En onderwijl lijkt de MH370 nog onvindbaar

Het tragische ongeval van vlucht MH17 van Malaysia Airlines in juli doet bijna vergeten dat de luchtvaartmaatschappij dit jaar nóg een toestel verloor. Namelijk de Boeing 777 die op 8 maart als vlucht MH370 van Kuala Lumpur vertrok richting Peking, en op mysterieuze wijze van de radar verdween.

Sinds de verdwijning van het vliegtuig hebben teams uit onder andere Maleisië en Australië gezocht in de Golf van Thailand, de Straat van Malakka, de Golf van Bengalen en delen van de Indische Oceaan. The Australian Transport Safety Bureau (ATSB) schakelde juli zelfs de hulp in van Nederlands ingenieursbedrijf Fugro, gespecialiseerd in bodemonderzoek op zee.

Inmiddels is een nieuw zoekgebied in kaart gebracht door Fugro: een oppervlak van zo’n 60.000 vierkante kilometer, in de Indische Oceaan. De oceaanbodem – soms op zo’n vijf kilometer diepte – zal worden onderzocht met sonarbeelden. Daarnaast worden kerosine-detectoren ingezet.

De zoektocht onder de zeespiegel zal 30 september van start gaan, een week later dan gepland. Naast een schip van Fugro zet het ATSB twee andere schepen in, maar een van deze twee schepen – de GO Phoenix – werd opgehouden in Jakarta.

Mocht het vliegtuig en de 239 inzittenden worden gevonden, dan geldt het neerstorten als het op een na de dodelijkste ongeluk met een Boeing 777. De dodelijkste ramp vond 131 dagen plaats nadat de MH370 neerstortte: vlucht MH17, met 298 inzittenden.