De geboorte van het Hiddinkiaans

Gisteren, na de typische Oranje-oefenwedstrijd tegen Italië – het soort wedstrijd waarvan je zin krijgt om je ogen uit te steken en ermee te gaan knikkeren – verscheen een opvallend opgewekte Guus Hiddink voor de camera van Bert Maalderink, die in de maanden tussen het WK en gisteren zijn toontje nog wat verder had aangescherpt. En toen gebeurde het: Guus verzon gewoon even een nieuw spreekwoord. Eentje met de potentie om een klassieker te worden, het soort aforisme dat precies aan datgene raakt waar je met je eenvoudige huis-, tuin- en keukentaalgebruik nooit aan zou komen.

Hij ging zo.
Let op.
Klaar voor?
Komt-ie.

‘Een groot team verliest niet twee keer.’

Dat was ‘m al.

Nieuw spreekwoord
Het is natuurlijk onmogelijk om de ware oorsprong van een uitdrukking te achterhalen. Vaak is de geboorte van een nieuw gezegde een directe vrucht van een groepstautologie waar meerdere spreekwoorden op hardhandige wijze door elkaar worden gebruikt.
Zo kun je om de diepste oorsprong van ‘Een groot team verliest niet twee keer’ onmogelijk achterhalen, maar de eerste keer dat dit spreekwoord in het openbaar werd gemunt, was op 4 september 2014.
Alles zit erin, in dit spreekwoord: een hoop hoop, de suggestie van statistische zekerheid, een snufje ijdelheid. En het is in zoveel verschillende situaties toepasselijk!
Let nog eens op:

‘We staan alweer voor het rooie licht.’
‘Alweer?’
‘Honderd meter eerder ook al. Fuckers.’
‘Dan zijn we geen groot team.’
‘Huh?’
‘Een groot team verliest niet twee keer.’

‘Wat zei ze?’
‘”Nee”.’
‘Dat zat er wel in natuurlijk.’
‘Ja, misschien is het omdat ik zo naar knoflook ruik.’
‘En nu?’
‘Ja, nog eentje!’
‘Zou je dat wel doen?’
‘Een groot team verliest niet twee keer.’
‘Da’s waar.’

‘Wat doe jij nou?’
‘Wat?’
‘Bert en Harco weer in het team? Na alles wat er vorige week gebeurd is…?’
‘Ja, dat was niet best natuurlijk.’
‘0-8, coach, 0-8!’
‘Tja…’
‘En dan toch nog eens Bert en Harco opstellen?!’
‘Stukje lengte.’
‘Ja, maar ze zijn ook echt alleen maar lang.’
‘Een groot team verliest niet twee keer, jongen.’

‘Guus, dit moet aankomen als een mokerslag.’
‘Dat kun je wel zeggen, ja.’
‘5-1 verlies tegen de Tsjechen.’
‘6-1.’
‘O ja. En dat terwijl jij altijd zegt…’
‘Een groot team verliest niet twee keer.’
‘Is Oranje geen groot team?’
‘Wat ik altijd zeg is dat een groot team niet twee keer verliest.’
‘Dat is nu wel gebeurd. Dus ik vraag…’
‘Een groot team verliest niet twee keer.’
‘Dat zei je net ook.’
‘En ik blijf het zeggen.’
‘Maar klopt het wel?’
‘Dat kun je je afvragen.’
‘Verliest een groot team drie keer?’
‘Dat zullen we moeten afwachten.’

Het Hiddinkiaans
Ik voorspel het Hiddink-aforisme een grootse toekomst, een ontwikkeling die uiteindelijk zal leiden tot een eigen taal, het Hiddinkiaans. Een taal die zoveel zegt, maar niets betekent. Geef het Hiddinkiaans nog twee jaar en een interview met Bert Maalderink gaat ongeveer zo:

‘0-0 tegen Cyprus, laatste oefenwedstrijd. Wat leer jij hiervan, Guus? Wat neem je mee?’
‘Het donkerste uur van de nacht is het uur voor de opkomst van de zon.’
‘Je reist met vertrouwen af naar Frankrijk?’
‘De reis is de bestemming en de bestemming de reis.’
‘Van Persie stak z’n middelvinger naar de dug-out op. Dat kan toch niet zonder gevolgen blijven?’
‘De waarheid ligt in het midden van de hand, maar elk gevolg kent z’n oorzaak.’
‘Ben je tevreden over je achterhoede?’
‘De nul is als de kleur zwart: je moet hem houden om hem te kunnen koesteren.’
‘Nog opvallende dingen gezien?’
‘Dat wat opvalt, is hetgeen begin noch einde kent. En daarom irrelevant. Dat wat niet opvalt, daar komt alles samen.’
‘Tot in Parijs.’
‘De wens is de verre neef van het gegeven paard.’
‘Dankjewel.’