De hardnekkige dagdromen van Cosmin Moti

In het hoofd van Cosmin Moti wemelde het altijd al van de dagdromen. Sinds kort was het echter erger dan ooit en werd zijn wakende leven beheerst door een enkele droom, die hem maar niet met rust leek te willen laten.

’s Nachts lag hij wakker en staarde hij urenlang naar het plafond zonder dat er een gedachte in zijn hoofd langs zeilde, maar overdag kwam hij tot niets: hij kon alleen maar dromen van dat ene, dat ongelofelijke, dat absurde.

Hij kon er niets aan doen, hij was ervoor in therapie geweest, op vraag van zijn vriendin, die intussen de vriendin van iemand anders is, want ze zeurde zo veel en ze kwam iemand tegen die daar dol op was, op zeurende vrouwen.
‘Ga gewoon eens praten,’ zeurde de vriendin. ‘Baat het niet, dan schaadt het niet.’ Daarna voegde ze eraan toe dat ze haar biezen zou pakken als het niet snel beter zou gaan. Die uitdrukking gebruikte ze, ‘mijn biezen pakken’. Het moest als een dreigement klinken, maar Cosmin hoorde slechts hoop.
Om van het gezeur af te zijn, maakte hij een afspraak op een dag dat hij niet hoefde te trainen. Hij kon de volgende ochtend al terecht. Cosmin Moti woonde toen nog in Boekarest, de dokter woonde nauwelijks twee straten verder. Toch reed Cosmin erheen in zijn ouwe Mercedes.

De dokter droeg geen witte jas, maar een ruitjesoverhemd. Aan zijn voeten had hij sandalen. Sandalen met sokken erin.
‘U bent hier niet uit vrije wil,’ zei de dokter. Het was geen vraag, het was een vaststelling.
‘Nee,’ zei Cosmin Moti, die niet altijd de waarheid sprak, maar toch zo vaak als redelijkerwijs mogelijk voor een man met een buitenechtelijke relatie.
‘U bent hier omdat uw omgeving – uw vrouw, uw ouders, uw kinderen misschien – u hebben gevraagd om hierheen te komen,’ ging de dokter voort.
Cosmin Moti knikte.
‘U vindt het zelf niet nodig, lijdt niet onder eventuele klachten, al denkt uw omgeving daar anders over.’
Weer knikken.
‘Zou het kunnen dat uw omgeving misschien toch ergens een klein beetje gelijk heeft?’

Cosmin Moti keek naar de handen van de dokter, die op borsthoogte verstrengeld tussen hen in hingen. Witte haartjes, ouderdomsvlekken.
En weer knikte hij, trager dit keer.
‘Zullen we daar plaatsnemen?’
De arts wees naar een serre, een onhandig gebouwd glazen aanhangsel dat zijn behandelkamer iets van een kas gaf. Midden in die aanbouw stonden twee bruine fauteuils tegenover elkaar, met een tafeltje in het midden.
Ze namen plaats, de dokter en de verdediger van Dinamo Boekarest.
Wat er in die serre besproken is, valt vanzelfsprekend onder het medisch beroepsgeheim.
De sessie duurde een uur en een kwartier en kostte 55 euro.

Bij het afscheid stak de dokter Cosmin zijn rechterhand toe. De witte haartjes, de bruine vlekjes.
Cosmin schudde hem.
‘U bent niet ziek,’ verzekerde de dokter. ‘U fantaseert over het onmogelijke. Dat kan, dat is menselijk, dat is zelfs gezond. Zolang u in elk geval niet gelooft dat u daadwerkelijk ooit op doel zult komen te staan in een belangrijke Europacupwedstrijd na een rode kaart van de keeper, omdat er geen wissels meer over zijn, waarna u in de beslissende penaltyreeks maar liefst twee penalty’s stopt, is er in feite niet zoveel aan de hand. Ik droom van de dag dat Cleopatra mijn praktijk binnenwandelt, dat zal waarschijnlijk ook nooit gebeuren. Dromen houden mensen gaande, vergeet dat niet. Tot ziens, meneer Moti.’
De dokter kneep zacht in Cosmin Moti’s hand. Daarna ging de deur van de praktijk weer dicht.

Even stond Cosmin Moti verloren op de stoep, zijn adem was een wolkje en de dagdroom fladderde onhoudbaar weer door zijn gedachten. Waar stond zijn Mercedes ook alweer? Hij had geen flauw idee, hij wist niet eens of het hem iets kon schelen dat hij het niet meer wist.
Tenslotte wandelde hij naar huis, om zijn zeurende vriendin mede te delen dat het uit was. Hij glimlachte, want in zijn hoofd was de wedstrijd net bij de beslissende penalty aanbeland.