De kolibrie: zoetekauw van het vogelrijk

Kolibries hebben geen smaakreceptor voor zoete smaken, maar voeden zich toch met het suikerrijke nectar. Biologen ontdekten dat de vogelsoort zijn receptor voor de smaak umami heeft omgetoverd om zoet te herkennen.

Net als kippen en een heleboel andere vogels, hebben ook kolibries geen receptor voor zoete smaken. Voor de meeste vogels vormt dat geen probleem, omdat ze leven van insecten. Maar sommige soorten, zoals de kolibrie, eten uitsluitend nectar. Hoe zij hun zoete maaltijd dan wel weten te vinden, was tot dusver een raadsel.

Maar de Amerikaanse biologe Maude Baldwin ontdekte, samen met haar collega’s aan Harvard University, dat de kolibrie een andere smaakreceptor, die voor umami, heeft omgevormd tot zoetsmaker. Umami is, naast zout, zoet, zuur en bitter, een van de vijf basissmaken. Genetisch onderzoek op de receptorgenen van de kolibrie bracht aan het licht dat minstens negentien van de aminozuren zijn gemuteerd om zoete smaken te herkennen.

Om hun bevinding te staven, keken de onderzoekers hoe de umamireceptor van kolibries, kippen en schoorsteengierzwaluwen reageert op suiker en kunstmatige zoetstoffen uit lightcola. Enkel de receptor van de kolibrie gaf een blijk van herkenning. Gedragtests met twee kolibriesoorten toonden vervolgens aan dat de diertjes suikerwater prefereren boven gewoon water.

Volgens Baldwin is zo’n ‘herbestemming’ van smaakreceptoren bijzonder zeldzaam in de natuur. De biologe wil nu onderzoeker of ook andere nectarvogels, zoals de honingeter, een soortgelijke genmutatie hebben. En of de kolibrie dan wel het verschil smaakt tussen zoet en umami. ‘Anders zou dat betekenen dat pakweg sojasaus hetzelfde smaakt als frisdrank.’