Zelfs oliekoningen stappen over op duurzame energie

De naam Rockefeller blijft voor altijd verweven met olie. John D. Rockefeller richtte in 1870 Standard Oil op en verwierf op meedogenloze wijze een monopoliepositie door alle raffinaderijen in zijn land op te kopen. Dankzij deze manier van werken (en dankzij de olie natuurlijk) werd Rockefeller de rijkste man in de geschiedenis van de aarde, met destijds een geschat vermogen van 336 miljard dollar. Maar tijden veranderen.

Inmiddels is Standard Oil opgesplitst in wereldwijde oliemerken als Exxon-Mobil, Amoco en Chevron. De ‘Rockefeller family’ bezit nog altijd honderden miljoenen, maar varen een drastisch andere koers. Er worden sinds enige tijd geen investeringen meer gedaan in olie, maar uitsluitend nog in duurzame energie. En de Rockefellers zijn niet de enige grote naam die tot inkeer is gekomen. Volgens The Week heeft The Divest-Invest movement, waar de Rockefellers lid van zijn, 50 miljard aan investeringsgeld weggehaald bij fossiele brandstoffen als kolen, olie en gas om deze te gebruiken bij investeringen in duurzame energie om zo de strijd met klimaatverandering aan te gaan en.

Om de investering in perspectief te plaatsen: de 50 miljard is slechts 1 procent van de totale waarde van de duurzame energiesector, die ongeveer 5 biljoen bedraagt.  En de duurzame energiesector is weer goed voor slechts 11 procent van de energiemarkt wereldwijd. En daarbij komt dat de Rockefellers en de Divest-Invest beweging niet zijn gedreven door geld verdienen, maar filantropisch van aard zijn. Toch is door het verleden van Rockefeller de investering van grote symbolische waarde.

De invloedrijke familie onderschrijft in The Guardian de symbolische waarde van de overgang.  “John D Rockefeller, de oprichter van Standard Oil, liet Amerika overstappen van walvisolie naar petroleum. We zijn ervan overtuigd dat als hij nog in leven was, hij als zakenman nu ook uit de fossiele brandstof zou stappen en naar de toekomst zou kijken, en dus zou investeren in schone, duurzame energie.”