Wat is de Ronde van Lombardije en waarom eigenlijk? Een explainer

Vandaag gaat in Como de Ronde van Lombardije van start, de laatste wielerklassieker van dit jaar, tevens het orgastisch hoogtepunt voor iedere wielersnob die zich wil losmaken uit het peloton der simpele Tour de France-kijkers. Maar wat is dat eigenlijk, die “Ronde van Lombardije”, en wat moet je ervan weten om mee te praten met de tofste (en de mooiste) wielerkenners? Hier een explainer.

Wat is de Ronde van Lombardije?
Een wielerwedstrijd tussen Como en Bergamo. Wie het eerst over de finish komt, wint.

Hoe lang mogen ze erover doen?
Zo lang als ze willen! Maar als je kans wil maken op de overwinning, doe je er goed aan het parkoers in een uur of zeven toch wel af te leggen – afhankelijk van de tegenwind natuurlijk.

En hoeveel dagen?
1 dag.

1 dag?! Zijn die wielrenners helemaal getikt?
Dat verschilt per geval, maar over het algemeen: ja.

Wel helemaal vlak dan zeker?
Ja. Eeeh, nee! Allemaal bergen man, hartstikke steil.

Ken ik die bergen? Kun je er skiën?
Als je de Ronde van Lombardije niet kende, zul je die bergen ook wel niet kennen.

Wat aanmatigend.
Wou je zeggen dat de Passo di Ganda en de Madonna del Ghisallo je wel bekend voorkomen dan?

Nee. Maar to the point nou: waarom is het zo mooi? Mooier dan pakweg de Ronde van Oman, of die van Midden-Nederland of die van Oegstgeest?
Nou ja, het heeft te maken met het vallen van de bladeren.

Wat?
Met de herfst, dat alles afsterft, zich gereedmaakt voor de winter, om de volgende lente weer tot leven te komen.

Je gaat me toch niet vertellen dat de Ronde van Lombardije eigenlijk een soort metafoor is voor het wielerseizoen, en daarmee eigenlijk voor het leven?
Nou ja…

Echt? Is dat niet vreselijk kitsch, onsmakelijk romantisch, misleidende mooimakerij?
Ja, maar dat is de koers!

Welke koers?
Het wielrennen.

O, je noemt het wielrennen nu ook al ‘koers’. En die renners die daar van start gaan, voor hun eigen gewin en glorie en omdat ze het hartstikke leuk vinden om te doen, dat zijn dan zeker gladiatoren en soldaten en dappere strijders, Don Quichotes die de onvermijdelijke windmolens van het verlies bestrijden in een mistig bos, lijders aan de romantische ziekte, performance artists die de zinloosheid van het bestaan verbeelden door op twee wielen en met gevaar voor eigen leven langs afgronden te scheren?
Dat heb je mooi geformuleerd.

En is Lombardije dan een soort sublieme couleur locale voor een schitterende avonturenroman waarin de plotwijzigingen elkaar opvolgen als 50Plus-lijsttrekkers, met voortdurend nieuwe personages die lijken opgerezen uit een onvoordelig gesorteerde verkleedkist en wier lijven van papier-mache lijken, maar van gewapend beton blijken – dat alles in de doordringende geur van suspense over het wedstrijdverloop, waarbij alle elementen van een behoorlijk thriller door de gehaktmolen van een briljante keurslager zijn gehaald en tot de smakelijkste balletjes spanning zijn gekneed die je ooit hebt geproefd, nog even los van alle schitterende beelden, die rechtstreeks uit de natuurpornokoker van BBC Earth gerold lijken?
Zo zou je het kunnen zeggen ja.

Terwijl het hele zaakje zich afspeelt in Italië, met onafzienbare voorsprong het mooiste land ter wereld, en dan ook nog eens in Lombardije, de meest onderschatte regio van het met onafzienbare voorsprong mooiste land ter wereld, in een periode van het jaar die de melancholicus in ieder van ons niet alleen wakker maakt, maar hem ook doucht, aankleedt, te eten geeft en de wereld instuurt?
Klopt.

Ga je dan ook nog vertellen dat ook het thema van de laatste kans een cruciaal onderdeel vormt van de aantrekkingskracht van deze wedstrijd, dat het niet alleen voor de renners op de fiets maar ook voor de journalisten, de fans en de argeloze kijkers de ultieme mogelijkheid is om het genot te ervaren dat de sport eenieder te bieden heeft, dat iedereen weet dat het laatste bord pasta alio e olio voor een langdurige periode van andijvie ook meteen het lekkerste bord pasta alio e olio is (even afgezien van het eerste bord pasta alio e olio na een lange periode van andijvie – dit is in het wielrennen overigens geen bord pasta alio e olio, maar een bord Vlaamse frieten met stoofvlees, dat altijd op de laatste zaterdag van februari wordt geserveerd in de vorm van de Omloop Het Nieuwsblad)?
Was ik eigenlijk wel van plan…

En dat de renners zich allemaal nog een keer opladen om er voor de toeschouwers een schitterend spektakel van te maken, een knalpot, een soort RTL4-zaterdagavondshow met showtrap en danseressen en veren en een presentator met een verslavingsprobleem – enkele van hen omdat ze een geweldig seizoen hebben gedraaid en niets liever willen dan dat seizoen goed afsluiten, omdat ze nog moraal hebben en de rest omdat ze geen goed seizoen hebben gedraaid en weten dat ze met een topprestatie in de Ronde van Lombardije de zaak met oog op de naderende contractonderhandelingen in elk geval een enigszins dragelijker aanzicht zouden kunnen geven?
Daar had ik nog niet eens over…

Om vervolgens af te sluiten met de opmerking dat de Ronde van Lombardije de koers van de hoop is, een ode aan het leven en de dood, een liefdesverklaring aan Italië  aan de vrouwen, het eten, de mode, de kunst en de natuur, een knipoog naar de geschiedenis en een verrukkelijk cadeau aan eenieder die ook maar enig belang stelt in een of meer van die dingen?
Tja, kweenie…

Want dat wist ik dus al.