De herinnering is een spandoek in Keulen

In het eerste weekend van december 1991 speelt 1. FC Köln tegen VFL Bochum. De Keulenaars winnen de wedstrijd met 1-0. Op de tribune zitten die middag 13.000 toeschouwers. Niemand juicht.

Twee weken eerder komen vlak voor het einde van de uitlooptraining een dag na de wedstrijd tegen Schalke (3-0 verlies) twee agenten het trainingsveld opgelopen.
Ze lopen op trainer Jörg Berger af.
‘Heeft Maurice Banach vandaag meegetraind?’ vragen ze.
‘Nee,’ antwoordt Berger. Zijn spits, Banach, is die dag niet komen opdagen. Berger was juist van plan hem daarover te bellen. Nu niet meer; hij vreest het ergste.
‘Dat dachten wij al.’
Die ochtend is Maurice Banach met zijn blauwe Opel Omega ter hoogte van Remscheid tegen de pijler van een brug gereden. Hij was op slag dood.

Nu, twintig jaar later, is Maurice Banach een mythe. Op de forums voor voetballiefhebbers valt zijn naam nog bijna dagelijks.
Mensen vergelijken hem er met Klaas-Jan Huntelaar, of, nog vaker, met Ruud van Nistelrooy. Geen briljante voetballer, maar een killer in het strafschopgebied.
Hoe goed hij was, lijkt niemand zich precies te herinneren. De tijd heeft hem ongetwijfeld een beetje beter gemaakt dan hij was.
Die middag in december 1991, vlak voor de wedstrijd tegen Bochum, werd voor het eerst een spandoek voor Maurice Banach ontrold. Ondertussen wordt er weer gejuicht in Keulen. Maar het spandoek hangt er nog altijd, het doek dat de herinnering levend houdt. Op die manier wordt het verhaal van Maurice Banach iedere week nog wel een keertje verteld.

Bron: o.a. 11 Freunde