Herentoiletten bezetten en topless de straat op: China‘s feministische golf

Vrouwelijke activisten bezetten herentoiletten, besproeien trouwjurken met rode verf en scheren hun hoofd kaal om hun ongenoegen te uiten over de ongelijkheid tussen man en vrouw in China. Dit is de nieuwe feministische golf in China. En hoewel feminisme in dit land geen nieuw of geïmporteerd verschijnsel is, schort er nog veel aan de positie van de vrouw.

De activiteiten van de jonge feministen vingen al weer enkele jaren geleden hun aan, toen een groepje Chinese vrouwelijke twintigers topless de straten van Guangzhou op ging en met spandoeken en borden opriep tot de gelijkheid van man en vrouw. Sindsdien zijn de stunts steeds fantasierijker geworden. De acties zijn soms brutaal, dan weer humoristisch, maar altijd in het oog springend.

Zo riepen de activisten op tot een ‘Bezet-de-herentoiletten’-happening om het gebrek aan sanitaire faciliteiten voor vrouwen aan de kaak te stellen. Het kaalscheren van het hoofd was een protest tegen de toelatingseisen bij onderwijsinstellingen, die voor vrouwen strenger zijn dan voor mannen. Met het bekladden van trouwjurken met rode verf wilden de feministen de aandacht vestigen op huiselijk geweld. Activiste Xiao Men, een schuilnaam, is blij met de aandacht die de acties opleveren. “Onze activiteiten blijken invloed te hebben.”

Hoewel China niet veel feministen telt, is het feminisme er niet nieuw en evenmin uit het buitenland overgewaaid. Eind negentiende, begin twintigste eeuws voerden schrijfsters als Qiu Jin een verwoede strijd tegen het ombinden van voeten van vrouwen. Qiu Jin zette zich ook in voor het recht op onderwijs voor meisjes. Lin Zongsu streefde naar vrouwenkiesrecht, en de anarcho-feministische He-Yin Zhen verdiepte zich in arbeid en seksualiteit, wat resulteerde in complexe theoretische geschriften die ook tegenwoordig nog verrassend actueel zijn. Zhen was niet onder de indruk van het zogenaamd progressieve Westen, en verbaasde zich over de dwaasheid van vrouwen die bij het huwelijk de naam van hun echtgenoot aannemen.

Vrouwen speelden een belangrijke rol tijdens de opkomst van het communisme in China. In de vroege jaren van de Volksrepubliek, die in 1949 werd gesticht, was er dan ook een enorme vooruitgang te zien in de rechten van de vrouw. Volgens activiste Li Tu waren er vroeger veel feministen, zoals Deng Yingchao: “Die leidde het vrouwenprogramma van de partij en is bekend om haar uitspraak dat vrouwen de helft van de hemel dragen.” Maar hoewel de oudere feministen nog steeds een bron van inspiratie vormen, wordt de discriminatie van vrouwen steeds erger.

Sinds China in de jaren negentig begon met de hervorming van de economie zijn de lonen van vrouwen gedaald ten opzichte van die van mannen. Door een wetswijziging in 2011 verminderde daarnaast hun recht op eigendom binnen het huwelijk.

Het percentage vrouwen op de arbeidsmarkt is hoog en ligt met zo’n 74 procent net onder dat in de Verenigde Staten. Maar in de steden is het percentage vrouwen dat buitenshuis werkt de afgelopen jaren gezakt van 77 naar 61 procent. Bezittingen zijn doorgaans in handen van mannen. Op het platteland staat minder dan 20 procent van de pachtcontracten op naam van een vrouw.

Het Politburo telt slechts twee vrouwen, en geen enkele vrouw heeft ooit het hoogste politieke ambt weten te bereiken. Het aandeel van vrouwen in het 200-koppige Centraal Comité van de partij is gezakt tot minder dan 5 procent, wat zelfs onder het aandeel ligt ten tijde van Mao Tse-tung.

De discriminatie begint al in de baarmoeder. Hoewel de genderkloof bij de geboorte in de afgelopen twee jaar licht is gedaald, worden er nog steeds 118 jongetjes geboren worden op elke 100 meisjes, als gevolg van een traditionele voorkeur voor zoontjes in combinatie met moderne technologie.

Li Tu: “In het verleden hadden vrouwen een sterk en onafhankelijk imago. Nu zien we op televisie vrouwen met grote borsten die het huishouden doen. De media zetten een slecht beeld van de vrouw neer en laten nooit zien wat ze kunnen. Feministen worden afgedaan als mannenhaters.”

Hoewel discriminatie op basis van geslacht verboden is, trekt het bedrijfsleven zich hier niets van aan, omdat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de bedrijven voor seksediscriminatie worden gestraft. In advertenties staat regelmatig te lezen dat enkel mannen mogen solliciteren, of alleen aantrekkelijke vrouwen. Vrouwen vinden carrière maken wel belangrijk, maar ze vinden daar geen maatschappelijke steun voor. Hun familie wil dat ze zo vroeg mogelijk trouwen. Maar zijn ze eenmaal gehuwd, dan verliezen ze een groot deel van hun eigendomsrechten.

“Vrouwen die last hebben van discriminatie, komen daar niet tegen in opstand, omdat ze niet zo zijn opgevoed,” zegt Xiao Men. “Zelfs als ze het proberen, weten ze niet hoe ze het moeten aanpakken. Ik denk dat alle vrouwen wel weten dat er iets mis is, maar niet wat er precies aan schort of hoe dat komt.”

Toch zijn de Chinese feministen optimistisch over de toekomst. Ze verwijzen naar de vele initiatieven om het bewustzijn over de positie van de vrouw te vergroten. Ze roemen de vrouwen die in de metro van Peking hebben gezongen op de Internationale Dag voor de Uitbanning van Geweld tegen Vrouwen. En dan is er nog Xiao Meili, die afgelopen voorjaar van Peking naar Guangzhou – bijna tweeduizend kilometer – is gelopen om aandacht te vragen voor seksueel misbruik.

In elk dorp waar ze kwam, sprak ze met de bewoners over vrouwenrechten. Li Tu: “Als feministe moet je over dingen nadenken en het middelpunt worden van een groepering die zich alleen bezighoudt met kwesties die maar een beperkt aantal vrouwen aangaan. En net zoals de reis van Xiao Meili stap voor stap ging, voltrekt de ook Chinese feministische golf zich stukje bij beetje.”