De elektronische sigaret: effectief middel om te stoppen of opstapje naar het echte werk?

Roken is een van de belangrijkste vermijdbare oorzaken van vroegtijdige sterfte in Nederland. En toch rookt ongeveer een kwart van de volwassenen in ons land. Het gros daarvan doet dat op de conventionele manier, door middel van een sjekkie, peukie of een sigaartje. Maar een kleine, gestaag groeiende groep gebruikt de elektronische sigaret.

Met deze alternatieve versie wordt de nicotine samen met waterdamp ingeademd, waardoor schadelijke stoffen als teer en andere chemicaliën, die in conventionele sigaretten voorkomen, niet het lichaam binnen gaan. Daarbij is de hoeveelheid nicotine in een elektronische sigaret makkelijk te reguleren, waardoor het als hulpmiddel voor het minderen, en op den duur stoppen met roken gebruikt kan worden.

Op het eerste gezicht lijkt de elektronische sigaret ten opzichte van roken dus de minst erge van twee kwaden. Maar daar zijn de meningen over verdeeld. De Wereldgezondheidsorganisatie WHO wil namelijk dat het roken van de elektro-peuk aan meer regels verbonden gaat worden. Zo zou er, net als met het roken van sigaretten, een verbod voor openbare ruimtes moeten komen.

Het belangrijkste argument daarvoor is dat de elektronische sigaret helemaal niet zo goed is als gedacht wordt. De WHO wijst op de mogelijk schadelijke gevolgen van de damp, die nog onvoldoende onderzocht zijn. Daarbij is volgens het rapport van de organisatie de e-sigaret verkrijgbaar in ‘voor jongeren mogelijk aantrekkelijke smaken’. Hierdoor kan de elektronische peuk een opstapje vormen naar het echte werk.

Maar ook dat is geen wet van Meden en Perzen. Volgens een onderzoek van de University of California in San Francisco is er wel degelijk een verband tussen de opkomst van de e-sigaret en het echte werk. De resultaten komen overeen met een ander onderzoek dat uitgevoerd werd onder 75.000 jongeren in Zuid-Korea.

Maar deze zogenoemde ‘gateway theorie’ wordt ook weer weerlegd, onder andere door Michael Siegel, hoogleraar aan de Boston University School of Public Health. Hij noemt het een ‘mythe’ dat jongeren door gebruik van de elektronische sigaret eerder aan het roken zouden gaan. Siegel gaat zelfs zo ver dat hij de e-sigaret de hemel in prijst als een ‘middel dat enorm potentieel heeft om de publieke gezondheid te verbeteren’.

In Nederland valt de e-sigaret niet binnen de Tabakswet, om de simpele reden dat deze geen tabak bevat. Daardoor is er ook geen leeftijdsgrens op het kopen van de elektronische sigaret, terwijl deze dus wel degelijk de verslavende stof nicotine bevat. Op dit gebied zou een wetswijziging dus logisch zijn, en een leeftijdsgrens van 18 jaar gepast.

Vooralsnog is er veel onduidelijkheid en kunnen beleidsmakers er moeilijk op anticiperen.  Moet de e-sigaret verder aan banden worden gelegd, of is het juist een goed middel dat stoppen kan tegengaan? Stemt u hieronder.