Lionel Messi herinnert zich Barcelona – Ajax in 2064

De oude Messi zat roerloos in het schelle licht van een lamp aan het plafond van de recreatiezaal. Zijn ooit lange, dikke haar was grijs geworden en lag in sprietjes op een hoofd dat wel eens gestreken mocht worden.

Ik keek naar hem door het raam dat de gang van de zaal scheidde en zag hoe het linkerbeen van de oude man snel op en neer ging, alsof er daarbinnen iets werd gecentrifugeerd.
‘Niet te lang,’ zei een verpleger met een hoofd als een ontspoorde bankdirecteur streng.
Pas toen ik had geknikt, om te bevestigen dat ik niet van plan was de oud-voetballer uit te putten tot er een coma op volgde, mochten we naar binnen.

Magere Hein
Twee dames met grijze haarhelmpjes op het hoofd speelden ganzenbord, een volstrekt kale man met een hoornen bril stond met zijn handen op zijn rug voor het raam en becommentarieerde het weer en vier mensen in uiteenlopende fases van doodgaan hingen in een bibberende halve maan om een immens televisiescherm, waarop een tekenfilmserie met twee muizen die het heelal moeten redden bezig was.
‘Meneer Messi,’ zei de verpleger zacht. ‘Meneer Messi!’
Lionel Messi keek op, zijn oude ogen moesten zichtbaar wennen aan een nieuw gezicht.
‘Dit is meneer Heinen, van HP/De Tijd,’ zei de verpleger. ‘Hij wil met u praten.’
‘Magere Hein!’ kraakte de bejaarde valse spits en hij tastte naar een wapen, of naar zijn geheugen.
‘Heinen,’ riep ik.
‘Wat moet u?’ kraste hij achterdochtig.
‘Meneer Heinen wil met u praten over een wedstrijd van lang geleden,’ zei de verpleger zalvend.
‘He?’ gilde het mannetje in de stoel.
‘Voetbal!’ gilde ik terug.
‘Ah! Wist u dat ik ooit de beste voetballer ter wereld ben geweest?’
‘Ik ook!’ riep de weercommentator.
‘Ik ook!’ mummelde een van de mannetjes voor de televisie, wiens gebit voor hem op tafel stond, in een halfvol glas thee.
‘Ach, jullie hebben allemaal nooit gevoetbald,’ kakelt een van de ganzenbordende vrouwen.
Lionel Messi is weer gekalmeerd. Hij zakt weg in zijn fauteuil en kijkt somber naar buiten, of naar vroeger.
Niet te lang, mimet de verpleger nog eens. Even later staat hij op de binnenplaats een sigaar te roken.

Sig. Thors. Son.
‘Meneer Messi? Ik wil het met u hebben over een bepaalde wedstrijd.’
‘Hmm?’
’21 oktober 2014. Barcelona – Ajax.
‘Ik heb nooit gevoetbald, zegt die mevrouw. Dat zeggen ze hier allemaal.’
‘Meneer Messi, u bent de beste voetballer die er ooit is geweest.’
‘Dat weet ik allemaal niet zo, hoor.’
‘Toch is het zo.’
‘Ik weet wel nog dat ik met een koelbox vol drank over het strand liep, om cola en bier te verkopen. Dat deed ik.’
‘Meneer Messi, 21 oktober 2014, Barcelona – Ajax.’
‘Davy Klaassen,’ stamelt hij traag, alsof hij op z’n tenen moet staan om de herinnering van de bovenste plank van zijn geheugen te plukken.
‘Ja precies, Davy Klaassen!’ roep ik. ‘Die maakte de 0-1.’
‘Jasper Cillessen…..’
‘Ja,’ roep ik enthousiast, ‘die stopte twee penalty’s van u.’
‘Kolbeinn Sig. Thors. Son.’
‘Maakte de 0-2 en de 0-3. Zegt de naam “Mike van der Hoorn” u iets?’
‘Wat?’
‘Mike van der Hoorn. Laatste minuut. Dat balletje tussen uw benen door.’

Mike van der Hoorn
Lionel Messi begint eerst te hijgen, dan te hoesten en schudt dan met z’n hoofd, als iemand die door een golf is meegesleurd, bovenkomt en dan nog een golf in z’n gezicht krijgt.
Golven van een halve eeuw geleden.
Een klein, mager vingertje dat richting de uitgang wijst.
Buiten zuigt de verpleger nog aan zijn sigaar.
Ik ben de zaal al bijna uit, hoor ik de oude man nog een laatste keer roepen.
‘Ik was de beste, de beste voetballer ter wereld. Niet Mike van der Hoorn.’
De ganzenbordende vrouw slaat een toren, bouwt een hotel, gaat in de put zitten en zegt: ‘Hou toch eens op man, je hebt nooit gevoetbald.’
Zelfs op de parkeerplaats kun je haar gegil nog horen.