‘Ik wil je bellen, slet!’

Er zijn plekken waar vrouwen over het algemeen niet graag versierd worden. Een vrijwel verlaten park bijvoorbeeld, een parkeergarage, een onbevolkt bushokje of een donker steegje.

Een openingszin die op genoemde locaties – maar eigenlijk nergens – tot succes leidt is: “Pssst schatje! Geef me je nummer. Ik wil je bellen, slet!” En ook goedbedoelde complimenten over billen, borsten en genitaliën kunnen bij een eerste ontmoeting beter achterwege worden gelaten. Easy peasy lemon squeezy, zou je denken, als je niet beter wist.

Deze week is er een burgerinitiatief gestart om straatintimidatie strafbaar te maken. Belediging en bedreiging zijn al strafbaar, stellen de initiatiefnemers, dus waarom is dat nog niet het geval voor straatintimidatie? Op het moment van schrijven hebben 10.053 mensen getekend. Om het onderwerp en een wetsvoorstel op de agenda van de Tweede Kamer te krijgen, zijn 40.000 handtekeningen nodig.

Waren het maar altijd de usual suspects
Gesis en koosnaampjes toegeworpen krijgen en de daaropvolgende ‘hoer’ of ‘slet’ als je niet terstond en al wimperwapperend je telefoonnummer declameert – het is een alledaagse samenvloeiing van belediging en bedreiging waar elke vrouw die zich niet hermetisch van de buitenwereld afsluit mee te maken krijgt. En waren het maar altijd de usual suspects. Een keurige heer in een chique oldtimer kan dezelfde obsceniteiten naar je hoofd slingeren als drie Marokkaanse jongens op een scooter, leert de ervaring.

Sneeuwbal met een steen erin
De eerste keer dat een jongen me ‘slet’ noemde was ik dertien en maagdelijk als Maria. Ik had een kortstondige kinderromance met Barrie, die tijdens het fietsen een sjekkie kon draaien op het stuur van zijn mountainbike. Zijn jongere broertje had me in het voorbijgaan meer dan eens bespuugd. Barrie zelf, die de dichtstbijzijnde stad ‘het buitenland’ noemde, had voorafgaand aan onze zomerliefde eens een sneeuwbal met een steen erin naar me gegooid.

Zijn moeder, een vrouw met een dof peper-en-zoutpermanentje, ontmoette ik bij een van zijn voetbalwedstrijden, waar ze driftig gebarend langs de lijn stond. “Hou je homohanden bij je,” riep ze naar een blozend jongetje van de tegenpartij, waarna ze een trekje van haar filtersigaret nam en in het gras rochelde. “Ik heb er geen zin meer in,” zei Barrie toen we na de wedstrijd terug naar huis fietsten, en sloeg zonder om te kijken een zijstraat in. Een paar weken later zag ik hem aan de overkant van de straat staan. “Slet!” riep hij. Zijn moeder had ongetwijfeld geglunderd van trots.

Pssst-pecunia
Grofweg zestien jaar later herken ik een hardvochtige tokkie uit duizenden en ben ik de tel allang kwijt. Er was nog dat groepje op een TMF-schoolparty. En die ene jongen in de fietsenkelder. Alles daarna is een soort balkenbrij van hoeren, sletten en kutwijven, gekookt in een bouillon van bitches en hoes.

Ik verwacht niet veel heterdaadjes, mocht de wet er komen. En de staatskas zal niet direct volstromen met pssst-pecunia. Maar nét dat verschil tussen gewoon een smeerlap en een strafbare smeerlap zorgt er misschien voor dat vrijwel verlaten parken, parkeergarages, onbevolkte bushokjes en donkere steegjes een heel klein beetje veiliger voelen.