De Belgenmop met Jeroen Brouwers

Vorige week stuurde ik een tweet de wereld in over Jeroen Brouwers. Niet over zijn langverwachte nieuwe roman Het hout, maar over de beslissing van het Antwerpse Hof van Beroep dat de schrijver zijn woning in een natuurgebied in Zutendaal moet afbreken. De woning stond immers zonder bouwvergunning in kwetsbaar natuurgebied.

In mijn tweet vroeg ik om Brouwers gewoon met rust te laten. Een beetje menselijkheid leek me op mijn plaats: de man is oud, heeft gezondheidsproblemen, kan amper nog stappen en probeert in de mate van het mogelijke zijn oeuvre af te ronden – wat hij in de bossen van Zutendaal in alle rust kan doen.

Meteen kreeg ik op mijn tweet vooral zure reacties. Of ik Brouwers misschien verdedigde omdat hij schrijver is, en of ik vind dat schrijvers beter behandeld mogen worden dan andere mensen?

Nee, dat vind ik niet. Als een oude loodgieter, kapper of bankbediende al sinds 1993 in dat huis zou wonen, en ik zou weten dat hij daar de laatste jaren van zijn leven wil doorbrengen, zou ik een afbraak net zo onzinnig vinden. Ik zou het niet alleen onzinnig vinden omdat het van weinig menselijkheid getuigt, maar ook omdat deze hele Belgenmop laat zien hoe lichtzinnig in België jarenlang is omgesprongen met de bouwvoorschriften. Als volgens de wet het huis van Jeroen Brouwers in Zutendaal illegaal was, waarom heeft hij er dan een notariële akte voor gekregen? In de akte stond weliswaar vermeld dat de vorige eigenaar van Brouwers’ huis veroordeeld was tot de afbraak, maar dat vonnis werd nooit uitgevoerd omdat Stedenbouw het liet verjaren (dat is een hobby in België). Daarom zag Brouwers geen probleem in de aankoop – en wie kan hem dat kwalijk nemen? Als een notaris, die toch ook voor Vadertje Staat werkt, niettemin een akte opmaakt en dus de aankoop mogelijk maakt, dan zegt dat meer over Vadertje Staat dan over Jeroen Brouwers. 

Ook Stefan Hertmans riep op zijn Facebookpagina op om Brouwers met rust te laten, en noemde de beslissing van het gerecht ‘mensonterende hardvochtigheid’. Ook hij kreeg meteen zure reacties van mensen die zich hardop afvroegen of schrijvers misschien meer waard zijn dan ‘gewone mensen’.

Laat me de bal terugkaatsen: is het niet nét omdat Brouwers schrijver is dat zovelen het hem niet gunnen om nog een aantal jaren in zijn huis te verblijven? Ik vraag me af wat de reacties van mijn landgenoten zouden zijn indien het ging om het huis van een ‘gewone mens’. Belgen springen graag losjes om met de letter van de wet, zeker wanneer het de baksteen in hun maag betreft, en zien hun eigen overtredingen en die van kennissen maar wat graag door de vingers. Maar wanneer het om een schrijver gaat, en dan een nog Hollander – ho maar! Het zou namelijk maar eens zo moeten zijn dat de schrijver een ‘voorkeursbehandeling’ krijgt, en die ‘gewone mens’ zichzelf dan een minderwaardigheidscomplex meent te moeten aanpraten.

Gisteren werd bekend dat Jeroen Brouwers in cassatie gaat tegen het arrest van het Antwerpse Hof van Beroep. Daarmee kan hij meteen nog eens demonstreren hoe traag de gerechtelijke mallemolen hier werkt: een cassatieprocedure kan ruim een jaar aanslepen. Intussen mag het huis van Brouwers wel blijven staan.

Ik hoop dat Jeroen Brouwers er tot zijn dood kan blijven wonen. Gelukkig zijn zijn buren niet zo hardvochtig als het Belgische gerecht of als sommige criticasters op ‘sociale’ media: toen Brouwers voor hij in cassatie ging een dwangsom van 125 euro per dag  moest betalen, richtten zijn buren een steunfonds op. Zoiets heet: hart boven hard.