Recep Erdogan: de Poetin van Turkije

Recep Erdogan mag zich de eerste door het volk gekozen president van Turkije noemen. Hij heeft daarmee een strategie gevolgd om aan de macht te blijven die ook door Poetin is toegepast.

Erdogan was al sinds 2003 premier van Turkije en kon dat ambt volgens de regels van zijn eigen AK-partij niet voor een vierde termijn bekleden. Om toch politieke invloed te kunnen blijven uitoefenen, liet hij zich vorige maand tot president kiezen. Die functie was altijd vooral ceremonieel van aard, maar daar neemt Erdogan geen genoegen mee, getuige zijn overwinningsspeech waarin hij aankondigde een ‘actieve invulling’ aan het presidentschap te zullen geven.

Het doet denken aan het foefje dat Vladimir Poetin eerder toepaste. Die moest na twee termijnen als president opstappen omdat hij volgens de grondwet niet voor een derde  termijn mocht aanblijven. Hij installeerde hij zijn bondgenoot Dmitri Medvedev als president en werd zelf premier. Medvedev veranderde vervolgens de grondwet, waardoor Poetin in 2012 weer kon terugkeren als president.

Nu wil Erdogan op een vergelijkbare manier zijn macht consolideren. Zijn eerste stap was ervoor te zorgen dat de president niet meer door het parlement wordt gekozen, maar door het volk, waardoor hij nog tien jaar aan de macht kan blijven. Vervolgens wil hij de bevoegdheden van de president verruimen. De vraag is of hem dat gaat lukken.

Turkije is thans een parlementaire democratie waarin de uitvoerde macht vooral berust bij de premier. Hoewel Erdogan het niet expliciet formuleert, is uit zijn toespraken duidelijk dat hij dit wil omzetten in een presidentieel systeem. De grondwetswijziging die daarvoor nodig is vereist echter een tweederde meerderheid in het 550 zetels tellende parlement. Op dit moment heeft Erdogans AK-partij die niet. En het is de vraag of zijn partij die na de verkiezingen van 2015 wel zal hebben. Opiniepeilingen wijzen daar niet op. Bovendien heeft de partij zeventig volksvertegenwoordigers die na de volgende verkiezingen niet namens haar in het parlement mogen terugkeren, vanwege dezelfde eigen regels die Erdogan een vierde termijn als premier onmogelijk maakten. Deze kandidaten zullen niet van het politieke toneel verdwijnen; ze zullen zich bij andere partijen aansluiten of als een nieuwe partij vormen.

Daar staat tegenover dat Ahmet Davutoglu, de voormalige minister van Buitenlandse Zaken en een overtuigd Erdogan-aanhanger, inmiddels is beëdigd tot minister-president, wat Erdogans macht aanzienlijk verstevigt. Hij krijgt daarmee een zeer meegaande premier, wat de overgang naar een presidentieel system zal vereenvoudigen. Maar dit is nog geen garantie dat Erdogan zijn zin krijgt. Los van het feit dat het parlement nog steeds dwars kan liggen, bestaat er ook nog zoiets als een constitutioneel hof. Dat kan beslissingen terugdraaien en doet dat ook geregeld, getuige bijvoorbeeld het Turkse verbod op Twitter dat het hof onlangs ongedaan maakte.

Toch wil Erdogan hoe dan ook de lakens blijven uitdelen in Turkije, wat onder meer blijkt uit zijn felle kritiek aan het adres van Fethullah Gülen. Deze prominente, naar de Verenigde Staten uitgeweken geestelijke zette eind 2013 een groot corruptieonderzoek naar ministers en hun zonen – ook die van Erdogan – in werking. Als reactie liet Erdogan meer dan vijftienduizend politieagenten en officieren van justitie ontslaan of overplaatsen omdat ze aanhangers van Gülen zouden zijn en zich tegen Erdogan hadden gekeerd en diens regime zouden willen omverwerpen. Ook probeerde Erdogan verschillende rechters te vervangen en het constitutioneel hof buiten werking te stellen. Deze inmenging van de Turkse politiek in het justitiële apparaat geeft te denken over de koers die Erdogan als president van Turkije zal varen. Of het gaat lukken is nog ongewis, maar Erdogan zal alles op alles zetten om zijn politieke invloed te behouden.