Bestuurder monstertruck betuigt medeleven, maar zegt niets over hoe/waarom  

Mario D. heeft in een ingezonden brief zijn medeleven betuigd aan de slachtoffers van het drama met de monstertruck, afgelopen zondag. Dat Mario D. eigenlijk Gerard heet, laten we hier voor het gemak maar even buiten beschouwing. Wat vooral opvalt aan de brief, is dat D. zwijgt over het hoe en waarom van het ongeluk.

Zondagmiddag reed een monstertruck, bestuurd door D., in op het Haaksbergense publiek dat naar zijn show keek. Daarbij kwamen drie mensen om het leven, en liggen op het moment van schrijven nog dertien mensen in het ziekenhuis. Over de precieze oorzaak tast men tot nu toe in het duister en is het speculeren begonnen. In RTL Late Night begon Humberto Tan over gelijkenissen met de aanslag van Karst Tates in Apeldoorn, waarop Harry Crielaars van slachtofferhulp dat destijds ‘iemand willens en wetens een menigte in reed’, maar dat dat ‘hier nog niet duidelijk’ is.

De Volkskrant bekeek de Facebookpagina van de vrouw van D., in de hoop meer te weten te komen over de familie. Zij bleek ‘een afkeer van asielzoekers‘ te hebben, zo schreef de ochtendkrant, want die ‘zwarten’ zouden ‘ons land overnemen’. Hoewel het verband tussen deze uitlatingen en het inrijden op het publiek van de monstertruck door haar man nergens wordt gelegd, bleken de uitspraken bovendien helemaal niet van de vrouw van D. afkomstig.

Logisch dus dat Mario D., die nog niet door de politie is vrijgelaten, met een verklaring komt om verdere speculaties te voorkomen. Volgens D.’s advocaat had hij in ieder geval ‘géén hartkwaal of epileptische aanval op het moment van het drama’. De stuntman betuigt zijn medeleven, mede uit naam van zijn vrouw en kinderen, die ook in ‘het wereldje’ zitten. “We vinden het werkelijk verschrikkelijk wat er afgelopen zondag in Haaksbergen is gebeurd. Dit is iets wat niemand heeft gewild”, aldus D. “Het enige wat wij op dit moment kunnen is het betuigen van onze oprechte deelneming aan de nabestaanden van de dodelijke slachtoffers. Onze gedachten zijn bij hen en wij voelen erg met ze mee.”

Maar op de oorzaak wordt niet ingegaan. “We hopen uit respect voor de slachtoffers en de nabestaanden dat de aandacht nu naar hen uitgaat in plaats van naar de schuldvraag. Deze vraag komt vanzelf wel aan de orde als eenmaal het onderzoek van de politie is afgerond.”

Toch zullen veel nabestaanden en slachtoffers juist dáár inmiddels nieuwsgierig naar zijn. Hopelijk biedt D.’s blijk van medeleven dan ook troost, wat betreft de oorzaak van het noodlottige voorval blijft het vooralsnog gissen (speculeren).