Oudste DNA van moderne mens ontcijferd

Uit een dijbeen uit Siberië heeft de groep van paleogeneticus Svante Pääbo het genoom van een Homo sapiens gereconstrueerd die 45.000 jaar geleden leefde.

Het dijbeen werd in 2008 gevonden langs de Irtysh-rivier in Siberië door een Russische kunstenaar die juwelen vervaardigd uit mammoetbeenderen. Gelukkig had de kunstenaar door dat het been dat hij had gevonden, menselijk was – en hij verwittigde meteen de politie. Toen die doorhad dat het hier wel eens om een heel oud been kon gaan – het was al deels gefossiliseerd – werd het doorgestuurd naar Russische wetenschappers. Via hun netwerk kwam het uiteindelijk terecht in het Max Planck Instituut voor Evolutionaire Antropologie in Leipzig, dat geleid wordt door Svante Pääbo, de paleogeneticus die in 2010 het volledige genoom van de neanderthaler publiceerde.

Pääbo en z’n groep konden het been dateren (ongeveer 45.000 jaar oud) en het DNAanalyseren – dat bleek immers opmerkelijk goed bewaard binnenin het beenmerg. Het belangrijkste resultaat van de DNA analyse was dat het genoom van de 45.000 jaar oude man (een Homo sapiens dus die vooralsnog geen naam heeft gekregen) twee procent neanderthaler-DNA blijkt te bevatten – evenveel als de huidige Europeanen en Aziaten. Dat wijst erop dat de man uit dezelfde groep van moderne mensen stamt die in het Midden-Oosten gedurende kort tijd samenleefde met de neanderthalers – de door Pääbo omschreven replacement crowd.

De stukjes neaderthaler-DNA laten ook toe een nauwkeurigere datering van de kruising tussen Homo sapiens en Homo neanderthalensis toe: die zou tussen 60.000 en 50.000 jaar geleden hebben plaatsgevonden.