Waarom sportdranken geen sponsor zouden mogen zijn van sportevenementen

Bij de Dam tot Damloop kan het je als deelnemer, zoals ik, echt niet ontgaan zijn: het evenement werd, net als vele andere sportevenementen, gesponsord door een groot sportdrankmerk. Direct na de finish kreeg iedere deelnemer een gratis flesje aangeboden. Een welkome versnapering voor de uitgeputte hardlopers, en menig flesje belandde dus, net als dat van mij, een paar honderd meter verder leeg en wel in de prullenbak (of ernaast). Gek eigenlijk, dacht ik bij mezelf, want bewijs voor de werking van de sportdrankjes is er nauwelijks.

Bewegen is goed voor de gezondheid. Naast de gezondheidseffecten wordt verondersteld dat sportevenementen economische en maatschappelijke voordelen opleveren: steden worden op de kaart gezet, het sporten wordt gestimuleerd, de economie krijgt een impuls, en de evenementen wekken een gevoel van saamhorigheid op. Reden genoeg voor de overheid om subsidies beschikbaar te stellen. In Nederland zijn er per jaar zo’n 600 sportevenementen, buiten reguliere competities om, en het Rijk, de provincies en gemeenten investeren daar naar schatting 30 miljoen euro in. Maar aan alleen aan subsidie hebben de sportevenementen niet genoeg. Dus zijn ook sponsors, zoals de grote sportdrankmerken, belangrijk.

Een groep Britse onderzoekers analyseerde twee jaar geleden de wetenschappelijke ondersteuning van de claims van verschillende sportproducten. Ze keken onder andere naar sportdrankjes, voedingssupplementen en het gebruik van bepaalde sportschoenen. Conclusie van het onderzoek: er is onvoldoende bewijs voor de werking van bijvoorbeeld sportdranken. Ook naar de mogelijke negatieve effecten is te weinig onderzoek gedaan. Toch worden lopers tijdens sportevenementen veelvuldig geconfronteerd met reclame over de wonderdrankjes die een positief effect zouden hebben op de prestatie en het herstel van de sporter.

Grote sportevenementen die worden gesponsord door bijvoorbeeld een fastfoodketen of een groot biermerk zie je in ons land nauwelijks, of in elk geval niet zo zichtbaar (bij de finish zal er geen hamburger op je liggen te wachten). Logisch eigenlijk, omdat een relatie tussen het gezonde sporten en deze ongezonde producten niet erg voor de hand ligt. Toch zijn ook grote evenementen afhankelijk van ‘ongezonde’ sponsors. Zo was een fastfoodketen sponsor van de Olympische Spelen in Londen in 2012. Maar het verschil met de sportdranken is dat daarvan in de reclame-uitingen beweerd wordt dat ze goed zijn voor sporters. Door als sportevenement je naam aan een sportdrankmerk te verbinden, kan de indruk gewekt worden dat de organisatie het positieve effect van deze dranken erkent.

Vorige week verscheen in het Journal of Medical Ethics een artikel waarin twee Australische auteurs, een hoogleraar van het College of Sport and Exercise Science en een onderzoeker van het Institute of Sport, Exercise and Active Living, de ethische bezwaren van dergelijke sponsoring beschrijven. Het is volgens de schrijvers een wijdverbreid idee dat sportdrankjes een gezond alternatief zijn voor bijvoorbeeld suikerrijke drankjes als cola. Sponsoring van een sportevenement kan dat beeld versterken. Sport staat voor veel mensen gelijk aan gezondheid, zeggen de auteurs, en sponsors profiteren van dit imago. Het publiek wordt misleid en denkt dat de sportdrankjes goed zijn voor de gezondheid, terwijl daar geen bewijs voor is.

Wat vindt de Stichting Reclame Code (SRC), de organisatie achter de Reclame Code Commissie, hier eigenlijk van? De SRC bevordert dat adverteerders verantwoorde reclame maken zodat de consument vertrouwen in reclame heeft én behoudt, staat op haar website te lezen. “In het algemeen is er geen verbod op reclame van dit soort dranken, ook niet bij een sportevenement,” zegt woordvoerster Fiona Vening woordvoerster van de SRC. “Als een fabrikant iets claimt, moet dit natuurlijk wel kloppen. De fabrikant moet de claim kunnen onderbouwen.” Maar over deze reclame van sportdranken is tot op heden geen klacht binnengekomen, blijkt ook uit de online database. En dus is het, volgens de normale werkwijze van de SRC, ook nooit onderzocht. Vening: “Wij komen in principe pas in actie als er klachten zijn binnengekomen.”

Zo lang er geen klachten binnenkomen, zal de SRC dus ook niet aan de slag gaan met het advies van de Australische auteurs om eens goed naar de ethische bezwaren te kijken. Maar het punt van de wetenschappers is duidelijk: de fabrikanten van sportdrankjes weten hun product handig een gezond imago mee te geven via de sponsoring van sportevenementen, terwijl er voor dat imago geen wetenschappelijk bewijs is.
De Australiërs waarschuwen er overigens voor om niet direct allerlei restricties op te leggen aan dergelijke sponsoring: er zou een enorm gat in de begroting ontstaan bij tal van sportorganisaties als het sponsortgeld ineens zou wegvallen. Volgens hen ligt de oplossing in de manier die gebruikt is bij sponsoring door sigarettenmerken: de weg der geleidelijkheid. En dan zal ook de Dam tot Damloop er op den duur aan moeten geloven. Op zoek naar een nieuwe sponsor, en weer gewoon water na de finish.