De dag dat Nirvana in Apeldoorn speelde, en ik er niet naartoe ging

Er zijn dagen die je graag over zou willen doen. 4 november 1989 is er zo één. Ik kwam een bekende tegen. Of ik iets te doen had, die avond. De bekende had het over een bandje die zou spelen. Hij noemde een naam waar ik nog nooit van gehoord had. Het klonk belachelijk, als een Hare Krishna bijeenkomst. ‘Nirvana’. Wie noemde zijn band nou zo?

Ik ging niet. In plaats van mij te begeven naar wat mijn beste concertherinnering en kroegverhaal ever had kunnen worden, besloot ik naar een feest te gaan waar ik niets van onthouden heb. Vandaag las ik in de Nirvanaquide.nl dat er die avond slechts 50 mensen in het publiek waren geweest, dat de show afgrijselijk was, Kurt gitaarproblemen had en dat er maar 20 minuten werd gespeeld.

Fad Gadget
U2, Simple Minds, UB40, ze speelden er allemaal in de jaren ’80, in dat donkere, gekraakte en tot concertzaal omgetoverde schooltje op de Veluwe, waar mijn oma als kind nog had gezongen over God en zijn genade. Bij geen van die concerten was ik aanwezig. Ook niet toen ik door Frank Tovey (Fad Gadget) was uitgenodigd nadat ik Honeyboneybeeyoghurt voor hem had gemaakt. Hij had nog nooit zo’n lekker toetje geproefd. Of ik naar zijn show kwam. Ik wist voor die avond niet eens van het bestaan van Fad Gadget af, laat staan van zijn shows. Hij stond ineens in mijn keuken en leek me aardig. Een bleke, zwartharige en serieuze jongen. Hij had iets breekbaars, alsof hij ooit uit elkaar was gevallen en daarna weer in elkaar gezet, terwijl men verzuimd had de schroefjes aan te draaien. Of ik een toetje voor hem wilde maken. Hij trok wat ingrediënten uit de kast, yoghurt, biologische muesli, honing, besjes, en keek geamuseerd toe hoe ik dit alles in elkaar draaide. Het plechtig tot ‘Honeyboneybeeyoghurt’ doopte.

Later hielp hij afwassen. Ik zie nog zijn bleke polsen in het waswater verdwijnen. Die avond gebeurde er van alles, maar het bewuste optreden heb ik nooit gezien. Later hoorde ik dat Fad tijdens een heftige, snoeiharde show stagedivend van het podium was gesprongen, terwijl het Apeldoornse, nuchtere publiek verschrikt achteruit was gedeinsd, waarna Fad plat op zijn porem was gevallen. Boos het podium had verlaten.

Rory Gallagher
Jaren later, in 1995, had ik meer succes. Ik zag in de Vrijhof in Enschede Rory Gallagher bij wat, naar later bleek, een van zijn laatste concerten zou worden. Hij lazerde een keer stomdronken van zijn kruk, maar verder was het een geweldig optreden. Er stroomde vloeibaar goud uit die man zijn handen, zijn gitaar. Hij speelde geen blues, hij wás de blues. Alles wat ik ooit verlangd of gemist had, waar ik spijt van had of wat diep verborgen tussen de kieren van mijn ziel hijgde, drilde hij bruut naar boven. Er was geen ontkomen aan. Hij was pijn, wij werden pijn, iedereen was pijn. Een paar dagen later was hij dood.


Rob de Nijs
Mijn eerste concert ooit was een optreden van Rob de Nijs, in buurtcentrum de Matenhoek. Hij zong van regen en zolderramen. Ik was een jaar of negen en had zelden zoiets stoms gehoord. Gedesillusioneerd verliet ik de zaal, trok mijn oranje fietsje uit de stalling en reed daas door de troosteloze nieuwbouwwijk van Apeldoorn. Het was woensdagmiddag vier uur, en ik weet nog goed hoe verschrikkelijk bang ik was dat het altijd zo zou blijven. Dat het hele leven niets meer dan een langgerekt Rob-de-Nijs-concert zou zijn. Als ik maar hard genoeg zou blijven fietsen, dacht ik, zou ik het voorblijven. Misschien.