De laatste redding van Moacyr Barbosa

Het is 16 juli 1950, iets na half vijf. In het Maracanã-stadion van Rio de Janeiro nadert de finale van het WK voetbal van 1950 het einde. De superieur geachte Brazilianen hebben het zwaar, de stand is 1-1.
Dan, in de 79ste minuut, breekt de Uruguayaan Alcides Ghiggia door aan de linkerkant. De Braziliaanse keeper Moacyr Barbosa – voor de wedstrijd al verkozen tot beste doelman van het toernooi – positioneert zichzelf voor de voorzet die gaat komen.

Ghiggia legt aan. En zet – nee, hij schiet!
173.850 Brazilianen zwijgen.
Radiocommentator Luiz Mendes roept: “Gooool! Gooool! Goooool do Uruguay.”
Dan, op vragende toon: “Gol do Uruguay?”
En als antwoord: “Gol do Uruguay.”

Zondebokken
Voorafgaand aan de finale was heel Brazilië overtuigd van de overwinning. Dat er verloren kon worden, geloofde eigenlijk niemand.
Kort voor de wedstrijd kregen alle Braziliaanse spelers gouden horloges met inscriptie.
‘Voor de wereldkampioenen’ stond erin gegraveerd. Ook FIFA-voorzitter Jules Rimet, die de trofee met zijn eigen naam zou gaan uitreiken, had zijn speech voor de winnende Brazilianen al af, en toen de burgemeester van Rio de selectie toesprak, waren zijn eerste woorden: “Over een paar uur zullen jullie kampioenen zijn.”

De nederlaag kwam keihard aan. Er werden zondebokken gezocht, en gevonden: drie donkere spelers kregen de schuld in de kicksen geschoven, en vooral doelman Barbosa kon zich nauwelijks nog buiten vertonen. Jaren later, toen hij al gestopt was met keepen, liep Barbosa eens over de markt van Rio de Janeiro. Hij zag een vrouw zijn kant op wijzen en tegen haar zoontje zeggen: “Kijk, dat is hem: de man die Brazilië liet huilen.”
Barbosa zelf had zijn demonen toen allang het zwijgen opgelegd. Bijna letterlijk, want toen in 1963 de oude, houten doelen van het Maracanã-stadion werden vervangen, kreeg hij een van de goals als geschenk. Diezelfde dag nog verbrandde hij het doel dat hem tot een leven lang hoon had veroordeeld.

Eenzaam en berooid
Barbosa werkte na zijn lange voetballoopbaan twintig jaar als administratief medewerker in… het Maracanã-stadion. Toen zijn pensioen in zicht kwam, verhuisde hij met zijn Clotilde naar Praia Grande, aan de kust, voor een kalme oude dag. Kinderen waren Clotilde en Moacyr nooit vergund geweest.
Heel af en toe vertoonde Moacyr zich nog in de buurt van een voetbalstadion; toen hij in 1993 co-commentaar zou geven bij een van Braziliës laatste kwalificatiewedstrijden voor het WK in de Verenigde Staten, verbood Ricardo Teixeira Barbosa’s ongeluk brengende aanwezigheid in het stadion.

Toen Clotilde botkanker kreeg en kort daarna stierf, liep de oude Moacyr Barbosa met zijn ziel onder zijn arm door Praia Grande. Geld had hij nauwelijks nog, tot het bestuur van zijn oude club Vasco da Gama hoorde van de verdrietige situatie en hem tot zijn dood een maandelijkse toelage van 750 euro gaf.
Elke dag kocht hij een krantje bij de veel jongere Tereza van de kiosk op het strand. Met haar bouwde hij in de blessuretijd van zijn leven nog een prachtige vriendschap op.
Kort voor zijn dood barstte hij in bijzijn van Tereza in huilen uit. Hij legde zijn grijze hoofd op haar schouders en snikte: “Ik ben niet schuldig. We waren met z’n elven!”

Eenzaam, berooid en vernederd stierf Moacyr Barbosa aan een hartaanval, in het jaar 2001.

PS
Vele kunstenaars raakten geïnspireerd door het droeve verhaal van de man die Brazilië liet huilen. Barbosa speelt de hoofdrol in boeken van de Italiaanse romanschrijver Darwin Pastorin (The Last Save of Moacyr Barbosa) en de Brits auteur Ian MacDonald (Brasyl).

Beroemd werd ook de korte film Barbosa uit 1988, waarin een man terug in de tijd reist om het fatale doelpunt van Ghiggia te voorkomen.

Maar zelfs in de fictie gebeurt het onvermijdelijke.