Hoe de televisie langzaam verdwijnt

Als 1,8 miljoen mensen kijken naar Heel Holland Bakt beschouwen televisiemakers dat als een daverende kijkcijferhit, maar televisie is natuurlijk maar een van de vele media die, laten we zeggen, 15 miljoen mensen in dit land dagelijks tot zich nemen. Want behalve de televisie hebben we tegenwoordig ook de smartphone, de tablet en de laptop. In de Verenigde Staten gaan twee grote bedrijven nu ook dat andere mediagedrag meten, zodat te zien is wat werkelijk populair is. Ten behoeve van (uiteraard) de adverteerders.

De Amerikaanse firma Nielsen is een reus op het gebied van kijkcijfers, maar werkt voor een deel nog met geselecteerde panels van kijkers, waarop niettemin veel grote Amerikaanse tv-zenders hun beleid baseren. En bijvoorbeeld hun advertentietarieven. In het snel wisselende landschap van mediaconsumptie begint dat te wringen. Volgens schattingen zal de advertentiemarkt voor internet in 2018 groter zijn dan die voor televisie.

Nielsen is daarom deze week een strategische alliantie aangegaan met (daar zijn we weer) Adobe, dat wel methoden heeft om te meten wat consumenten allemaal op al hun apparaten uitspoken – en dat is steeds meer. Dat Adobe in dat soort dingen goed is, wisten we al, want vorige week bleek dat het bedrijf de inhoud van uw harde schijf kan lezen als u zo onvoorzichtig bent een onschuldig lijkend stukje software van ze te installeren.

Daarbij gaat het Adobe en Nielsen vooral om de combinatie van apparaten: er is een toenemend aantal mensen, ook in dit land, dat bij het kijken van ‘content’ (televisieseries bijvoorbeeld, of sport) begint met de smartphone, dan overstapt naar de laptop, en eindigt op de bank voor de traditionele buis. En misschien tussendoor ook nog even online gamet. U zal het wel herkennen. Door een doorwrochte analyse te maken van al die online-activiteiten is veel nauwkeuriger te bepalen wat welke individuele ‘kijker’ de hele dag kijkt, ondergaat en beleeft. En kunnen adverteerders nog preciezer mikken met hun boodschappen, tot op het individu. Dat mag u gerust eng vinden.

De uiterste consequentie daarvan is natuurlijk dat het tv-landschap zoals we dat kennen langzaam zal verdwijnen. Het zal opgaan in de ons steeds meer verstikkende stroom aan media-uitingen die we, al dan niet mobiel, de hele dag opnemen. Het ‘avondje voor de buis’ hebben we vijftig jaar lang gekend, maar het einde is nabij en zelfs in veel huishoudens (nog zo’n ouderwets begrip, trouwens) al verleden tijd. Misschien zal het laatste restant een avondje Oranje zijn tijdens een EK. Als we dat tenminste halen.