Waarom word ik in Amsterdam altijd zo zenuwachtig?

De voorbije week moest ik drie keer naar Nederland, ter promotie van mijn nieuwe boek. Ik kom graag bij de noorderburen, en dat is niet alleen omdat elke Vlaamse auteur ervan droomt om in Nederland enige bekendheid te verwerven.

Zodra je Antwerpen bent gepasseerd, verandert het landschap van de dichtbebouwde jungle die Vlaanderen helaas is geworden in een zee van open ruimte (en water, natuurlijk). Stop je, zoals ik gisteren deed, ter hoogte van Utrecht in een wegrestaurant waar je een broodje bestelt, dan valt meteen de hartelijkheid op waarmee je wordt bediend, terwijl ik in Vlaanderen al gewend ben geraakt aan knorrig gemompel.

Maar dan tuf je verder met je krasse karretje en bereik je Amsterdam, de plek waar een schrijver ter promotie van een boek haast altijd moet zijn. Jaja, de hoofdstad van Nederland is mooi en hartstikke gezellig, en de grachten zijn sprookjesachtig en het gras aan het Museumplein is sappig groen. Maar waarom word ik altijd zo zenuwachtig telkens als ik in Amsterdam ben?

Dinsdag werd ik getrakteerd op een scheldpartij van een jongeman die me vroeg of ik een saffie had. Ik had er geen, waarna hij in onversneden Amsterdams vroeg of ik als Belg wel begreep wat een saffie is. Ja, antwoordde ik, maar het gescheld ging verder: wist ik wel hoe rot hij zich voelde, en dat hij de nacht had doorgebracht bij een vriend waar de kat des huizes op hem had gepist, en dat hij daardoor naar ammoniak stonk, en hij een saffie dus heel hard nodig had? Ik wandelde verder. De man vloekte – en deze keer begreep ik hem niet.

Gisteren lunchte ik in een brasserie in de buurt van de Plantage Middenlaan. Toen ik vroeg of er bij de salade gerookte zalm ook frieten waren (je bent Belg of je bent het niet), snauwde de serveerster me toe dat als ik frieten wilde, ik die gewoon moest bestellen. Een half uur later kwam ze naar buiten met een portie frieten voor een andere klant, maar ze struikelde en begon zo luid te schelden dat het hele terras het kon horen, terwijl toch niemand voor haar pech verantwoordelijk was.

Toen ik ’s avonds naar huis ging en in parkeergarage Markenhoven wilde betalen, had de vrouw die voor mij kwam per ongeluk haar pinpas in de verkeerde gleuf gestopt. Ze maakte zoveel kabaal dat mijn oren ervan gingen tuiten, en zei daarna tegen de man achter het loket dat ze ggggodverdomme beter met de fiets was gekomen.

Je zou de onvriendelijkheid kunnen wijten aan het feit dat Amsterdam een grootstad is, en mensen in grootsteden nu eenmaal meer stress ervaren, en zich dus botter gedragen. Maar is Amsterdam eigenlijk wel een grootstad? I don’t think so. De voorbije week heb ik me in elk geval dit afgevraagd: ben ik, als ik in Amsterdam ben, eigenlijk wel in het Nederland zoals ik dat ken en waar ik van hou?

Meer leuke content? Like ons op Facebook