Auschwitz, een deprimerende plek

De vakantie duurde nog een dag of vier, en hoewel een deel van mij het liefst alleen maar door Krakau wilde lopen, de wandeling af en toe onderbrekend voor een biertje op het terrasje met de mooie serveerster, overwoog ik geen moment om niet naar Auschwitz te gaan.

De pendelbus vertrok voor het hostel. Op de radio het Poolse equivalent van Arrow Classic Rock. Mijn medepassagiers, voornamelijk jonge Australiërs, leken me fatsoenlijke knapen. Niet van die types die Arbeit Macht Frei-selfies maken voor op hun Tinder-profiel. Toen na anderhalf uur vanuit het zijraam de barakken zichtbaar werden, vielen alle gesprekken stil.

Felroze truitje
Het kamp, tegenwoordig neutraal aangeduid als ‘museum’, kon enkel bezocht worden onder leiding van een gids. Ze was begin twintig, had een zonnebril in het haar en diamantjes in haar oren. Onder een felroze truitje droeg ze een rokje dat ver boven haar knieën ophield te bestaan en sandalen met een flinke hak.

Auschwitz is natuurlijk geen plek om mensen op basis van uiterlijke kenmerken te veroordelen, maar ik had mijn twijfels. Die bleken gegrond. Het was alsof het meisje een kleine dertig zinnen in fonetisch Engels uit haar hoofd had geleerd en die random en op repeat afspeelde. Een droge opsomming van getallen en overbekende feitjes, zonder duiding, vaak onvolledig en niet zelden onjuist. Ze vertelde bijvoorbeeld dat alle concentratiekampen in Polen lagen (wat niet zo is), omdat daar de meeste joden woonden (wat hooguit een van de redenen is).

My group is waiting
Ze sprak door een microfoontje, wij liepen met een zender en een koptelefoon achter haar aan. Op de zender zocht ik de andere gidsen, die niet veel beter bleken, en ik dwaalde af van de groep. Dat was niet de bedoeling. Telkens wanneer ik stilhield om de betekenis van de plek tot me te laten doordringen, werd ik door de gids van een achteropkomende groep opgejaagd, aanvankelijk met de tekst ‘My group is waiting’, later met ‘Go’ en ‘Ksst’.

Hoe langer ik in het kamp was, hoe meer ik me stoorde aan de oppervlakkigheid, de drukte en de haast en hoe minder ik dacht aan de verschrikkingen die er hadden plaatsgevonden. Het symbool van een van de grootste wreedheden uit de geschiedenis bleek inderdaad een deprimerende plek, maar op een geheel andere manier dan ik verwacht had.

Auschwitz II
Mijn Australische vrienden begonnen zich te vervelen. Ze hadden de koptelefoon om hun nek gehangen. In Auschwitz II, het vernietigingskamp dat we later bezochten, rende een van hen een zijstraat in, waar hij uitgebreid zijn behoefte deed. De gids zag het wel, maar ze zei er niets van. Had ze al verteld dat er een miljoen mensen waren omgekomen in het kamp?