Analyse: hoe kon de ebolaepidemie zo groot worden?

De laatste twee Ebola-uitbraken waren in 2012 in de Democratische Republiek Congo en in Uganda. Ze eisten respectievelijk 25 en 17 slachtoffers. De teller staat bij de uitbraak van dit jaar al op 5843 ebolagevallen en 2803 doden. Hoe heeft het nu zo ver kunnen komen? “Het is een cocktail van omstandigheden,” zegt woordvoerder Frank Theunissen van Artsen zonder Grenzen (AzG).

De eerste uitbraak van ebola was in 1976, bij de gelijknamige rivier in Congo. Sindsdien zijn er verschillende uitbraken bij de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) geregistreerd, met verschillende mutaties van het virus. Maar nog nooit was de verspreiding zo uitgebreid als nu in West-Afrika. De grootste ebola-epidemie in de historie behoort volgens de Verenigde Naties (VN) tot ‘één van de grootste gezondheidscrises, vergelijkbaar met de tsunami in Azië van 2004 en de aardbeving in Haïti in 2010’.

Het begon allemaal, naar alle waarschijnlijkheid, bij een tweejarig jongetje dat op 6 december vorig jaar overleed in het plaatsje Guéckédou in Guinee, vlakbij de grens met Sierra Leone en Liberia. Het jongetje voelde zich al een paar dagen niet lekker: koorts overgeven en diarree. Het werd hem en later ook zijn moeder, zijn oma en zijn driejarige zusje fataal. De oorzaak: ebola (maar dat wist men toen nog niet). Via twee aanwezigen op de begrafenis van oma verspreidde het virus zich verder. Negen maanden later zijn er 2803 ebola-sterfgevallen bekend bij de WHO. Hoe heeft het dodelijke virus zo snel en zo uitgebreid om zich heen kunnen grijpen?

Allereerst is ebola natuurlijk besmettelijk, via direct lichamelijk contact met een patiënt of door bijvoorbeeld het eten van vlees van een ziek dier. Na besmetting is de kans op overlijden groot, met een sterftecijfer dat kan variëren tussen de 25 en 90 procent. Een goede behandeling of een vaccin bestaat er niet. Bovendien wordt de bestrijding van ebola moeilijker door de Afrikaanse culturele tradities rondom het verzorgen en begraven van patiënten. Intensief en direct contact staan daarbij centraal. Ook reizen veel mensen heen en weer tussen verschillende gebieden om zieke familieleden te verzorgen of de begrafenis bij te wonen. De verspreiding is een feit. Maar dit was bij de eerdere uitbraken toch ook al zo?

“Het gaat nu om een andere mutatie van het virus,” vertelt Frank Theunissen van AzG. “Maar wat vooral van invloed is, is dat de eerdere uitbraken in hele afgelegen gebieden plaatsvonden. En er werd weinig gereisd. Na een aantal slachtoffers kon het virus geen nieuwe gastheer meer vinden.” De uitbraak in West-Afrika is ontstaan in een gebied dat een economische groei kent na jaren van oorlog. Mensen reizen meer, er is meer mobiliteit. Ideaal voor een virus om zich snel te verspreiden.

Bovendien zijn de lokale autoriteiten niet in staat om snel te reageren op de uitbraak. In de betrokken landen, met name in Liberia, is het politiek apparaat slecht ontwikkeld. “Een ebola-epidemie in Europa zou zo over zijn. Maar in Liberia voelden de invloedrijke mensen zich niet verantwoordelijk,” aldus Theunissen.

Na verloop van tijd wordt de ernst van de epidemie en de noodzaak van internationaal ingrijpen duidelijk. In maart, vier maanden na het eerste slachtoffer, spreekt de WHO voor het eerst van een ebola-uitbraak in Guinee. Vanaf 8 augustus noemt de organisatie het ‘een gezondheidszorgprobleem van internationale orde’. Theunissen windt er geen doekjes om: “Een slome reactie, vooral van de WHO. In het voorjaar waarschuwde AzG al voor de gevaren van een epidemie. In het begin betichtte de WHO ons zelfs van stemmingmakerij, we hadden een te negatief beeld.” De slome reactie van de WHO hangt volgens magazine Foreign Policy mogelijk samen met het beperkte budget dat de organisatie nog beschikbaar heeft voor de bestrijding van infectieziekten.

Inmiddels is de WHO overtuigd van de ernst. Als er niet heel snel wordt ingegrepen, voorspellen WHO-experts dat er begin november 20.000 mensen besmet zijn. Ook kwam er vorige week een reactie vanuit de VN. De veiligheidsraad ziet de ebola-uitbraak als een ‘bedreiging van de internationale vrede en veiligheid’. Ook Obama spreekt van een ‘mondiale bedreiging’.

Ondertussen hebben complottheorieën zich verspreid onder de West-Afrikanen. Ebola zou niet bestaan, maar er zou sprake van hekserij zijn. En als het dan al een virus is, zijn het dan niet gewoon de gezondheidsmedewerkers die achter de bestrijding van het virus zitten? Vorige week werd nog een team van acht voorlichters en journalisten vermoord. “Het is een beetje als stenen tegen een brandweerauto gooien, omdat er anders brand komt,” vindt Theunissen. “Voor ons is dat heel moeilijk te begrijpen.”

En het gaat nog verder: ebola zou een wapen van de Amerikaanse CIA zijn, als cover voor kannibalistische rituelen. Theunissen: “De vreemdste verhalen doen de ronde. Er heerst veel onwetendheid en angst.” En geef die West-Afrikanen eens ongelijk: er komen mannen in gele pakken en met duikbrillen op en ineens gaan er allemaal mensen dood. AzG merkt wel dat de ontkenningsfase in Liberia inmiddels wat overgaat in begrip, mensen willen luisteren naar de hulpverleners.

Toch is er nog een lange weg te gaan. Tijd voor internationale actie. En die komt nu, zij het wat aan de late kant, op gang. Maar of de aanwezigheid van Amerikaanse militairen de CIA-complottheorie onder de West-Afrikanen kan ontkrachten, is natuurlijk maar de vraag.