Schokkend: de macht van neofascisten in Oekraïne

In de Oekraïense regering hebben extreemrechtse politici cruciale posten in handen, zoals die van vice-premier en minister van Defensie. Wat zijn dit voor mensen, en hoe ver reikt de invloed van het neofascisme in Oekraïne?

Volgens de Russische president Vladimir Poetin was de invasie van de Krim noodzakelijk om de etnische Russen daar te beschermen tegen de ‘nazistische en antisemitische Oekraïners’. Westerse regeringen op hun beurt verwijten Poetin – zelf ook niet vies van contacten met extreemrechts – juist voorwendselen te verzinnen voor het binnenvallen van Oekraïne. Hoewel Poetin daar ongetwijfeld minder altruïstische motieven voor had dan hij de buitenwereld wil doen geloven, is het een feit dat een aanzienlijk deel van de regering in Kiev – en van de demonstranten die haar aan de macht brachten – inderdaad onder fascistische invloed staat.

Een duidelijk bewijs hiervan is de opkomst van Svoboda, een van de meest invloedrijke extreemrechtse bewegingen van nu. Representanten van de partij staan bekend om hun afkeer van kleurlingen en homoseksuelen. Ook joden moeten het regelmatig ontgelden, hetgeen al resulteerde in een oproep van het Joods Wereldcongres aan de EU om Svoboda – net als de Griekse Gouden Dageraad en het Vlaams Belang – te verbieden, omdat de beweging een gevaar zou vormen voor de veiligheid van joden in Oekraïne. Een van de eerste acties van de nieuwe regering, waar Svoboda deel van uitmaakt, bestond uit het uitroepen van het Oekraïens tot enige formele taal van het land, wat nogal tegen het zere been van de Russische minderheid was. Daarna probeerden de nieuwe machthebbers een bestaande wet ongedaan te maken die het verbiedt de misdaden van het fascisme te bagatelliseren.

Wolf in schaapskleren
Svoboda werd midden jaren negentig opgericht onder de toenmalige naam Sociaal-Nationale Partij. Geheel in lijn met het nazi-erfgoed bedient de Sociaal-Nationale partij zich openlijk van fascistische symboliek, in dit geval het Wolfsangel-embleem. Verder doet haar naam denken aan die van de Duitse nazi’s, de Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei (NSDAP). Het lidmaatschap was voorbehouden aan etnische Oekraïners. In 2004 gaf de partij zichzelf haar huidige naam, Svoboda, dat ‘Vrijheid’ betekent, en ontdeed zich van al te duidelijke nazi-retoriek. Wel bleef ze neonazistische waarden nastreven.
In de tien jaar die volgden, zag de partij haar electorale aanhang groeien. Na de Majdan-protesten verwierf Svoboda invloed in de allerhoogste kringen. Zo kreeg ze met Oleksandr Sytsj iemand op de positie van vice-premier. De wereld sprak schande van Sytsj’ uitspraken over abortus en over vrouwen die verkrachting zouden uitlokken; hij had gezegd dat ‘vrouwen moeten leven op een manier waardoor ze geen risico lopen op verkrachting, dus bijvoorbeeld geen alcohol drinken of zich in dubieus gezelschap begeven’.

Aanhangers van het extreemrechtse Pravy Sector
Aanhangers van het extreemrechtse Pravi Sektor

Svoboda kreeg ook de ministeries van Milieu en – van cruciaal belang in Oekraïne – Landbouw. Milieuminister Andrij Mochnyk geldt als de rechterhand van de fractieleider van Svodoba in het Oekraïense parlement, Oleh Tjahnybok. Hij ziet – naast criminele ‘buitenlanders’ – Rusland als het grootste gevaar voor zijn land, omdat ‘Rusland de Oekraïners wil onderdrukken, de rijkdommen wil beheersen en de toenadering tot de EU wil saboteren’. In 2012 zei hij dat de Oekraïners ‘net zo zwaar hadden geleden als de joden’ en dat de Holodomor-genocide, de door het Sovjet-regime gecreëerde hongersnood in de jaren dertig die het leven koste aan 7,7 miljoen mensen, de Oekraïense bevolking ‘bijna geëlimineerd had’.

Joseph Goebbels Politiek Onderzoekscentrum
Landbouwminister Ihor Sjvajka deed vooral van zich spreken in zijn voortrekkersrol in de strijd tegen schaliegas. Privé kwam hij in 2013 in een kwaad daglicht te staan toen een van zijn ex-vrouwen – hij is drie keer getrouwd geweest – hem ervan beschuldigde hun kind te hebben ontvoerd. Sjvajka bracht het kind later dat jaar weer terug bij zijn ex. Met oud-admiraal Ihor Tenjoech had Svoboda een ervaren rot als minister van Defensie, totdat hij op 25 maart opstapte vanwege zijn besluiteloosheid rond de annexatie van de Krim. Svoboda-lid Oleh Machnitski was tot zijn aftreden in juli procureur-generaal. Nu wordt die positie bekleed door Vitali Jarema van de Batkivsjtsjyna– oftewel Vaderlandspartij van Joelia Timosjenko, die als centrumrechts te bestempelen is.

