Yolanthe, Muhammad Ali en de oplossing tegen visuele afstomping

Deze week in het nieuws: de zeventienjarige Malala Yousafzai wint de Nobelprijs voor de Vrede, 2,5 miljoen Nederlanders leven onder de armoedegrens, honderden doden na een maand strijd om Kobani, angst voor ebola in het westen en Yolanthe Sneijder-Cabau heeft de blur-tool ontdekt. Over dat laatste wil ik het vandaag graag hebben.

Het gaat misschien wat ver om Yolanthe als cultureel erfgoed te bestempelen. Toch was heel Nederland de afgelopen jaren, bewust of onbewust, getuige van haar grondige renovatie. We zagen hoe haar dansende krullen gladgestreken werden, hoe de verhouding tussen haar hoofd en nek steeds meer uit balans raakte en hoe haar haargrens zich met de dag verder terugtrok. De kleur van haar gelaat veranderde, overigens zonder tussenkomst van de Raad van State, stapsgewijs van beige naar gebrande sienna.

Van voetbalvrouw naar visionair
Beginnende lachrimpels, poriën en andersoortige oneffenheden heeft Yolanthe niet. Tenminste, als we haar Instagram-profiel moeten geloven. Alle foto’s van haar gezicht heeft ze uitvoerig onder handen genomen met een nietsontziende blur-tool, met als gevolg dat je haar door de ogen van iemand met een vergevorderde vorm van groene staar lijkt te bekijken. Toch zou ik de actrice/presentatrice/voetbalvrouw een visionair willen noemen – uitleg volgt.

Gebroeders De Witt
Elke internetgebruiker is weleens gestuit op een plaatje van een grootogige kat met de tekst ‘What has been seen cannot be unseen.’ Dat zijn dan meestal redelijk onschuldige dingen als een lillende sumoworstelaar, een dikke vrouw in een gouden slip of Justin Bieber gephotoshopt als meisje. Toen ik een jaar of negen was zag ik voor het eerst iets dat ik écht liever niet had willen zien. Door een vriendin van mijn ouders was ik meegenomen naar Madame Tussauds in Amsterdam, waar ik tussen een verscheidenheid aan beroemdheden de gehavende, ondersteboven hangende lijken van de gelynchte gebroeders De Witt zag. De catalogus, die ik als souvenir had gekregen, gooide ik thuis meteen weg. Tevergeefs, weet ik twintig jaar later.

Schreeuwen naar de radio
Gisteravond keek ik een aflevering van Mad Men waarin Peggy Olson en Don Draper na een avond overwerken samen in een bar belanden. Het is 25 mei 1965, de dag waarop Cassius Clay, later bekend geworden als Muhammad Ali, geschiedenis schreef door toenmalig kampioen zwaargewicht Sonny Liston te verslaan. Uit de radio klinkt de commentator: “Here’s Cassius Clay starting to put up a fight…” Don en de andere cafégangers worden wild, ondanks het gebrek aan beeld. “Get up! Come on, get up!” schreeuwen ze naar de radio als ze horen dat Liston op de grond ligt.

In de huidige beeldcultuur is het ondenkbaar om hartstochtelijk naar vechtsport op de radio te brullen. We zouden gapend aan ons drankje nippen en iets harder gaan praten om het rumoer te overstemmen. Onze ogen zijn zo gewend aan bloederigheid en andere dingen die we niet willen zien dat de onvolkomenheden van Yolanthe onze minste zorg zijn. De oplossing tegen deze visuele afstomping? Yolanthes blur-tool veel breder inzetten. De executiebeelden van IS worden een oranje-zwarte schandvlek. Foto’s van bloedvergieten veranderen in een golf schaamrood. In ruil krijgt Yolanthe dan, erewoord, haar poriën terug.

Foto via Instagram