Zien: deze man overleefde als enige de massa-executies van IS

Ali Hussein Kadhim zou eigenlijk niet meer moeten leven. Door stom toeval en een sterk overlevingsinstinct overleefde de jongeman de slachtingen die de Islamitische Staat aanrichtte onder sjiitische moslims en andere religieuze en etnische minderheden. Zover bekend is hij de enige die een dergelijke moordpartij kan navertellen, voor New York Times doet hij zijn verslag.

Opgegroeid in een arme regio van zuidelijk Irak met weinig economisch perspectief meldde de sjiitische Ali Hussein Kadhim zich aan bij het Iraakse leger en werd gestationeerd in Noord-Irak, waar hij en zijn eenheid de oprukkende soennitische troepen van IS het hoofd moesten zien te bieden.

De notoir slecht gedisciplineerde Iraakse strijdkrachten hadden het gevecht echter bij voorbaat al verloren: de officieren vluchtten zodra de troepen van IS naderden, waarna ook Kadhim en zijn collega’s de benen namen, om vrijwel direct gevangen te worden genomen door de extremistische groepering.

Als door een wonder overleefde hij de daarop volgende massa-executies: “Hij schoot de eerste dood, de tweede, de derde, en toen was ik aan de beurt. Hij schoot. Maar ik weet niet waar de kogel heenging. De man aan mijn ene kant viel dood neer, toen die aan de andere, ook ik liet me vallen.” Urenlang blijft Kadhim voor dood liggen, bedekt met het bloed van zijn kameraden wacht hij de duisternis af om te ontsnappen uit het door IS bezette gebied.

Na een hachelijke tocht weet Kadhim na drie weken zijn familie in Zuid-Irak te bereiken met veel hulp van de lokale soennitische bevolking. Daarin schuilt direct het enige lichtpuntje in wat verder een uitermate gruwelijk verhaal is: niet alle sjiieten en soennieten staan elkaar naar het leven in Irak.