Dressuur is topsport

Jammer, dat de Wereldruiterspelen er alweer op zitten.
Wat een toptoernooi.
Wat een sport.
Wat een spanning.

Het begon er natuurlijk al mee dat de Nederlandse ploeg niet de sterkste ploeg kon opstellen. Zul je altijd zien: moet het gebeuren, geven de dieren niet thuis. Twee van de vier paarden moesten kort voor de start van het toernooi worden vervangen. Iedereen in paniek, want waar haal je nu zo snel twee geschikte paarden vandaan, die precies op de maat van een klassiek deuntje het juiste been de lucht in gooien?

Moeilijkheden
Blijken ze bij de Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie gewoon een heus Rabo Talentenplan te hebben! Dus wij zitten te kijken naar toppers als Jerich Parzival N.O.P.  en Huppelepup Blue Wonder, maar achter de schermen wordt er alweer een nieuwe generatie topbeesten klaargestoomd voor de komende vijf Olympische Spelen.
Ik weet niet hoe het met u zit, maar er viel een last van mijn schouders toen ik het hoorde. Wij kunnen vooruit.
Volgens bondscoach Willem Ernes had iedereen de teleurstelling goed opgepikt en was de teamspirit enorm groot. Dat zag je er ook wel aan af: de zaak oogde als een geoliede machine, met paarden die voor elkaar door het vuur gingen, figuurlijk dan.

En natuurlijk waren er ook tijdens het toernooi wat probleempjes te noteren. Zo waren de omstandigheden alles behalve eenvoudig.
Het regende.
Ik weet niet of u wel eens in een bak zand met een volwassen kerel op uw rug heeft moeten dansen op Eric Satie of zo’n andere hals, maar dat moet je dus niet in de regen doen. Loodzwaar. (Je zou zelfs van paardonterende toestanden kunnen spreken als je niet wist dat deze paarden er zelf voor gekozen hebben en dat ze er rijkelijk voor worden beloond).
Een van de reservepaarden keek in het begin van z’n kür een paar keer in het publiek. Dat zijn beginnersfouten, dat kun je zo’n beest niet aanrekenen, maar spijtig is het natuurlijk wel, want in het publiek kijken, daar is zo’n jury streng op. Kost je zo een halve punt en voor hetzelfde geldt val je als Nederland gewoon naast het podium omdat zo’n beest van de weeromstuit een steelse blik in de tribune werpt – bijvoorbeeld omdat ie nog nooit een tribune heeft gezien.
Sta je dan, met je Rabo Talentenplan.
Het zijn talenten, en talenten maken nu eenmaal fouten.

Vragen Vragen Vragen
Na afloop van het toernooi – BRONS! RONDVAART! – bleven drie vragen hangen.

1. Hoe gaan we het gat met Duitsland dichten?
2. Hoe veilig zijn onze paarden in Nederland?
3. Hoe lang kan ons paradepaardje Jerich Parzival N.O.P. nog mee?

Het antwoord op de vraag hoe we over twee jaar de vloer gaan aanvegen met die Duitse biefstukken, getuigde van een heldere kijk op de zaak: ‘Veel oefenen.’ Toch zou ik hier liever van ‘trainen’ of ‘knallen’ willen spreken; ‘oefenen’ klinkt me te veel als blokfluitles of landschapjes borduren in de oren. Wie topsport bedrijft, beukt, ramt, gaat tot het gaatje en het uiterste, haalt eruit wat erin zit en zet alles opzij voor dat ene doel: de perfecte kür. Er zijn geen kleine landen meer in de dressuur, de top wordt ieder jaar breder en de druk heviger. Over twee jaar eist het hele land een ‘plak’; dan moet je meer hebben gedaan dan ‘oefenen’.

Of onze paarden veilig zijn in Nederland – men doelt hier vanzelfsprekend op de verkoop van paarden aan sjeiks en oligarchen, die hele horsedreamteams bij elkaar kopen – blijft onduidelijk. Nederland blijft natuurlijk in de eerste plaats een paardenopleidingsland; dat moet je gewoon accepteren. En er zijn wel afspraken gemaakt met de eigenaren, maar we weten natuurlijk allemaal wat een afspraak in de wereld van de dressuur waard is…

Topsport
En hoe lang Jerich Parzival N.O.P. nog mee kan? Hij is tenslotte 17 en met de Spelen in Rio al 19, een veteraan op vier benen dus. Ruiter Adelinde Cornelissen stelde ons bij de NOS gerust: ‘Hij is fit en fris en zo lang hij het spelletje nog leuk vindt, gaan we door.’
“Het spelletje”… “leuk”… Ik hoop dat ze bij de Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie wel weten waar ze mee bezig zijn.
Met topsport, laat dat duidelijk zijn.