Internetfitties, trollen, en wat als vrouwen sterker dan mannen waren

Afgelopen week was ik onderwerp van een literaire ‘fittie’. Voor de duidelijkheid, een fittie is een ruzietje, met nadruk op ‘tje’. Ik had op mijn blog namelijk een stuk geschreven waarin ik riep dat ik de flauwe maniertjespoëzie spuugzat was, en dat de poëzie (met name geschreven door de jonge garde) wel wat meer ballen kon gebruiken.

Het leek mij dat niemand daar tegen kon zijn maar de werkelijkheid was anders. Men was boos. Er was gelukkig ook bijval. Erik Jan Harmens en Ilja Leonard Pfeijffer bijvoorbeeld, twee schrijvers/dichters die een paar jaar geleden een manifest tegen kabbelpoëzie schreven, genaamd ‘Ik ben een bijl’, steunden mijn betoog en ik ontving van meer schrijvers en recensenten steun.

Dichter van niks
Op de social media echter was de boot aan. Vooral amateurdichtend Nederland had het helemaal met mij gehad. Ik was laf, dom, talentloos, aandachtsgeil en een dichter van niks. Nee, Jules Deelder, dát was pas een dichter, Drs P! Ik kon waarschijnlijk nog geen sonnet bakken, dus wat lulde ik nou eigenlijk? En waarom droeg ik op mijn profielfoto zo’n sufkutterige bloem in mijn haar? Dat paste niet bij de boodschap die ik verkondigde, natuurlijk. Wat dacht ik wel. Dácht ik überhaupt wel? Enzovoorts, enzovoorts.

Internettrollen
In een paar dagen tijd kreeg ik bakken vol boos, gebutst, gekrenkt en jankend ego over me uitgestort. Noem me naïef, maar ik vond het vreemd dat er zo direct op de persoon werd gespeeld. Mijn persoon. Bijna niemand ging echt op de inhoud in. Verder kreeg ik nogal wat seksisme te verduren. Dagenlang was ik druk met hozen en mensen blokkeren die zich grof of beledigend gedroegen. Zelf heb ik een dikke huid, het zal mij mijn goddelijke reet roesten wat ze roepen, maar mijn kinderen, familie en geliefden lezen mee, en ik voel mij daar toch verantwoordelijk voor. Van mijn gewone werk kwam weinig meer. Het waren zeer nutteloze en vermoeiende dagen waarin een hele stoet aan internettrollen uit hun stinkende holen kropen. Omdat ik een mening uitte. Over poëzie nog wel, ik bedoel, who cares?

Seksisme en doodsbedreigingen
Ik ben niet de enige vrouwelijke schrijver die last heeft van internettrollen. Ann De Craemer berichtte voor HP/DeTijd ook al eens over de (seksistische) reacties die zij naar aanleiding van haar columns mocht ontvangen en vroeg zich af of wij de discussiefora op internetsites niet moeten sluiten. Laatst luisterde ik naar een item op Radio 1 over internettrollen. Asha ten Broeke was aan het woord, een columnist/journalist die regelmatig de meest grove ellende over zich heen krijgt. Later kwam er een vrouwelijke columnist ter sprake die doodsbedreigingen had ontvangen naar aanleiding van een column over Zwarte Piet. Zwarte Piet! Ineens viel mijn situatie nog reuze mee.

Als vrouwen sterker dan mannen waren
Natuurlijk worden niet alleen vrouwelijke columnisten gebasht, mannen zullen er ook wel eens last van hebben, maar vrouwen zijn volgens mij toch wel favoriete schietschijven. Vooral als ze een duidelijke mening uitdragen. Waarom is dat eigenlijk? Waarom voelen mannen (en vrouwen) zich zo bedreigd door bijdehante vrouwen?

Een vriend van mij beweert al jaren bij hoog en laag dat de wereld er compleet anders uit zou zien als vrouwen fysiek sterker waren dan mannen. Ik lach hier altijd om, maar als je er serieus over nadenkt is het misschien zo gek nog niet. Stel je voor, een paar jaar lang de rollen omgedraaid. Vrouwen sterker dan mannen. Vrouwen in de meerderheid bij de politie, het leger, in topfuncties, als uitsmijter, onder grote en gerespecteerde schrijvers, onder wereldleiders, gewoon in alle functies waar mannen van oudsher dominant zijn. Dat zou toch een mooi experiment zijn. Ik ben razend benieuwd hoe de wereld er dan uit zou zien. Is er geen god die we daar op kunnen aanspreken? ‘Hey, God, joehoeee, luister es, Gohoood…’ Oh, shit nee, das natuurlijk ook een man. Zucht.