De analyticus weet het niet meer

De analyticus zat op een ongemakkelijke kruk in de studio, het licht van de studiolampen brandde op zijn hoofd en hij voelde hoe hij ieder moment kon gaan zweten rond de haargrens.

‘Twee minuten, jongens,’ klonk een onzichtbare stem uit het duister.
Hij had zich voorbereid, net als anders. Kranten gelezen, wedstrijden gekeken, aantekeningen gemaakt; allemaal net als anders. Hij droeg een spijkerbroek, een jasje dat er nog wel even mee door kon (al dacht zijn vrouw daar anders over) en keurige schoenen, die niemand zag; net als anders.
‘Minuutje!’

Hoe lang deed hij dit werk nu? Ja-ren. Langer dan hij ooit had gevoetbald. Had hij überhaupt ooit echt gevoetbald? Bewijzen genoeg: foto’s, statistieken, een doos memorabilia die op zolder achter het schot stond te schimmelen en een almaar verder groeiende voor reünies van verenigingen waar hij ooit onder contract moest hebben gestaan, bijeenkomsten waar hij nooit meer heen ging sinds die ene keer.

REÜNIE
(Die ene keer, hoe lang was dat nu geleden? Het was er warm geweest, net als nu. In een uithoek van een stadion dat hem slechts vaag bekend voorkwam had hij bij binnenkomst een geplastificeerd naamkaartje gekregen van een meisje met een gezicht als een expressionistisch kunstwerk. Het kaartje had hij op de boord van zijn jasje geprikt, de inderhaast opgehangen A4-tjes met REÜNIE en een pijl eronder gevolgd en hij was opgegaan in het geroezemoes in een ruimte die ze ‘business lounge’ noemden. Er zweefde een glas witte wijn voorbij, hij nam plaats aan een statafel waarop een bakje pinda’s stond, tastte toe en liet, al kauwend, zijn blik glijden over het gezelschap dik geworden of mager gebleven mannen en mannetjes die iets met hem gemeen hadden. Hij herkende er geen een. Na een minuut of wat was er een hem totaal onbekende man met uitnodigend geopende armen op de analyticus afgelopen. De man had zijn naam geroepen – iedereen kende de naam van de analyticus, die verscheen tweemaal per week op televisie, in een balk onder zijn pratende hoofd. De analyticus veegde het vet van de pinda’s af aan zijn broek, slikte de klomp nootjes in de hoek van zijn mond door en stak zijn arm uit. Hij wist vrij zeker dat hij die man nog nooit had gezien en het leed geen twijfel dat hij nooit met deze man op hetzelfde voetbalveld had gestaan).

Stuurlui
De presentator heette de kijkers welkom, op de hem kenmerkende wijze, slordig maar charmant. De analyticus zag in zijn ooghoek hoe twee levensgrote clublogo’s in beeld verschenen, logo’s van voetbalclubs die het vanavond tegen elkaar zouden opnemen in een wedstrijd waarin er ongetwijfeld van alles op het spel stond, al wist hij niet wat – al sloegen ze ‘m dood.
Hij nam het vak – voor zover het dat was – serieus. Las alles, zag alles, hoorde alles, belde na. Voetbalwedstrijden waren voor hem wiskundige problemen die hij live op televisie probeerde op te lossen, puzzels die je kon kraken als je het beeld maar op de juiste momenten liet stilzetten en met pijltjes en stippellijnen kon aantonen waar het mis ging. Van alle beste stuurlui aan de wal was hij in elk geval de grondigste, dat hij ooit jarenlang daadwerkelijk aan boord geweest was, was iets wat hem als onvoorstelbaar voorkwam. Een jarenlange vlaag van verstandsverbijstering, die hele voetbalcarrière. Een practical joke die de hele wereld met hem alleen had uitgehaald. Hij had eens een film gezien, met Jim Carrey, waarin een man opgroeit in een wereld waarvan alleen hij gelooft dat die de werkelijkheid is. De analyticus was maanden op zoek geweest naar vergelijkbare aanwijzingen in z’n eigen leven, was nachtenlang opgebleven om de schijn te ontmaskeren, maar hij had niets gevonden en was uiteindelijk maar in z’n eentje op vakantie gegaan, met een doosje pillen van de huisarts dat hij halverwege z’n verblijf uit het hotelraam had geflikkerd.
De presentator schakelde naar een verslaggever in het stadion. Nog even en ze zouden bij hem komen. Hij zou iets moeten zeggen, iets scherpzinnigs liefst. Iets waars, in elk geval. Hij werd geprezen om zijn ter zake kundigheid, om de welsprekendheid waarmee hij zijn enorme ervaring als actieve speler wist te vertalen op het scherm, hoe hij ingewikkelde strategische processen inzichtelijk maakte voor leken en om zijn haar, dat golfde als het voorbeeldhaar in een shampooreclame.

Nooit geweten
De verslaggever rondde af, de presentator gebaarde in de richting van de analyticus. Jouw beurt.
Hij keek op z’n papieren.
‘Wat voor wedstrijd kunnen we verwachten?’
De analyticus keek de presentator recht in de ogen, daarna dwaalde zijn blik een eindeloze seconde lang door het donker van de studio, om te blijven hangen aan de camera waarnaast een rood lampje brandde.
‘Ik weet het niet,’ zei hij. ‘Ik zou het echt niet weten.’
(De man die naar hem toe was gekomen, was twaalf jaar lang zijn ploeggenoot geweest. Ze waren twee dagen na de reünie gaan varen met diens boot, op de Vinkenveense Plassen. De man had herinneringen opgehaald, en de analyticus had nooit geweten dat hij ooit zo’n heerlijk leven had gehad).