Stel: je naam is Melvin Platje

Gisteren zong het meest opwekkende nieuws sinds de dag dat al mijn losse sokken plots in bolletjes pasten rond over het internet: Melvin Platje keert terug naar Nederland.
Ondanks de blijde tijding had ik niet onmiddellijk een emotie paraat. Dat komt vaker voor, als het geluk je overspoelt terwijl je nietsvermoedend stond te pootjebaden in de branding van het alledaagse.

Melvin Platje is een redelijke spits, die naam maakte toen hij een paar jaar geleden als invaller een handvol fraaie doelpunten maakte, maar sindsdien eigenlijk vooral nog in het nieuws kwam wanneer een journalist zin had om de naam ‘Melvin Platje’ op te schrijven.

Melvin Platje relativeert
Ik begrijp dat overigens prima. De naam Melvin Platje relativeert een hoop. In een krant vol oorlog, onthoofdingen, doodslag, hypotheekrenteaftrek en columns van mensen met een mening kan een naam als Melvin Platje een hoop doen. De wereld wordt een beetje minder zwaarmoedig van een naam als Melvin Platje. Het is me een raadsel waarom we niet allemaal een naam als Melvin Platje zouden kunnen hebben, want ik zeg altijd maar zo: het leven is je eigen babyshower, maar je moet wel zelf de slinger met je naam voor het raam ophangen.
(Het spreekt vanzelf dat het niet alleen maar Melvins Platje zou moeten worden, in die ideale wereld van mij. Het leven zit vol namen die je even doen opveren: in de jaren zeventig had je wielrenners – Vlamingen natuurlijk – die Hubert Hutsebaut en Tuur de Cabooter heetten, de trainer van NEC heet Ruud Brood, de voormalige presentator van Fox – of misschien is ie het nog wel, wie zal het zeggen? Wie kijkt er nog? – heet Toine van Peperstraten en iedere avond rond half elf is er een man op tv die luistert naar de naam Humberto Tan. Ja, als dat niet schitterend is, weet ik het ook niet meer. Maar goed, dit terzijde).

De naam Melvin Platje relativeert een hoop. Stel: je wordt ’s ochtends wakker omdat er druppels vanuit het slaapkamerplafond in je oog druppen. Het blijkt een lekkage van ongekend formaat omdat de bovenbuurvrouw net voor haar nachtelijke badsessie in slaap gevallen is en de kraan heeft laten lopen. Je staat op, gaat met je blote voeten in een wijnglas staan dat je gisteravond kwijt was, je hinkt bloedend naar de keukenkast, stoot de grote teen (hard!) van je andere voet tegen de tafelpoot, treft de kat rollend door z’n eigen uitwerpselen aan op de pas gekochte vierzitsbank en ontdekt dat je geen ontbijt meer in huis hebt. Er wordt gebeld. Vast goed nieuws, denk je. Het is de tandarts die zegt dat je gisteren je halfjaarlijkse controle hebt gemist en waar de factuur heen kan. Op zo’n moment kan het helpen om in een lege huiskamer te gaan staan en vijf keer hardop tegen jezelf te zeggen: ‘Mijn naam is Melvin Platje.’
Dat helpt, zeker wanneer het waar is.

Melvin Platje in Azerbeidzjan
In 2013 vertrok Melvin Platje opeens uit Nederland. Hij ging voetballen in Azerbeidzjan, waar de mensen er maling aan hebben of je Melvin Platje heet of niet. Het is niet eenvoudig voor een cultheld, om plotseling ergens te komen waar ze gewoon normaal tegen je doen. Waar je niet wordt nageroepen om die paar goals of om je gekke naam. Vinden ze helemaal niet gek, in Azerbeidzjan, als je Melvin Platje heet – laat staan dat je met zo’n naam een cultheld wordt. In Bakoe – waar Melvin in 14 wedstrijden één doelpuntje wist te maken – word je pas een held als je midden op het marktplein tien keer een ouwe makreel hooghoudt, het Azerbeidzjanse volkslied boert in C-groot en tenslotte, met de oeuvres van Leon de Winter en Jessica Durlacher balancerend op je bontmuts naar huis hinkelt.
Da’s allemaal niks voor Melvin, die gekkigheid. Bij het tweede couplet ging hij destijds al de mist in.

Nu voetbalt hij gelukkig weer in Nederland, Melvin. Bij VVV Venlo. Het is niet veel, voor een cultheld, maar je kunt het slechter treffen. Je kunt ook niet Melvin Platje heten en toch bij VVV Venlo voetballen. Lijkt mij een stuk vervelender.