Max Verstappen wordt wereldkampioen. En Jos dan ook

Nederlanders zijn geen sterren in de Formule I. Ik bedoel: we zijn geen Finnen, die uit die paar miljoen mensen altijd wel een wereldkampioen weten te persen.

Als Nederlanders überhaupt in de Formule I willen belanden, moeten we meestal een ‘stoeltje kopen’, en als we eenmaal in dat stoeltje zitten, is iemand vaak vergeten een motor in de auto te monteren, of het stuur zit los. Of iets dergelijks.

Jos
De laatste Nederlandse Formule I-rijder van naam was Jos Verstappen. Hij eindigde veel van zijn races in de grindbak, maar daar kon hij vaak zelf niets aan doen. Daarna werd hij veroordeeld voor het ‘belagen van zijn ex’ (wonderlijke formulering), en er was nog een akkefietje met een vriendin en een auto, waarvoor Jos overigens is vrijgesproken. Maar het zou overdreven zijn om te beweren dat zijn leven na de grindbak een picknick is geweest.

Gisteren stond er weer eens een cameraploeg bij Jos op de stoep zonder dat hij zich schaamtevol uit de voeten hoefde te maken. Het was een ploeg van Studio Sport, en ze kwamen in vrede. Wat heet: het was tijd voor confetti en slingers en een bus vol pitspoezen, want de zoon van Jos, Max (vernoemd naar Max Snelheid), treedt in de remsporen van zijn vader. En niet in een gekocht stoeltje, want, zoals Tom Coronel het gisteren bij KvdB omschreef: “Hij is zelf gekocht.”
De interviews vonden plaats in de garage. De muren hingen vol foto’s van Max, die in andere circuits (die zich voor niet-raceliefhebbers in de schemer van het niet-bestaande afspelen) al jaren als een Wunderkind in de rondte scheurt.
Onder een bokaal ter grootte van een fikse kleuter hing een toiletrol.
Verder viel op: een Ikea-klok, allerlei ingewikkelde elektronica en genoeg bekers om tien jaar lang judotoernooitjes mee te stofferen.

Max
Max was een jongen met een door Red Bull gesponsorde pet op zijn hoofd, een gladde kin en de stem van het kind dat hij wettelijk gezien nog was: “Vanaf mijn zevende droomde ik er al van, en nu is het werkelijkheid geworden.”
Dat is – even rekenen – ruim negen jaar. Ik droom al langer van een nieuwe fiets.
Jos sprak liever van ‘wij’: “We zijn hier ontzettend lang mee bezig geweest, nu begint een nieuw hoofdstuk. Het doel was Formule I, daar staan we nu in, en ja, nu begint het echte werk.”
De NOS-verslaggever: “Hij gaat een leven tegemoet van geld, dure hotels, glitter, glamour, verleidingen…” Je zou er bijna zin van krijgen om te gaan autoracen.
Wat zijn je talenten, vroeg de verslaggever aan de jongen met de pet.
“Gas geven.”
“Zo simpel?”
“Ja. Je moet gewoon snel zijn.”
Max bleek, behalve een groot racetalent, ook nog de nieuwe Dr. Clavan:
Verslaggever: “Je bent zestien, dus je hebt natuurlijk nog geen rijbewijs, maar je mag straks wel in een Formule I-auto rijden. Gek.”
Max: “Eigenlijk wel, als je het zo bekijkt. Vanaf achttien mag je pas in een auto rijden en dan rij je toch al in een Formule I-auto.”

Max > Jos
Jos dacht dat we met Max een verbeterde versie van hemzelf zouden gaan meemaken.
De ontwikkeling van Max’ rijstijl was gegaan ‘in samenspraak met mij, eigenlijk’.
Ik heb vertrouwen in de familie Verstappen. Binnen een paar jaar wordt die jongen met die Red Bull-pet wereldkampioen. Natuurlijk in samenspraak met zijn vader, aldus zijn vader.
De grindbak zal er verlaten bij liggen.