Waarom we Syrië niet mogen vergeten

We hebben het steeds over het terreurbewind van ISIS in Irak – en terecht – , maar we lijken de mensonterende situatie in Syrië intussen een beetje te vergeten.

Het Midden-Oosten staat in brand en het Westen, inclusief president Barack Obama, staat erbij en kijkt ernaar. Oké, het is niet zo dat het Westen helemáál niets doet, maar heel veel doen we op het moment ook niet om te voorkomen dat christenen, yezidi’s en andere minderheden worden vervolgd en uitgemoord door terreurgroep ISIS.

Praten en discussiëren over wat ISIS in met name Irak doet, doen we overigens wel graag en vaak. Maar we vergeten een beetje dat Irak niet het enige land in de (toch al instabiele) regio is dat op instorten staat. Het door burgeroorlog geteisterde en zelfs verscheurde buurland Syrië zorgt eveneens voor steeds meer slachtoffers.

Het laatste nieuws uit Syrië: volgens VN-vluchtelingenorganisatie UNCHR zijn meer dan drie miljoen Syriërs het land uitgevlucht om te ontkomen aan de bombardementen, de gevechten en de honger. Van die drie miljoen vluchtelingen zijn de meeste Syriërs naar Libanon gevlucht (1,14 miljoen), Turkije (815.000) Jordanië (608.000). Ook in Syrië zelf lopen nu zo’n 6,5 miljoen vluchtelingen rond.

Volgens de vluchtelingenorganisatie heeft bijna de helft van alle Syriërs hun eigen huis moeten verlaten door de burgeroorlog. Het is vrijwel niet voor te stellen hoe het is om ineens met het hele gezin te moeten vluchten en alles te moeten achterlaten omdat je anders wordt vermoord door aanhangers van president Assad of zijn tegenstanders, waaronder de aanhangers van ISIS.

Het klinkt misschien wat al te makkelijk om het zo even te zeggen, maar voor de mensonterende situatie in Syrië mag best wel wat meer aandacht voor zijn in de discussies en debatten over hoe we ervoor zorgen dat het Midden-Oosten een stabielere regio wordt dan het nu is.