Gedesillusioneerde Cubanen vluchten steeds massaler naar de VS

In een zelfgemaakte boot, aangedreven door de aftandse motor van een bejaarde sovjet-tractor, kwam dinsdag opnieuw een groep Cubaanse vluchtelingen aan in Miami na een tiendaagse reis waarbij op dag zes de benzine opraakte. Het aantal Cubanen dat met de boot naar Florida vlucht is het afgelopen jaar verdubbeld. Ze ontvluchten hun thuisland, waar economische hervormingen traag worden doorgevoerd en net zo snel weer teruggedraaid.

René Morales, de man aan het roer van de uit stalen platen vervaardigde boot die dinsdag aankwam, is gevlucht omdat hij in Cuba geen toekomst voor zichzelf meer zag. The Mami Herald schrijft dat het in Cuba ‘kiezen is tussen eten of schoenen kopen’.

Toch verbaast de toenemende vluchtelingenstroom vanuit Cuba op het eerste oog. Sinds de overtuigd communistische Fidel Castro het stokje in 2006 overdroeg aan zijn progressievere broer Raúl zet deze voorzichtige stappen richting liberalisering van de centraal geleide economie. Zo is de private sector sinds 2010 ruimschoots verdubbeld, mogen boeren tegenwoordig bijna de helft van hun oogst verkopen aan de hoogste bieder (in plaats van die aan de staat te moeten afdragen), en is internet voor burgers toegankelijk gemaakt (al is het nog altijd een onbetaalbare luxe).

Maar niet alles gaat erop vooruit in Cuba. Met een aantal essentiële maatschappelijke voorzieningen is het er zelfs bijzonder treurig gesteld. Zo kampt het land met een schrijnend tekort aan onderwijzers en is er een enorme woningnood: Cuba komt 700.000 huizen te kort, en de huizen die er wel staan zijn vaak niet veel soeps: meer dan de helft is volgens hulporganisaties in slechte staat of zelfs praktisch onbewoonbaar.

“Voor veel Cubanen tussen de twintig en veertig jaar is de situatie inderdaad uitzichtloos,“ bevestigt Kees van Kortenhof van de stichting Glasnost in Cuba, die zich bezighoudt met de mensenrechtensituatie in het land. Economische en sociale hervormingen worden volgens hem te traag doorgevoerd of zelfs actief tegengewerkt door de overheid, waardoor veel mensen een onzekere toekomst in het buitenland verkiezen boven voortzetting van hun huidige leven in Cuba.

Zo nam Raúl Castro na zijn aantreden in 2006 al snel maatregelen om het Cubanen mogelijk te maken hun eigen zaak te beginnen. De zogeheten cuentapropistas openden in groten getale hun eigen winkeltjes, restaurants en hotels, waarna zich een levendige handel ontspon met toeristen én de lokale bevolking.

De private sector, met name de winkels, bloeide op doordat de overheid de teugels wat liet vieren. Het ging de winkels zelfs té goed naar de zin van de overheid. Want de staatszaken konden de concurrentie met de geprivatiseerde winkels namelijk niet aan, waarna de overheid besloot een spaak in het wiel van de kersverse ondernemers te steken. Begin deze maand werd het hun praktisch onmogelijk gemaakt nog langer producten te importeren, iets wat tot dan toe werd gedoogd.

Bij gebrek aan een eigen groothandel betrekken de Cubaanse ondernemers hun waren namelijk uit bevriende landen als Ecuador en Venezuela. Zogeheten mulas (Spaans voor ‘muilezels’) reizen per vliegtuig op en neer om allerlei producten – voornamelijk elektronica als televisies, smartphones en laptops – in te kopen voor de Cubaanse winkeliers. De overheid, die deze verboden import de laatste jaren oogluikend had toegestaan, treedt sinds 1 september hard op tegen deze vorm van smokkel, waardoor de zelfstandige winkeliers met lege schappen komen te zitten. Want als er al moderne elektronica door de staat wordt geïmporteerd – om politieke redenen mogen Amerikaanse bedrijven als Apple geen zaken doen met Cuba – zijn de prijzen te hoog om rendabele handel te kunnen drijven.

Ook de zelfstandige uitbaters van restaurants en hotels hebben moeite rond te komen in Cuba, aldus Van Kortenhof. “De zaken gaan goed zo rond december, wanneer er grote aantallen toeristen naar Cuba komen. Maar wat de onervaren Cubaanse ondernemers vaak vergeten, is dat er ook zoiets bestaat als een laagseizoen, waarin de toeristen wegblijven maar er wel wekelijks een overheidsfunctionaris aanklopt om een vaste belastingafdracht te incasseren.” Het hele jaar door rondkomen is toch een stuk moeilijker dan gedacht, moet menige Cubaan teleurgesteld vaststellen.

De onder Raúl Castro aarzelend doorgevoerde hervormingen blijken de Cubaanse bevolking fors tegen te vallen. Verstoken van een adequaat overheidsbeleid dat ondernemers de mogelijkheid geeft echt op eigen benen te staan, richten zij hun hoop gedesillusioneerd op de overzeese buur.

Het is te verwachten dat de stroom vluchtelingen verder aanzwelt in de nabije toekomst, wanneer de voorraden op zijn en de zelfstandige winkeliers met lege schappen komen te zitten. Het besluit om een toekomst in de Verenigde Staten te zoeken kan dan weleens snel genomen zijn, want anders dan voor migranten uit Mexico en andere Midden-Amerikaanse landen bestaat er voor Cubanen een coulante asielregeling: zodra het ze lukt voet te zetten op Amerikaans grondgebied, krijgen ze in principe een verblijfsvergunning.