z’n goal historisch is. Miljarden mensen doen hun hele leven tegen beter weten in hun best om iets historisch te bereiken en Erik Cummins doet het zomaar, op een zondag in Rotterdam met wind mee en het lijkt hem nauwelijks te kunnen schelen. Alsof Jezus op Golgotha tegen zijn beulen mompelt: ‘Het is historisch, maar ja, nou ja.’
Ook mooi: de combinatie tussen historie en statistieken. Als iets niet louter leuk voor de statistieken is, dan is het de historie wel. Alsof Jezus op Golgotha tegen zijn beulen mompelt: ‘Het is leuk voor de statistieken, maar voor de rest hebben we er niet zo veel aan.’)

Niet precies
“Toch even hoor, want ik zie je daarna staan en je staat zo’n beetje verdwaasd te kijken, volgens mij durf je nauwelijks te lachen, ik weet niet, misschien uit collegialiteit voor de andere keeper, ik weet het niet precies. Wat gaat er door je hoofd heen dan?”
(Deze vraag kunnen we rustig samenvatten als: ik weet het niet precies).

Neutrale kijker
“Nou ja, ik was vooral verbaasd en wat dat betreft heb ik niet zo veel met Deckers te maken natuurlijk. Voor ons was ik blij dat het de aansluitingstreffer was en voor de rest heeft het voor mij niet zo veel waarde op het moment.”
(Uitstekend antwoord: wat zou je daar een beetje collegiaal gaan staan te doen als je net geschiedenis hebt geschreven. ‘Napoleon, ik zag je een beetje verdwaasd kijken, wat ging er door je hoofd heen?’ – ‘Ik ben natuurlijk blij met deze historische overwinning in de veldslag, maar de oorlog is verloren en daar baal ik flink van. Verder vind ik het natuurlijk hartstikke zonde dat de generaal van de vijand van z’n paard gekukeld is, voor hem en voor de neutrale kijker.’)

Bijna dichtbij
“Je was bijna nog een keer dichtbij, met zo’n verre trap.”
(Als je bijna dichtbij bent, ben je dan eigenlijk helemaal niet dichtbij?)

Helaas
“Ja. Ja, helaas zat die er niet in.”
(Lekker collegiaal naar de keeper van de tegenstander, Cummins!)

Elfmetertrap
“Dan die slotfase hè, jullie krijgen een strafschop tegen. Is het niet heel stom eigenlijk, wat er gebeurt? Dat je de kans geeft om de scheidsrechter in ieder geval die elfmetertrap te geven?”
(Het klopt niet, maar we weten wat je bedoelt, zullen we maar zeggen).

Vaag
“Ik bedoel, dat gebeurt 100.000 keer in een wedstrijd, dat soort dingen en als de scheidsrechter hem geeft in de allerlaatste minuut… Ja, ik denk dat aan de andere kant ook een keertje iemand werd vastgehouden… Dan vind ik het, ja wat moet je ervan zeggen? Lullig.”
(Wonderbaarlijk hoe het tijdstip vaak als argument voor scheidsrechterlijke beslissingen wordt gebruikt: zo en zo vroeg nog geen geel geven, niet in de blessuretijd een penalty… Waar staat dat? En hadden ze nou ook een penalty verdiend of niet? Cummins blijft nogal onduidelijk: ‘ik denk’, ‘een keertje’, ‘iemand’; daar win je geen rechtszaak mee. Wat moet je ervan zeggen? Vaag.)

Hoe?
“De harde feiten zijn: twee wedstrijden, twee keer op de valreep 3-2 verloren, hoe hard komt dat aan?”
(Ah! Daar is de Hoe-vraag weer!)

Aan de bak
“Hard natuurlijk. Ik bedoel eeehhhh, we hadden ons een beter begin van het seizoen voorgesteld en als je na twee wedstrijden met nul punten staat, dan weet je dat je vol aan de bak moet de komende wedstrijden om het recht te trekken, op dit moment.”
(Stel: Go Ahead had twee keer 3-3 gelijk gespeeld. Dan had Erik Cummins gezegd dat je weet dat je vol aan de bak moet de komende wedstrijden om aansluiting te houden, op dit moment. En stel: Go Ahead had twee keer met 3-2 gewonnen. Dan had Erik Cummins gezegd dat je weet dat je vol aan de bak moet de komende wedstrijden om de goede lijn door te trekken tegen tegenstanders die op en top gemotiveerd zullen zijn op dit moment. Conclusie: je weet dat je vol aan de bak moet de komende wedstrijden).

Als
“Als we nou twintig jaar verder kijken, en je bent die nederlaag vergeten, en je bent gestopt als voetballer, dan weet je: dit gaat nog vaak terugkomen, zo’n doelpunt. Dat moet toch – nu nog niet, maar uiteindelijk wel – een bijzonder gevoel geven.”
(Vijf vooronderstellingen in een vraag; dat moet een record zijn).

De boeken in
“Misschien aan het eind van het seizoen of als we veilig zijn, dat je dan terugkijkt op het afgelopen seizoen en dat je denkt: ja, was een mooi moment en je gaat de boeken in, maar op dit moment heb je daar niks aan natuurlijk.”
(Ach ja, misschien, misschien ooit die boeken in. Maar het interview is alvast geboekstaafd, voor over twintig jaar of zo).