IJsland – Nederland: hoe de arrogantie door de televisie de huiskamer in kwam

En we moesten tegen IJsland. En niemand wist waar het lag. En Jack van Gelder viste z’n muts van zolder en hij zei: jongens, ik heb er zin in. En iedereen had er zin in, want we hadden een paar dagen eerder nog Kazachstan van de mat geveegd, en er waren immers geen kleintjes meer in het internationale topvoetbal.

En de analytici wreven zichzelf in de handen – en dat was deels om het warm te krijgen, maar zeker ook omdat ze geen problemen zagen. En het stadion had een atletiekbaan om het veld en dat deed al vermoeden dat we hier met een stel onbehouwen Vikingen te maken hadden en dat die vast hun best zouden doen en dat vroeg of laat onze fijnbesnaarde techniek de doorslag zou geven. En toen kwamen de volksliederen en toen zagen we die kerels met die baarden en Sjoerd Mossou twitterde dat de keeper van IJsland behalve doelman ook producent van reclamefilmpjes was en hij voegde er nog aan toe dat IJsland ongeveer evenveel inwoners heeft als Zeeland en iedereen moest lachen (want Zeeland heeft niet eens een profclub, dus konden we nagaan) en toen floot de scheidsrechter voor de wedstrijd en we speelden lekker de bal rond en die zeehondenknuppelaars maar hollen en de bal was te zacht en wij vonden dat allemaal wel iets aandoenlijks hebben en er kwam een andere bal en die was ook te zacht en toen bleek dat alle ballen te zacht waren en toen vonden we het al minder leuk en het was al zo koud en de adem kwam in wolkjes uit onze monden en onze maillots kriebelden in het kruis en toen kwam die bal in het strafschopgebied en De Vrij had die natuurlijk gewoon weg moeten knallen en toen gebeurden er opeens honderd dingen tegelijk en stonden we opeens 1-0 achter.
En toen werd het dus een blamage.

De wedstrijd was nauwelijks drie minuten bezig toen ik gisteren – uit pure verveling, want de vriendin was elders, het boek was uit, de afwas gedaan en Hollands Next Topmodel nog niet begonnen – op Twitter de vergelijking maakte tussen wedstrijden van het Nederlands Elftal en films van Woody Allen: je weet dat ze briljant kunnen zijn – daarom ga je iedere keer weer zitten kijken – maar vaak is het gewoon niks.
Negentig minuten later moest ik daaraan toevoegen dat ik honderdmaal liever een beroerde Woody Allen-film zie dan het droef makende geklungel van het Nederlands Elftal tegen IJsland. De muffe walm van arrogantie die al rond het Nederlands Elftal hangt sinds Cruijff nog maar nauwelijks z’n veters kon strikken, kwam bijna door de televisie heen de woonkamer in. Als er onder Hiddink iets veranderd is, dan is het dat Oranje weer denkt dat het Vreselijk Goed is, terwijl men onder Van Gaal voortdurend vreesde Niet Goed Genoeg te zijn.

Nu heb ik niet veel vergelijkingsmateriaal, want ik laat al jaren de Oranjewedstrijden tussen de grote toernooien stelselmatig aan me voorbij gaan, en dat is niet omdat er nu zo vreselijk mooi gevoetbald wordt. Noem me een landverrader, noem me een sportschrijver van lik-me-vestje, maar die uitwedstrijden tegen Armenië, Macedonië, Transnistrië en de Canarische Eilanden mochten ze zo in m’n pet gooien.
Gisteren zag ik dus voor het eerst in lange tijd weer eens een kwalificatie-uitwedstrijd van het Nederlands Elftal.
Het was top – voor iedereen die niet uit Nederland kwam.

Puntjes op de O
De IJslanders mogen dan de infrastructuur van een Gallisch dorp ten tijde van Caesar hebben, ze hebben er kennelijk ook een druïde die aan een stuk door toverdrank staat te brouwen en iedereen doet z’n best en op de tribune slaan ze elkaar met stokvissen op de rug om warm te blijven en als de nummer drie van de wereld langskomt, gooien ze bovenop al die andere schepjes nog een paar schepjes en bij het zien van die ontevreden koppen van Robben en Van Persie en Sneijder en De Jong – koppen die ze alleen van tv kennen, en tv kennen ze slechts van horen zeggen, want alleen de burgemeester van Reykjavik heeft televisie en dat is een oud beestje, want je moet tien uur op een hometrainer zitten om de batterij op te laden zodat de hele stad op zondagavond naar het nieuws kan kijken – worden ze nog enthousiaster, gooien hun bontmutsen en knuppels in de dug-out, trekken elkaar van pure opwinding aan de baard en walsen over die elf dotirs heen.
2-0 bij rust, en dan vergaten ze na de thee (of de urine van een drachtig ijsbeervrouwtje, IJslands nationale drank) nog de puntjes op de O te zetten.

De supporters op de tribune zwiepten met literflessen aquavit en zongen uit volle borst volksliedjes; de IJslander is van nature nogal ingetogen, maar als het kan, laat hij zich ook volledig gaan. Zo bont hadden ze het echter nog maar zelden gemaakt: de IJslandse bevolking was niet meer zo uitgelaten geweest sinds Arni Frederiksson in 1871 op een ledige zondagmiddag een drie kilometer diep gat in z’n tuin groef en zo de geiser uitvond.
Na de wedstrijd – van de kant van Oranje niet eens veel armetieriger dan sommige wedstrijden op het WK, maar die wedstrijden werden wel gewonnen – zei Robin van Persie tegen Bert Maalderink dat de verdediging domme fouten had gemaakt, vond Jack van Gelder het gênant en keek Arjen Robben als iemand die na een wereldreis van een halfjaar de koelkast opentrekt en beseft dat hij dat pak yoghurt had moeten weggooien.

Gogme
Tot slot van een wonderlijke avond kwam Guus Hiddink, die niet boos was, maar wel teleurgesteld, met name in ‘de vroege condities die ons op de wedstrijd kwamen door die penalty’.
Guus sprak over de stand van zaken in het Nederlandse voetbal – misschien hadden we daar naar zitten kijken.
Of een gebrek aan gogme, dat kon ook.
Er was in ieder geval ergens een behoorlijk gebrek aan geweest.
(Op datzelfde moment op het andere net lieten tien modellen in spe zien dat juist een gebrek aan gogme ook heel amusant kon zijn).