Onuitgebracht hoofdstuk laat donkere kant van Roald Dahl zien

De boeken van de Britse schrijver Roald Dahl behoren tot de bekendste kinderboeken ooit geschreven. Verscheidene van zijn verhalen werden bewerkt voor het witte doek. Een van zijn bekendste daarvan is misschien wel Charlie and the Chocolate Factory, in het Nederlands bekend als Sjakie en de Chocoladefabriek.

Het verhaal over het arme jongetje Sjakie dat na het vinden van een gouden wikkel in een reep chocolade een rondleiding krijgt door de magische chocoladefabriek van Willy Wonka spreekt enorm tot de verbeelding. De moraal van het verhaal komt tot uiting door de kinderen die samen met Sjakie op de rondleiding door de fabriek mogen. Op voor hen pijnlijke wijze wordt duidelijk waarom zij uiteindelijk niet geschikt zijn om de excentrieke Willy Wonka op te volgen als directeur van de fabriek.

Maar zoals in bijna alle kinderverhalen komen ook de antihelden er zonder veel kleurscheuren van af. De een is een beetje uitgerekt, de ander is nogal gekrompen en een derde is blauw geworden.

Maar dat Dahl eigenlijk iets veel gruwelijkers in gedachte had voor de verwende, luie, of gulzige kinderen blijkt uit een nooit uitgebracht hoofdstuk, ‘The Vanilla Fudge Room’. De Britse krant The Guardian publiceerde een voorproefje daaruit.

In het geschrapte hoofdstuk vallen twee kinderen in een buis die naar de Pounding and Cutting Room (hak- en snijkamer) leidt. Een weinig aan de verbeelding over latende omschrijving van wat er in die fabriekshal met de fudge gebeurt. 
Don’t say I didn’t warn them,” Mr Wonka declared. “Your children are not particularly obedient, are they?”
But where has it gone?” Both mothers cried at the same time.
“What’s through that hole?”
That hole,” said Mr Wonka, “leads directly to what we call The Pounding And Cutting Room. In there, the rough fudge gets tipped out of the wagons into the mouth of a huge machine. The machine then pounds it against the floor until it is all nice and smooth and thin. After that, a whole lot of knives come down and go chop chop chop, cutting it up into neat little squares, ready for the shops.”
“How dare you!” screamed Mrs Rice. “I refuse to allow our Wilbur to be cut up into neat little squares.”Of de kinderen echt aan stukken gehakt worden, valt nog te bezien. Een van de Oempaloempa’s suggereert het wel in het volgende versje:“Eight little children – such charming little chicks. But two of them said “Nuts to you,’ and then there were six.”(Bron: The Guardian)

Het duistere hoofdstuk heeft het om voor de hand liggende redenen (niet bepaald een verhaaltje voor het slapengaan) niet gehaald tot het boek. Naar verluidt vond Dahl het zelf ‘te wild, verontrustend en ongepast voor jonge Britse kinderbreintjes’. Waarschijnlijk had supermarktketen Aldi ze bovendien uit de schappen verwijderd.