Opnieuw terreurdreiging voor Europa: groot alarm om terugkerende IS strijders

Volgens EU contra-terrorsisme coordinator Gilles de Kerchove kunnen de door de VS geleide luchtaanvallen tegen de Islamitische Staat in Syrie leiden tot de terugkeer van EU burgers die in den vreemde vechten voor IS. Gevreesd wordt dat ze bij hun terugkomst zo geradicaliseerd zijn en aanslagen zullen plegen. Ook in Nederland bestaat deze vrees, getuige het door de NCTV bepaalde verhoogde dreigingsniveau ‘substantieel’ .

De aantallen zijn schrikbarend. Eerder maakten de EU-ministers van buitenlandse zaken bekend dat tussen de 1.500 en 2.000 EU-burgers naar Syrië zijn afgereisd om daar gewapende strijd te leveren. Inmiddels lopen schattingen al op tot boven de 4.000. Hoeveel daarvan binnen de gelederen van IS terecht zijn gekomen is onduidelijk. De grote angst is dat deze jihadisten geradicaliseerd zijn en door de luchtinterventie geprikkeld zullen worden naar Europa terug te keren om aanslagen te plegen, en dat ze dat dankzij in Syrië opgedane kennis ook makkelijk kunnen. Aanwijzingen voor de realiteit van deze dreiging zijn er voldoende. Franse en Duitse burgers hebben in Syrië zelfmoordaanslagen uitgevoerd. De schutter die het vuur opende in het Joodse museum in Brussel behoorde tot IS. In het Franse Cannes werden zelfgefabriceerde explosieven gevonden die toebehoren aan een voormalige Syriëganger. Deze maand arresteerde het Britse MI5 vier Syrische jihadisten die van plan zouden zijn een grote aanslag te plegen.

Europa reageert ondertussen op de waargenomen dreiging met verscherpte grens- en paspoortcontroles. Daarbij wordt ingezet op nieuwe EU-wetgeving die einde van dit jaar gereed moet zijn en die het mogelijk maakt interne EU vluchtgegevens beter te monitoren en uit te wisselen middels EU PNR (Passenger Name Records). Ook moeten visuele controles vervangen worden door electronische controles van reisdocumenten. Deze gegevens worden vervolgens gekoppeld aan nationale politie-databanken, het Schengen Informatie Systeem (een EU-dekkende strafrechtelijke databank) en Interpol.

In Nederland weet de politiek zich weinig raad met jihadisten. De NRC maakte een opsomming van de maatregelen die het kabinet wil kunnen nemen tegen ‘terugkeerders’ om ronselen of radicalisering van hun omgeving tegen te gaan. Minister Opstelten heeft het over meldplicht, contactverboden of het meewerken aan verhuizen. De vraag blijft echter of Nederland daarmee opgewassen is tegen de terreurdreiging. Er schijnt een draaiboek te zijn, waarover De Telegraaf het volgende zegt: “Over terugkeerders wordt een onzichtbaar net gedrapeerd van hulpvaardige toezichthouders die assistentie verlenen, en alarm slaan als ze radicale signalen opvangen. Toezicht op terugkeerders is een taak van iedereen: gemeenten, politie, NCTV, uitkeringsinstanties, woningcorporaties, hulpverleners, familieleden.”

Experts vinden dit onvoldoende en roepen om een operationeel team van vertegenwoordigers van de veiligheidsdienst, het Openbaar Ministerie en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst. “Dit is nodig, want uiteindelijk vormen islamisten een Europees leger.”