De voordelen van een leven zonder smartphone

Ruim een jaar geleden verruilde ik mijn smartphone voor een oude, verlepte Nokia. Een vriend van mij stelde terecht dat ik hier in het openbaar beter niks over kon zeggen tot ik het daadwerkelijk een aantal maanden volhield. Dat zat zo: ik was niet veel eerder nogal gênant van Twitter vertrokken, met veel  trommelgeroffel en gevoel voor drama. Ik wijdde er zelfs een column aan in de Volkskrant… om vervolgens na ruim een maand weer terug te keren. Niet zo slim. Lachwekkend eigenlijk. Enfin, ik ben nu een jaar verder en ik zal er geen landelijke krant mee bevuilen*, maar ik wilde er toch iets over schrijven.

Mijn tijdelijke vertrek op Twitter destijds bleek, hoewel gênant, de voorbode van een goede keuze. Aan het einde van de zomer van 2013 zette ik het een en ander op een rij. Ik vond dat ik mezelf verloren had in social media, met name in het meningencircus met al die onophoudelijke discussies. Maar stoppen met die social media vond ik achteraf overdreven, want ik had er ook plezier van. Waar ik vooral doodmoe van werd, is dat het de hele dag maar doorging en dat het mijn leven beheerste. Waar ik ook was, het ging maar door. En misschien was de smartphone wel de belichaming van het kwaad. Altijd maar dat ding in mijn hand om te zien wat de wereld vond. Of om wat ik zag en dacht meteen de wereld in te slingeren in plaats van het te laten rijpen in het vat.

Ik was verslaafd
Ik wilde het niet meer. Ik wilde niet meer in een rustige treinreis van Amsterdam naar Weesp in een heftige discussie op Twitter verzeild raken over een of ander onbeduidend onderwerp, ik wilde niet meer in de kroeg na een halfuur het gevoel hebben dat ik even naar de wc moest om mijn e-mail te checken. En wat de druppel was: ik las in een artikel dat de gemiddelde westerse man tegenwoordig meer minuten per dag naar zijn telefoonscherm kijkt dan naar zijn vriendin. Gaat dat ook over mij? dacht ik, en het feit dat ik mezelf die vraag moest stellen, was al erg genoeg. Dus ging het ding weg. Ik verkocht ’m voor 450 euro, een fijn bedrag dat meteen in de spaarpot ging voor de fotocamera die ik niet veel later zou kopen, want dat zou ik nog het meest gaan missen: het fotograferen.

Je kunt gerust zeggen dat ik verslaafd was. En bij verslaafden werkt eigenlijk maar een ding: geheelonthouding. Dus niet matigen met gebruik van de smartphone, maar weg met dat ding. De ontwenning verliep verrassend moeiteloos. Binnen twee weken miste ik mijn iPhone helemaal niet meer. Het is weliswaar een fabeltje dat die oude Nokia’s nooit vastlopen, maar inderdaad: de batterij gaat heel lang mee, je kunt er prima mee bellen en sms’en, en op de mijne zit zelfs een zaklamp. De techniek staat voor niks.

Natuurlijk is het niet alleen maar handig. Soms sta ik echt drie kwartier te zoeken naar het adres waar een feestje plaatsvindt, omdat ik geen Google Maps meer heb, en andere keren weet ik niet eens dat het feestje plaatsvindt, omdat de uitnodiging ervoor uitsluitend via WhatsApp is verstuurd. Maar er zijn veel meer voordelen dan nadelen. Het mooiste dat ik er voor terug heb gekregen: de bijzaken zijn weer bijzaken geworden. Twitter en Facebook, of media en social media in het algemeen, zijn niet voortdurend meer binnen handbereik, en daarom doen ze er voor mij veel minder toe. Dat geeft meer rust in mijn kop, en ik durf ook te stellen dat het voor mijn makerschap beter is. Minder prikkels zorgen voor minder afleiding en daardoor werk ik meer in de luwte aan de dingen die ik echt wil maken. En ook kan ik er nu af en toe van genieten om juist wel in een flink debat van meningen te duiken of een stroom gedachten op Twitter en Facebook te slingeren, bij de gratie dat ik op enig moment ook weer mag denken: nu gaat de laptop dicht, ik de deur uit en dan is het klaar. Ik voel me ook geen autist meer als mijn vriendin thuis iets vraagt of mijn medespeler in een repetitieruimte tegen me praat en ik eerst nog een minuut als een zombie in mijn scherm zit verzonken.

Het genoegen van verveling
En nog een belangrijke bijkomstigheid: ik ervaar soms weer het genoegen van de verveling. Sta ik op de tram te wachten of gaat degene met wie ik in de kroeg zit even een kwartier zitten kakken (of stiekem met z’n smartphone zitten spelen), grijp ik niet meer naar mijn telefoon. Geen Twitter, geen Facebook. Nee, soms is er gewoon even niks dat ik kan doen. Ik besefte dat ik dat gevoel maar weinig had ervaren in mijn jaren met een smartphone en dacht: waar ben je als mens eigenlijk als je je nooit meer ouderwets hoeft te vervelen?

Kan ik het iedereen aanraden? Nou nee. Het gaat allemaal om zelfbeheersing, matiging. Ik ben niet bepaald verslavingsgevoelig, ik kan over het algemeen goed matigen, maar aan dat toestel was ik zo verslaafd dat ik er echt van af moest. Een beetje minder op de smartphone proberen te zitten had voor mij niet gewerkt. Toch denk ik dat er een hoop mensen zijn die hun smartphone-gebruik wel kunnen beperken zonder hun toestel de deur uit te doen. En er zal vast een dag zijn dat ik het niet bij mijn oude Nokia laat, want de technologische ontwikkelingen gaan zo snel, dat ik niet kan bevroeden wat er allemaal nog komen gaat. Maar ik weet ook dat verslaafden, vroeg of laat, altijd een smoes bedenken om weer te moeten gaan gebruiken. En dat moment zal ik zolang mogelijk proberen uit te stellen.

Dit artikel is gepubliceerd op de persoonlijke Tumblr-pagina van Johan Fretz. Op verzoek van HP/De Tijd heeft de auteur ingestemd met doorplaatsing.