Johan Cruijff niet overleden

Johan Cruijff is gisteren niet overleden, dit in tegenstelling tot de – kortstondige – berichtgeving op de site van de Volkskrant.

Met het niet-overlijden van Johan Cruijff behoudt Nederland voorlopig een van zijn grootste internationale iconen. Cruijff staat nog altijd bekend als een van de beste voetballers die Nederland ooit gekend heeft, maar tevens als succesvol trainer en onnavolgbaar analist. De Amsterdammer – uit Betondorp – werd in zijn jaren bij Ajax en Barcelona een icoon van een vernieuwende stijl van voetballen, die op het WK van 1974 in West-Duitsland uitgroeide tot een volstrekt nieuwe tactiek, het Totaalvoetbal.

Het tegendeel bewezen
Steeds weer dwalen mijn gedachten dezer dagen af aan de dagen dat Johan Cruijff ook al leefde, maar nog als een ballerina over het veld zweefde.
Het moeten mooie dagen zijn geweest, waar ik door omstandigheden helaas niet bij kon zijn, want ik was er nog niet. In tegenstelling tot Johan Cruijff, die er toen al wel was, anders kon hij daar immers nooit zijn. Cruijff, de jongen die geboren werd, tiener werd, daarna twintiger en vervolgens dertiger. En maar leven, die man, alsof het niks kost. Inmiddels is hij pensioengerechtigd, in bezit van een kortingskaart voor bus en trein (al denk ik wel dat hij vergeet uit te checken) en tot nader order nog altijd in leven.
Het viel Harry Mulisch al in op een van z’n heldere momenten: ieder levend mens is onsterfelijk tot het tegendeel bewezen wordt. (Mulisch sprak overigens uitsluitend over zichzelf, en niet alleen in dit geval). In de meeste gevallen volgt dat tegenbewijs vanzelf een keer, daar kun je op wachten, al raad ik dat laatste niemand aan, want het vergt zitvlees en een morbide levensinstelling. Johan Cruijff lijkt me echter te behoren tot het soort man dat de dood een loer kan draaien, hem met als wartaal vermomde logica opgetrokken schijnbewegingen het bos in stuurt en lekker verder leeft, een beetje zoals er ook mensen zijn die decennia onder de radar van de Belastingdienst leven.
Misschien vergeet hij het ook gewoon, dat hele sterven. Staat hij over vijftig jaar nog op een magneetbord uit te leggen waarom de opstelling van het Nederlands Elftal niet deugt en vraagt de achterkleinzoon van Jan Mulder opeens: ‘Zeg Johan, wat doe jij hier nog?’
En dat Johan dan uitlegt dat wie leeft dus in feite niet dood kan zijn, omdat het een het ander uitsluit, tenminste, als je gelooft in leven na de dood, wie dus geen leven heeft. En dat je duizend doden kunt sterven en toch doorleven, bijvoorbeeld als die en die aan de bal komt, wat je dus kunt voorkomen door daar te gaan staan.

Dood van de onsterfelijke
De dood is een voorrecht van de sterveling. En je kunt veel van Johan Cruijff zeggen, maar een gewone sterveling is hij niet. Dus mocht Johan Cruijff op een donkere dag tegen alle verwachtingen in toch sterven, dan zal hij de eerste onsterfelijke zijn die overlijdt.
Maar da’s logisch.