MH17 en de arrogantie van de overheid

Ik heb er lang over nagedacht of ik over zoiets verdrietigs als het neerhalen van de MH17 zou moeten schrijven. De tenenkrommende ergernis over het niet willen noemen van man en paard – plat gezegd ‘who dun it?’ – terwijl iedereen met meer dan één hersencel weet waar de daders moeten worden gezocht.

Daar gaan we nog jaren over doen, tot bijna iedereen het vergeten is. De inzittenden zijn dood, die krijgen we niet meer terug dus waarom zouden we de daders serieus willen zoeken en aanpakken als de politieke gevolgen niet te overzien zijn?

Het is die gedachtegang die in meer algemene zin grote waakzaamheid vereist bij iedere burger als het om maakt-niet-uit-welke-uitspraak van de overheid gaat.

Gewoon niet te vertrouwen. U hoeft niet na te denken, dat doen ze in Den Haag c.s. wel voor u, gaat u rustig slapen.

Maar we maken het er zelf naar. We hijsen, geholpen door tamelijk kritiekloze Nederlandse media, ministers op het schild, vooral als ze het ogenschijnlijk goed doen in een Europa waarvan we niet eens deel willen uitmaken.

We denken dat Jeroen Dijsselbloem van unieke kwaliteit is omdat we het makkelijker vinden om niet zelf na te denken over de gevolgen van een moordend bezuinigingsbeleid dat, zoals steeds meer blijkt, meer kapot heeft gemaakt dan opgebouwd.

En als Frans Timmermans voor de Verenigde Naties een emotionele toespraak houdt – wat knap: een politicus met gevoel – en deze week in tig talen de nitwits in het Europees Parlement voor zich weet in te nemen met een oorverdovend schoudergeklap in de Nederlandse media als gevolg.

Onze Frans.

Maar één moment bij Jeroen Pauw toont dat ook Frans Timmermans gewoon deel uitmaakt van het toneelstukje dat politiek is. Hoeveel mensen wisten dat er zich in MH17 zo mogelijk nog vreselijker taferelen hebben afgespeeld dan die ene seconde waarin alles over zou zijn geweest? En wie heeft bepaald dat wij dat niet hoefden te weten?

Wie bepaalt er überhaupt wat wij niet hoeven te weten? En wat is dat dan allemaal?