Waar is de gevreesde intocht van Roemenen en Bulgaren?

Medio 2013 sloeg de pers alarm: er dreigde een migratiestroom van Roemenen en Bulgaren die per januari 2014 Noordwest-Europa zou overspoelen. Het leverde een geanimeerde politieke discussies op, waarbij onder anderen de Britse premier David Cameron en Geert Wilders driftig garen sponnen. Als we een jaar later de balans opmaken, blijkt het allemaal wel mee te vallen.

Begin 2014 kwamen dan de eerste cijfers over de gevreesde migratie. En inderdaad, er is sprake van een kleine toename. Maar van een invasie allerminst. Het heeft meteen ook effect op de politieke discussie en de berichtgeving in de media. Waar in landen als Nederland en Groot-Brittannië en – in mindere mate België – de pers zich eerder liet opzwepen door conservatieve politici als Wilders en Cameron, wordt het nu opmerkelijk stil. Die horden Roemenen en Bulgaren zijn gewoonweg niet gekomen.
Eerder werden geen inspanningen geschuwd om de arbeidsmigratie uit die landen te weren. Tien lidstaten hadden jarenlang allerlei beperkingen opgelegd aan de komst van migranten uit Roemenië en Bulgarije. Wilden zij zich dan – al dan niet tijdelijk – vestigen als werknemer, dan hadden ze een arbeidsvergunning nodig, tenzij ze konden bewijzen zelfstandige te zijn. Dat had onder meer als gevolg dat een deel van de Bulgaren en Roemenen koos voor een ongeregistreerd verblijf, en dat een opvallend groot deel onder hen (schijn)zelfstandige was. De overgangsmaatregelen golden voor maximaal zeven jaar. Met het verstrijken van deze termijn ontstond een felle discussie, waarin vooral conservatieve politici, zoals Cameron, van leer trokken tegen de EU en haar migratiebeleid. Zowel de meerderheid van de lidstaten als de Europese Commissie bleek echter voorstander van het vrij verkeer van personen. De overgangsmaatregelen moesten hoe dan ook verdwijnen. De Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb zei eind 2013 nog dat politici overwegend beweren dat Roemenen en Bulgaren vanaf 1 januari massaal naar hier zouden komen, terwijl deskundigen juist menen dat de meesten die de afgelopen jaren aan migreren hebben gedacht al gemigreerd zijn. Het eerste verhaal kreeg alom aandacht, maar aandacht voor de zienswijze van de deskundigen was er maar mondjesmaat. De hang naar spektakel heeft geleid tot nogal eenzijdige media-aandacht. En die blijkt medio 2014 toch niet helemaal correct te zijn geweest.
In 2014 blijkt de migratiegolf inderdaad mee te vallen. Een recent persbericht van het CBS laat weten dat ‘het aantal Roemenen dat in Nederland kwam wonen is verdubbeld ten opzichte van de eerste helft van 2013 tot ruim 2,3 duizend’. Een verdubbeling, zeker, maar echt geen schrikbarend hoge aantallen. Sterker nog, het persbericht vervolgt: “Het aantal Bulgaren is niet toegenomen. Zowel in het eerste halfjaar van 2013 als in de eerste helft van 2014 vestigden zich ruim tweeduizend Bulgaren in Nederland.”
Vanwaar dan de – ongegrond gebleken – vrees? Deels komt het door het politieke debat in de aanloop naar de verkiezingen van vorig jaar en de weerslag daarvan in de media. Maar ook cijfers vertekenen het beeld. Zet je de cijfers van de jaarlijkse aanwas van Roemeense en Bulgaarse migranten in een grafiek, dan zie je vanaf 2007 een stijgende lijn. En dat zijn dat enkel de geregistreerde gevallen. Daarbij komt dat mensen tegenwoordig uit ervaring bekend zijn met migratiepatronen. Eén of twee leden van de familie komen vanuit het herkomstland over, en als ze eenmaal werk en een woonruimte hebben, kan de rest van de familie overkomen. Dat was ook zo bij de Turkse en de Marokkaanse gemeenschap, en we beschouwen dat als een indicator dat de meeste Roemenen en Bulgaren hier ook komen om te blijven.
In de praktijk blijkt dat echter wel mee te vallen. Hoe schril steekt dit af tegen de eerdere woorden van David Cameron, die tierde over ‘welvaartstoerisme’ en ‘profiteurs’. Ook elders bespeelden populisten eind 2013 de publieke opinie. In Frankrijk speelde Marine Le Pen zich naar de voorgrond en in Nederland liet zoals gezegd Wilders zich niet onbetuigd. Bulgarijekenners benadrukken onderwijl dat de Bulgaarse gemeenschap in Europa al jaren bijdraagt aan de respectievelijke nationale economieën, onder meer doordat velen van hen ondernemer zijn. Bovendien kunnen Bulgaren gemakkelijk integreren vanwege hun Europese wortels en hun diversiteit.