Hoewel de partij tegenwoordig haar nazi-ideologie probeert te verdoezelen, is die nog steeds alom aanwezig. Zo is het parlementslid Joeri Michailisjyn de oprichter van het Joseph Goebbels Politiek Onderzoekscentrum. De Holocaust noemde hij een ‘heldere periode’ in de geschiedenis van de mensheid.

Volgens de Zweeds-Amerikaanse Oekraïne-expert Pers Anders Rudling, hoogleraar aan de Lunds universitet, zijn er ook nog regeringsposten die niet rechtstreeks in handen zijn van Svoboda, maar wel binnen haar invloedsfeer vallen. Rudling doelt daarbij onder meer op posten die in handen zijn van de Vaderlandspartij. Een daarvan is die van Arseni Jatsenjoek, de minister-president. Jatsenjoek is bankier en zeer westers georiënteerd. Hij is niet openlijk fascistisch, al ontkent hij wel stelselmatig het gerucht dat hij joodse wortels zou hebben, mogelijk vanwege de antisemitische sentimenten binnen zijn partij.

Ook Andrij Paroebij is van de Vaderlandspartij. Hij was tot zijn terugtreden begin augustus de secretaris van de Nationale Veiligheids- en Defensieraad, waaronder onder meer het leger, de politie, de rechtbanken en de inlichtingendienst vallen. Paroebij maakte naam als veiligheidschef tijdens de Majdan-protesten in Kiev, maar was ook al bekend als mede-oprichter van de fascistische Sociaal-Nationale Partij. Later werd hij lid van de Vaderlandspartij, maar bleef het extreemrechtse gedachtegoed aanhangen.

De kleinere, nog extremere Pravi Sektor (Rechtse Sector), een groep ultranationalistische straatvechters, was eerder ook nog even in beeld om in de persoon van haar voorman Dmitro Jarosj de plaatsvervangende voorzitter van de Nationale Veiligheids- en Defensieraad te leveren. Jarosj, die eerder nog opschepte dat zijn beweging klaar zou zijn om Oekraïne gewapenderhand te bevrijden, sloeg dit aanbod evenwel af, omdat het ‘onder zijn niveau’ zou zijn. Jarosj steekt zijn nazistische ideeën niet onder stoelen of banken. In een BBC-interview zei hij: “Nationaal-socialistische ideeën zijn hier populair. We willen een zuiver volk, niet zoals onder Hitler, maar wel een beetje zo.”

Binnen Pravi Sektor zat Jarosj bij de hardcore-nationalisten van de Oekraïense paramilitairen die slag leverden met Russische troepen in Tsjetsjenië en Moldavië. Leden van deze groeperingen paraderen gemaskerd en in uniformen met extreemrechtse symbolen. Hoewel Jarosj in 1989 korte tijd lid was van de gematigd nationalistische Oekraïense Volksbeweging, stapte hij in 2005 over naar de eveneens zeer nationalistische organisatie Trizoeb, waarvan hij de leider werd. Binnen deze organisatie maakte hij zich sterk voor een revolutie.

‘Joden en ander gespuis’
Geen ministerspost in de nieuwe regering – op eigen verzoek – heeft Svodoba-leider Oleh Tjahnybok. Tjahnybok is tevens een van de oprichters van de Sociaal-Nationale Partij. Hij was de man die de partij een gematigder gezicht gaf, om te beginnen door de naamswijziging in 2004, al liet een toespraak van hem in datzelfde jaar zien hoe flinterdun het onderscheid was. Sprekend bij een gedenkteken voor een commandant van het Oekraïense Opstandelingenleger (OePA), dat samen met de nazi’s tienduizenden Polen, joden en communisten heeft afgeslacht, riep hij de Oekraïense burgers op de ‘Moskous-joodse maffia’ te bestrijden. Tjahnybok prees de OePA en de Organisatie van Oekraïense Nationalisten onder leiding van Stepan Bandera, die ‘vochten tegen de Russen, Duitsers, joden en ander gespuis dat onze Oekraïense staat wilde inpikken’. Tijdens de Majdan-protesten was Tjahnybok een van drie prominentste actieleiders en onderhandelde hij rechtstreeks met het Janoekovitsj-regime. Nu is hij een van de machtigste figuren in het land.

De huidige regering in Kiev is een coalitie tussen rechtse en ronduit fascistische krachten, waartussen het verschil vaak moeilijk te maken valt. Bovendien hebben de fascistische krachten, zoals de Svoboda-partij, cruciale posten als Defensie in handen. Inmiddels hebben verschillende partijleden hun functie neergelegd, mede vanwege de annexatie van de Krim en de schermutselingen in het oosten van het land. Maar Svoboda blijft populair, en de partij kan naar verwachting bij de parlementsverkiezingen van 26 oktober op een goede uitslag rekenen.

Daar komt bij dat het niet enkel om Svoboda draait. De steun voor de fascisten van onder meer Pravi Sektor neemt toe, en onder het anti-Russische volksdeel is er veel sympathie voor de erfenis van Stepan Bandera en de OePA.

Eind oktober moet duidelijk worden hoe groot de politieke kracht van neofascisme in Oekraïne wordt. Als er een duidelijk neofascistische nieuwe regering aantreedt, zullen Europa en de Verenigde Staten zich moeten beraden op de vraag of ze nog wel met Kiev wil optrekken in de gemeenschappelijke strijd tegen Poetin.